Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

Het opstartmenu beheren

Bijgewerkt: mei 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008

In dit onderwerp

Overzicht

Het opstartmenu wordt weergegeven op een clientcomputer wanneer de client wordt opgestart via PXE (Pre-Boot Execution Environment) en er voor die client meerdere opstartinstallatiekopieën beschikbaar zijn. Als er slechts één opstartinstallatiekopie beschikbaar is, wordt de computer automatisch met die installatiekopie opgestart. De opstartinstallatiekopieën zijn alfabetisch gerangschikt volgens de naam van het WIM-bestand met de installatiekopie.

Microsoft heeft de opstartomgeving voor Windows Vista en volledig opnieuw ontworpen zodat deze beter is berekend op de toenemende complexiteit en diversiteit van de moderne hardware en firmware. Zo wordt nu een nieuw firmwareonafhankelijk gegevensarchief gebruikt dat de opstartconfiguratiegegevens bevat, de BCD-opslag (Boot Configuration Data). De BCD-opslag bepaalt hoe het opstartmenu wordt geconfigureerd. Dit archief fungeert als naamruimtecontainer voor BCD-objecten en -elementen, en bevat de informatie die vereist is om Windows te laden of andere opstarttoepassingen uit te voeren. De BCD-opslag is een binair bestand in de indeling voor registercomponenten. Zie http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkID=110353 voor meer informatie over BCD.

Zie How to Modify the BCD Store Using Bcdedit voor informatie over het aanpassen van de BCD-opslag.

Beperkingen van het opstartmenu

Aangezien het menu geen deel uitmaakt van het besturingssysteem, gelden bepaalde beperkingen voor de gebruikersinterface:

  • De schermgrootte bedraagt 80 bij 25 pixels. Dit betekent dat op de pagina de namen van ca. 13 installatiekopieën tegelijk kunnen worden weergegeven. Als er meer dan 13 installatiekopieën beschikbaar zijn, moet u omlaag schuiven in de lijst om de namen van de overige installatiekopieën te zien. Het aantal installatiekopieën dat kan worden weergegeven is afhankelijk van diverse factoren, waaronder het aantal installatiekopieën dat op de client moet worden weergegeven en het aantal tekens in de naam van de installatiekopieën.

  • U kunt geen gebruik maken van de muis of IME-functionaliteit (Input Method Editor).

  • Er is geen ondersteuning voor andere toetsenborden dan door het BIOS worden ondersteund.

  • Er is beperkte ondersteuning voor andere talen dan door het BIOS worden ondersteund.

  • Er is beperkte ondersteuning voor toegankelijkheidsfuncties.

Opstartinstallatiekopieën opgeven voor voor installatie voorbereide clients

U kunt een opstartinstallatiekopie toewijzen aan een voor installatie voorbereide client in Active Directory Domain Services (AD DS). Zie het gedeelte over het voorbereiden van de installatie op computers in Clientcomputers beheren voor instructies. In deze gevallen moet via Windows Deployment Services op dynamische wijze een BCD-opslag worden gemaakt voor de opstartclient waarop de toegewezen opstartinstallatiekopie als standaard is geselecteerd. Hierbij wordt geen unieke BCD-opslag gegenereerd met alleen die besturingssysteemvermelding voor elke opstartclient (wat vanwege de BCD-architectuur enige seconden kan duren), maar wordt de bestaande BCD-opslag voor de architectuur van de client (in RemoteInstall\Tmp) gekopieerd en wordt de standaardselectie aangepast. Daarnaast kan deze dynamisch gegenereerde BCD-opslag opnieuw worden gebruikt op andere opstartclients waaraan dezelfde opstartinstallatiekopie is toegewezen.

Het opstartmenu configureren voor x64-clients

Aangezien x64-computers kunnen worden opgestart met x86- én x64-installatiekopieën, krijgen x64-gebruikers een lijst te zien van zowel x86- als x64-opstartinstallatiekopieën wanneer beide typen installatiekopieën op de server beschikbaar zijn. Dit betekent dat x64-clients het opslagbestand x86x64.{GUID}.bcd ontvangen. Zie het gedeelte over opstartprogramma's en opstartinstallatiekopieën in Clientcomputers beheren voor instructies voor het configureren van het beleid voor opstartinstallatiekopieën dat voor x64-clients moet worden gebruikt.

Het kan voorkomen dat de opstartclient niet de juiste architectuurwaarde verzendt in het eerste PXE-detectiepakket. Daarom wordt de architectuur van de opstartclient gedetecteerd via het opstartprogramma Wdsnbp.com en doorgegeven aan de Windows Deployment Services-server. Zie het gedeelte over de lijst met netwerkopstartprogramma's in Managing Network Boot Programs voor meer informatie.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Weergeven:
© 2014 Microsoft