Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen
Expand Minimize

Dialoogvenster Eigenschappen van rapportparameter, Algemeen (Report Builder 3.0)

Selecteer Algemeen in het dialoogvenster Rapportparameters om parameteropties te wijzigen, zoals de parameternaam, de tekst die in de aanwijzing wordt weergegeven en het type van de gegevens die door de parameter worden geretourneerd. Bovendien kunt u parameters lege waarden, null-waarden of een groot aantal waarden laten retourneren, en u kunt de parameter op de rapportwerkbalk weergeven.

Naam

Typ hier een hoofdlettergevoelige naam voor de parameter. De naam moet beginnen met een letter en kan verder letters, cijfers en het liggend streepje (_) bevatten. Spaties zijn niet toegestaan. Voor een automatisch gegenereerde parameter komt de naam overeen met de queryparameter in de gegevenssetquery. Standaard krijgt een handmatig gemaakte parameter een naam zoals ReportParameter1.

Prompt

Typ hier de tekst die naast het parametertekstvak boven aan het rapport moet worden weergegeven wanneer het rapport wordt uitgevoerd.

Gegevenstype

Selecteer hier het gegevenstype van de parameter. Het gegevenstype van de parameter bepaalt hoe deze in expressies kan worden gebruikt. Het gegevenstype van de parameter moet overeenkomen met dat van het veld in de gegevensset.

Het gegevenstype bepaalt hoe de parameterwaarde wordt ingevoerd op de werkbalk van de rapportviewer, zoals in de onderstaande lijst wordt uitgelegd:

  • Booleaans. Door middel van keuzerondjes kan waar of onwaar worden gekozen.

  • Datum/tijd. Via een kalenderbesturingselement kan een datum worden geselecteerd.

  • Integer. De waarde wordt in een tekstvak getypt.

  • Zwevende komma. De waarde wordt in een tekstvak getypt.

  • Tekst. De waarde wordt in een tekstvak getypt.

  • Als er een waardenlijst is gedefinieerd voor een parameter, kan de waarde uit een vervolgkeuzelijst worden gekozen, zelfs als het gegevenstype Datum/tijd is.

Lege waarde toestaan

Selecteer deze optie als de waarde van de parameter een lege tekenreeks mag zijn.

Null-waarde toestaan

Selecteer deze optie als de waarde van de parameter null mag zijn.

Meerdere waarden toestaan

Selecteer deze optie als de parameter meerdere waarden kan hebben, die in een vervolgkeuzelijst worden weergegeven. Null-waarden zijn niet toegestaan. Als deze optie is geselecteerd, worden er selectievakjes toegevoegd aan de waardenlijst van een parameter. Boven aan de lijst staat de optie Alles selecteren. De gewenste waarden kunnen worden geselecteerd.

Selecteer weergave van parameters

Met deze opties kunt u bepalen hoe de parameter wordt weergegeven en kan worden gebruikt in het gepubliceerde rapport.

Zichtbaar

Selecteer deze optie om de rapportparameter boven aan het rapport weer te geven wanneer dit wordt uitgevoerd. Met deze optie kunnen parameterwaarden tijdens de uitvoering worden geselecteerd.

Verborgen

Selecteer deze optie om de rapportparameter te verbergen in het rapport. De waarde kan worden ingesteld via een rapport-URL of een abonnementsdefinitie of op de rapportserver met behulp van Report Manager.

Intern

Selecteer deze optie om de rapportparameter te verbergen. De rapportparameter kan alleen worden weergegeven in de rapportdefinitie.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Toevoegen
Weergeven:
© 2014 Microsoft