Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

Logboekregistratie en tracering

Bijgewerkt: mei 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008, Windows Server 2008 R2

U kunt voor alle onderdelen van Windows Deployment Services logboekregistratie en tracering inschakelen voor probleemoplossingsdoeleinden. De installatielogboeken worden opgeslagen in %windir%\logs\cbs\cbs.log. In dit hoofdstuk wordt beschreven welke logboeken er zijn en wat voor uitvoer u kunt genereren.

CautionCaution
Als het register niet op de juiste wijze wordt bewerkt, kan dit ernstige gevolgen hebben voor uw systeem. Maak een back-up van alle belangrijke gegevens voordat u het register wijzigt.

In dit onderwerp

Lijst van logboeken en uitvoer

 

Onderdeel Controleer de volgende uitvoer:

De algemene status van de Windows Deployment Services-server

  • WDSUTIL /get-server /show:all /detailed

  • Windows-toepassingslogboek in Logboeken

  • Windows-systeemlogboek in Logboeken

Serveronderdelen

  • WDSUTIL /get-server /show:all /detailed

  • Windows-toepassingslogboek in Logboeken

  • Windows-systeemlogboek in Logboeken

  • Traceringslogboeken. Als u deze logboeken wilt bekijken, moet u eerst tracering inschakelen voor de server- en beheeronderdelen door de volgende instelling op te geven:

    HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Tracing\WDSServer

    Naam: EnableFileTracing

    Waarde:1

    Vervolgens kunt u het traceringslogboek vinden in %windir%\tracing\wdsserver.log

Beheeronderdelen

  • Schakel tracering in voor de beheeronderdelen en de onderdelen van de MMC-module door de volgende instelling op te geven:

    1. Stel de volgende registersleutel in om tracering in te schakelen voor de beheeronderdelen:

      HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Tracing\WDSMGMT

      Naam: EnableFileTracing

      Waarde:1

    2. Stel de volgende registersleutel in om tracering in te schakelen voor de beheerconsole:

      HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Tracing\WDSMMC

      Naam: EnableFileTracing

      Waarde:1

    Vervolgens kunt u de traceringslogboeken vinden in %windir%\tracing\wdsmgmt.log en %windir%\tracing\wdsmmc.log.

  • WDSUTIL /get-server /show:all /detailed

  • Windows-toepassingslogboek in Logboeken

  • Windows-systeemlogboek in Logboeken

    noteNote
    Hoewel de MMC-module Windows Deployment Services en WDSUTIL gebruikmaken van dezelfde API-laag, biedt de Microsoft Management Console in bepaalde gevallen extra verwerkingsmogelijkheden en functionaliteit. Als er een fout optreedt, is het vaak de moeite waarde deze met WDSUTIL te reproduceren om te bepalen of de fout alleen optreedt in de MMC of in de hele beheer-API. Vaak levert WDSUTIL gedetailleerde foutuitvoer zonder dat u tracering hoeft in te schakelen. Gebruik zo nodig de opties /detailed, /verbose en /progress voor extra informatie.

Clientonderdelen

Zie Logboeken voor Windows Deployment Services-client voor meer informatie.

Controleer het volgende:

Installatielogboeken van de clientcomputer. De installatielogboeken zijn op verschillende plaatsen te vinden, afhankelijk van waar de fout is opgetreden:

  • Als de fout is opgetreden in Windows PE voordat de schijfconfiguratiepagina op de Windows Deployment Services-client is verwerkt, kunt u de logboeken vinden in X:\Windows\Panther. Gebruik Shift+F10 om een opdrachtprompt te openen en navigeer vervolgens naar de locatie in kwestie.

  • Als de fout is opgetreden in Windows PE nadat de schijfconfiguratiepagina op de Windows Deployment Services-client is verwerkt, kunt u de logboeken vinden op het lokale schijfvolume (gewoonlijk C:\) in $Windows.~BT\Sources\Panther. Gebruik Shift+F10 om een opdrachtprompt te openen en navigeer vervolgens naar de locatie in kwestie.

  • Als de fout is opgetreden toen het systeem voor het eerst werd opgestart nadat de installatiekopie is toegepast, kunt u de logboeken vinden in de map \Windows\Panther van het lokale schijfvolume (gewoonlijk C:\).

Traceringslogboek van de wizard Installatiekopie maken. U komt als volgt aan deze logboeken:

  1. Start het systeem op met de vastleginstallatiekopie.

  2. Druk op Shift+F10 op een opdrachtprompt te openen wanneer de wizard wordt gestart.

  3. Schakel tracering in voor de wizard. Voer hiertoe eerst Regedit.exe uit. Stel vervolgens de volgende registersleutel in:

    HKEY_LOCAL_MACHINE\Software\Microsoft\Tracing\WDSCapture

    Naam: EnableFileTracing

    Waarde:1

  4. Open een tweede exemplaar van de wizard Installatiekopie maken.

  5. Reproduceer de fout met de wizard die u zojuist hebt geopend. Sluit de eerste wizard niet want dan wordt de computer opnieuw gestart.

    noteNote
    Opmerking: Met Alt+Tab kunt u tussen de vensters schakelen.

  6. U vindt u het traceringslogboek in X:\Windows\Tracing\WDSCapture.log.

PXE-opstartonderdelen

  • Schakel tracering in voor de server- en beheeronderdelen en ga op zoek naar de traceringslogboeken (zie de voorgaande beschrijving).

  • Ga op zoek naar een netwerktraceringslogboek met gegevens over de mislukte opstartpoging. Het beste kunt u de traceringsgegevens van de client en de server tegelijkertijd bekijken. Alleen op die manier weet u zeker waar de fout optreedt: op de server die de gegevens verzendt of de client die de gegevens ontvangt. Ga als volgt te werk:

    1. Sluit een client en een derde computer (laptop of pc) aan op een hub.

    2. Start netwerktraceringen vanaf de server en de derde computer.

    3. Start de client op via het netwerk.

      noteNote
      Als u Netwerkcontrole gebruikt om de traceringsgegevens vast te leggen, moet u ervoor zorgen dat de buffergrootte minimaal 20 MB bedraagt. Als de geconfigureerde buffer te klein is voor de vastgelegde traceringsgegevens, gaan er pakketten verloren (ze worden niet weergegeven) in de vastleggingsuitvoer.

Logboeken voor Windows Deployment Services-client

Het nut van logboekregistratie voor de Windows Deployment Services-client is tweeledig. Ten eerste kunt u zo bepalen of er voor een bepaalde client een fout is opgetreden tijdens de installatie en kunt details over de fout bekijken. Ten tweede kunt u informatie over clientinstallaties vergaren, zoals het aantal clients waarop een bepaalde installatiekopie is geïnstalleerd en het percentage van de clients waarvoor de installatie is geslaagd.

Logboekregistratieniveaus

De Windows Deployment Services-client ondersteunt vier logboekregistratieniveaus:

  • GEEN: geen logboekregistratie (standaard)

  • FOUTEN: alleen fouten

  • WAARSCHUWINGEN: waarschuwingen en fouten

  • INFO: het hoogste niveau van logboekregistratie: fouten, waarschuwingen en informatieve gebeurtenissen

U kunt de logboeken bekijken in het Windows-toepassingslogboek in Logboeken. Aangezien voor elke gebeurtenis ook een tijdstempel wordt geregistreerd, kunt u aan de hand daarvan bepalen hoelang het voltooien van bepaalde fasen van de clientinstallatie heeft geduurd. Dit is met name handig wanneer u prestatieproblemen opspoort of prestatiebenchmarks uitvoert. Zie Uw server beheren voor informatie over het inschakelen van logboekregistratie.

Als u logboekregistratie voor de client wilt inschakelen, voert u WDSUTIL /Set-Server /WDSClientLogging /Enabled:Yes uit. Als u wilt aangeven welke gebeurtenissen worden geregistreerd, voert u WDSUTIL /Set-Server /WDSClientLogging /LoggingLevel:{None|Errors|Warnings|Info} uit (elke categorie omvat alle gebeurtenissen uit de voorgaande categorieën).

De volgende informatie wordt altijd geregistreerd, ongeacht het logboekregistratieniveau:

  • Architectuurtype

  • IP-adres, MAC-adres en computer-GUID van client

  • Tijd

  • Transactie-id

Alle of een aantal van de volgende gebeurtenissen worden geregistreerd, afhankelijk van het geconfigureerde logboekregistratieniveau:

  • Client gestart

  • Installatiekopie geselecteerd

  • Toepassing installatiekopie gestart

  • Toepassing installatiekopie gestopt

  • Client gestopt

  • Clientfout

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Toevoegen
Weergeven:
© 2014 Microsoft