Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen
Dit onderwerp heeft nog geen beoordeling - Dit onderwerp beoordelen

Installatiekopieën beheren

Bijgewerkt: mei 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008, Windows Server 2008 R2

Dit onderwerp bevat procedures voor de taken die in de volgende tabel worden vermeld en beschreven.

 

Type Procedure

Algemene taken

  • Een installatiekopie van de server exporteren naar een zelfstandig WIM-bestand

  • Een installatiekopie op de server vervangen door een bijgewerkte versie

  • Een installatiekopie verwijderen

Opstartinstallatiekopieën

  • Een opstartinstallatiekopie aan de server toevoegen

  • De naam, beschrijving en statuskenmerken Online/Offline voor een opstartinstallatiekopie instellen

  • De kenmerken van een opstartinstallatiekopie weergeven

  • Een vastleggingsinstallatiekopie maken

  • Handmatig een vastleggingsinstallatiekopie maken

  • Een opsporingsinstallatiekopie maken

  • Handmatig een opsporingsinstallatiekopie maken

Installatiekopieën

  • Een installatiekopie toevoegen

  • De kenmerken van een installatiekopie instellen

  • De kenmerken van een installatiekopie weergeven

  • Een RIPREP-installatiekopie converteren naar een WIM-installatiekopie

  • Een kopie van een installatiekopie maken binnen een installatiekopiegroep

Installatiekopiegroepen

  • Een installatiekopiegroep verwijderen

  • Een installatiekopiegroep toevoegen aan de installatiekopieopslag

  • De kenmerken van een installatiekopiegroep instellen

  • Informatie over alle installatiekopieën in een installatiekopiegroep instellen

noteNote
U kunt Help-informatie voor WDSUTIL opvragen door WDSUTIL /? te typen op de opdrachtregel of online op Wdsutil.

Algemene taken

Een installatiekopie van de server exporteren naar een zelfstandig WIM-bestand

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een opstart- of installatiekopie en klik vervolgens op Installatiekopie exporteren.

  2. Geef in het dialoogvenster de naam van het bestand op waarnaar u de installatiekopie wilt exporteren.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Voor een opstartinstallatiekopie: voer WDSUTIL /Verbose /Progress /Export-Image /Image:<Naam> /ImageType:Boot /Architecture:{x86|x64|ia64} /DestinationImage /Filepath:<Pad en bestandsnaam> uit.

    • Voor een installatiekopie: voer WDSUTIL /Verbose /Progress /Export-Image /Image:<name> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> /DestinationImage /Filepath:<Pad en bestandsnaam> uit.

  3. Daarnaast kunt u de volgende opties instellen:

    • U kunt deze metagegevensvelden voor de installatiekopie instellen door /Name:<Naam> of /Description:<Beschrijving> aan de opdracht toe te voegen.

    • U kunt bepalen wat er gebeurt wanneer de installatiekopie die bij /DestinationImage is opgegeven al bestaat door /Overwrite:{Yes|No|Append} aan de opdracht toe te voegen. Met Yes wordt de installatiekopie overschreven, met No treedt er een fout op en met Append wordt de nieuwe installatiekopie aan het bestaande WIM-bestand toegevoegd. Append is alleen beschikbaar voor installatiekopieën.

Met de voorgaande procedure doet u het volgende:

  • Voor een opstartinstallatiekopie: u kopieert het bestand naar de opgegeven bestemming.

  • Voor een installatiekopie: u voegt de metagegevens in het bestand Install.wim en de hulpbronnen in het bestand Res.rwm samen tot één WIM-bestand op de opgegeven bestemming.

Een installatiekopie op de server vervangen door een bijgewerkte versie

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een opstart- of installatiekopie en klik vervolgens op Installatiekopie vervangen.

  2. Open een bladervenster en selecteer de bijgewerkte versie.

  3. Klik door de overige stappen van de wizard.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • U kunt een opstartinstallatiekopie vervangen door WDSUTIL /Verbose /Progress /Replace-Image /Image:<name> /ImageType:Boot /Architecture:{x86|x64|ia64} /ReplacementImage /ImageFile:<Pad> uit te voeren.

    • U kunt installatiekopie vervangen door WDSUTIL /Verbose /Progress /Replace-Image /Image:<Naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> /ReplacementImage /ImageFile:<Pad> uit te voeren.

Met de voorgaande procedure voegt u de nieuwe installatiekopie toe aan de opslag voor installatiekopieën en verwijdert u de oude.

Een installatiekopie verwijderen

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een opstart- of installatiekopie.

  2. Klik op Verwijderen.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Voor opstartinstallatiekopieën: voer WDSUTIL /Remove-Image /Image:<Naam> /ImageType:Boot /Architecture:{x86|x64|ia64} uit.

    • Voor installatiekopieën: voer WDSUTIL /Remove-Image /Image:<Naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep>.uit. Als het broninstallatiekopiebestand meerdere installatiekopieën bevat, voegt u /SourceImage:<Naam van installatiekopie> toe om de vervangende installatiekopie op te geven.

Met de voorgaande procedure verwijdert u het WIM-installatiekopiebestand uit de opslag voor installatiekopieën.

noteNote
Als u /SourceImage opgeeft, blijven de gegevensmappen die bij de oorspronkelijke installatiekopie horen (bijvoorbeeld mappen met bestanden voor installatie zonder toezicht of taalpakketten) behouden en worden deze aan de vervangende installatiekopie gekoppeld.

Opstartinstallatiekopieën

Een opstartinstallatiekopie aan de server toevoegen

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op het knooppunt Installatiekopieën opstarten en klik vervolgens op Installatiekopie voor installeren toevoegen.

  2. Geef het pad op naar de opstartinstallatiekopie of open een bladervenster en selecteer het installatiekopiebestand. Klik vervolgens op Volgende. In de meeste gevallen volstaat de ongewijzigde standaard-opstartinstallatiekopie die deel uitmaakt van het Windows Server 2008-medium (in \Sources\boot.wim). Gebruik het bestand Boot.wim van het Window Vista-medium alleen als uw versie van Windows Vista en SP1 op dezelfde dvd staan.

  3. Geef een naam en een beschrijving voor de installatiekopie op en klik vervolgens op Volgende.

  4. Controleer uw instellingen en klik vervolgens op Volgende.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Verbose /Progress /Add-Image /ImageFile:<Pad> /ImageType:Boot uit. Hierbij is Pad het volledige pad naar het installatiekopiebestand.

Met de voorgaande procedure doet u het volgende:

  • U kopieert het opstartinstallatiekopiebestand naar de map \RemoteInstall\Boot\<Arch>\Images.

  • U genereert een BCD-archief (Boot Configuration Data) voor de opstartinstallatiekopie in de map \RemoteInstall\Boot\<Arch>\Images.

  • U genereert een gecombineerd BCD-archief voor de architectuur in de map \RemoteInstall\Boot\<Arch>.

  • U extraheert de vereiste bestanden voor het opstarten via PXE (Pre-Execution Environment) vanuit \Windows\Boot\PXE in de installatiekopie naar de map \RemoteInstall\Boot. Als de bestanden al op de server aanwezig zijn, wordt er een versiecontrole uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de nieuwste bestanden worden gebruikt.

De naam, beschrijving en statuskenmerken Online/Offline voor een opstartinstallatiekopie instellen

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een opstartinstallatiekopie en klik vervolgens op Uitschakelen om de installatiekopie offline te nemen.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopie en klik vervolgens op Eigenschappen.

  3. Geef de naam en de beschrijving op.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • U kunt de installatiekopie offline halen door WDSUTIL /Set-Image /Image:<Naam> /ImageType:Boot /Architecture:<Arch> /Enabled:No uit te voeren.

    • U kunt de naam en de beschrijving wijzigen door WDSUTIL /Set-Image /Image:<Naam> /ImageType:Boot /Architecture:<Arch> /Name:<Naam> /Description:<Beschrijving> uit te voeren.

Bij de voorgaande procedure moet u rekening houden met het volgende:

  • Wanneer u een installatiekopie offline haalt, wordt het bestandskenmerk verborgen voor het WIM-bestand in kwestie ingesteld.

  • Wanneer u de naam en de beschrijving wijzigt, worden de kenmerken in kwestie gewijzigd in de metagegevenskop in het WIM-bestand.

De kenmerken van een opstartinstallatiekopie weergeven

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een opstartinstallatiekopie.

  2. Klik op Eigenschappen.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Get-Image /Image:<Naam> /ImageType:Boot /Architecture:<Arch> uit.

Met de voorgaande procedure geeft u de bestandsnaam, de naam, de beschrijving, de architectuur, het type, de grootte, de maak- en wijzigingsdatum, de standaardtalen, de besturingssysteemversie, het servicepackniveau en de online en offline status voor de installatiekopie weer.

Een vastleggingskopie maken

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Vouw het knooppunt Installatiekopieën opstarten uit in de MMC-module Windows Deployment Services.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopie die u wilt gebruiken als vastleggingskopie (doorgaans het bestand \Sources\boot.wim op het installatiemedium).

  3. Klik op Vastlegopstartinstallatiekopie maken.

  4. Typ een naam en een beschrijving voor de installatiekopie en de locatie waarop u een lokale kopie van het bestand wilt opslaan. Wanneer u een locatie opgeeft, hebt u een lokale kopie die u kunt gebruiken in geval van netwerkproblemen.

  5. Volg de aanwijzingen in de wizard. Klik op Voltooien wanneer u klaar bent.

  6. Klik met de rechtermuisknop op de map met de opstartinstallatiekopie.

  7. Klik op Installatiekopie voor opstarten toevoegen.

  8. Open een bladervenster en selecteer de nieuwe vastleggingskopie. Klik vervolgens op Volgende.

  9. Volg de aanwijzingen in de wizard Installatiekopie maken.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /New-CaptureImage /Image:<Naam van broninstallatiekopiebestand> /Architecture:{x86|ia64|x64} /DestinationImage /FilePath:<Bestandspad> uit. Hierbij is <Bestandspad> het pad naar en de bestandsnaam van de vastleggingskopie.

Handmatig een vastleggingskopie maken

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Maak een tijdelijke map in het pad waarnaar wordt verwezen in de omgevingsvariabele %TEMP%.

  2. Pas de inhoud van de bronopstartinstallatiekopie uit de installatiekopieopslag van de Windows Deployment Services-server toe op de map \Temp.

  3. Maak het bestand Winpeshl.ini in de map Windows\System32 van de toegepaste installatiekopie met de volgende sectie:

    [LaunchApps] %SYSTEMROOT%\system32\wdscapture.exe
    
  4. Leg de gewijzigde installatiekopie vast in een nieuw WIM-bestand.

  5. Verwerk eventuele wijzigingen in de naam of beschrijving van de installatiekopie in de metagegevens voor de installatiekopie.

N.v.t.

Een opsporingsinstallatiekopie maken

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Vouw het knooppunt Installatiekopieën opstarten uit in de MMC-module Windows Deployment Services.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopie die u als opsporingsinstallatiekopie wilt gebruiken. Dit moet het bestand Boot.wim van het Windows Server 2008-medium zijn.

  3. Klik op Opsporingsopstartinstallatiekopie maken.

  4. Volg de aanwijzingen in de wizard. Klik op Voltooien wanneer u klaar bent.

  5. Klik met de rechtermuisknop op de map met de opstartinstallatiekopie.

  6. Klik op Installatiekopie voor opstarten toevoegen.

  7. Open een bladervenster en selecteer de nieuwe opsporingsinstallatiekopie. Klik vervolgens op Volgende.

  8. Volg de aanwijzingen in de wizard.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /New-DiscoverImage /Image:<Naam> /Architecture:{x86|x64|ia64} /DestinationImage /FilePath:<Pad naar en naam van nieuw bestand> uit. U kunt aangeven met welke server de opsporingsinstallatiekopie is verbonden door /WDSServer:<Naam of IP-adres van server> aan de opdracht toe te voegen.

Handmatig een opsporingsinstallatiekopie maken

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Maak een tijdelijke map in het pad waarnaar wordt verwezen in de omgevingsvariabele %TEMP%.

  2. Pas de inhoud van de bronopstartinstallatiekopie uit de installatiekopieopslag van de Windows Deployment Services-server toe op de tijdelijke map.

  3. Maak het bestand Winpeshl.ini in de map Windows\System32 van de toegepaste installatiekopie met de volgende sectie:

    [LaunchApps] %SYSTEMROOT%\sources\setup.exe, "/wds /wdsdiscover" OF [LaunchApps] %SYSTEMROOT%\sources\setup.exe, "/wds /wdsdiscover /wdsserver:<Server>"
    
  4. Leg de gewijzigde installatiekopie vast in een nieuw WIM-bestand.

  5. Verwerk eventuele wijzigingen in de naam of beschrijving van de installatiekopie in de metagegevens voor de installatiekopie.

N.v.t.

Installatiekopieën

Een installatiekopie toevoegen

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopiegroep en klik vervolgens op Installatiekopie toevoegen.

  2. Selecteer een installatiekopiegroep.

  3. Selecteer het bestand dat u wilt toevoegen.

  4. Voltooi de wizard.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. U kunt een installatiekopiegroep maken door WDSUTIL /Add-ImageGroup /ImageGroup:<Naam van installatiekopie> uit te voeren.

  3. Voer WDSUTIL /Verbose /Progress /Add-Image /ImageFile:<Pad naar WIM-bestand> /ImageType:Install uit.

    Als op de server meerdere installatiekopiegroepen aanwezig zijn, voegt u /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> aan de opdracht toe om aan te geven aan welke groep u de installatiekopie wilt toevoegen.

    U kunt de integriteitscontrole voordat u de installatiekopie toevoegt overslaan door /SkipVerify aan de opdracht toe te voegen.

Met de voorgaande procedure voert u een integriteitscontrole uit voor het opgegeven installatiekopiebestand, maakt u in de map met de installatiekopie een WIM-bestand dat alleen metagegevens bevat en voegt u de hulpbronnen in het installatiekopiebestand toe aan het bestand Resource .wim (Res.rwm) voor de installatiekopiegroep.

De kenmerken van een installatiekopie instellen

Met de volgende procedure stelt u de naam, de beschrijving, de online en offline status, de instellingen voor toegangsbeheer en het bijbehorende bestand voor installatie zonder toezicht voor een installatiekopie in.

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op een installatiekopie en klik vervolgens op Uitschakelen om de installatiekopie offline te halen of klik op Inschakelen om deze weer online te brengen.

  2. Klik op Eigenschappen in het menu Actie.

  3. Typ de naam en de beschrijving in de juiste tekstvakken.

  4. Schakel het selectievakje Installatiekopie mag zonder toezicht worden geïnstalleerd in en selecteer het bestand voor installatie zonder toezicht dat u aan de installatiekopie wilt koppelen.

  5. Geef instellingen voor toegangsbeheer op op het tabblad Beveiliging.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Set-Image Image:<Naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> /Name:<Naam> /Description:<Beschrijving> /UserFilter:<SDDL> /Enabled:{Yes|No} /UnattendFile:<Pad> uit.

Met de voorgaande procedure wijzigt u de metagegevens of de toegangsbeheerlijsten voor het installatiekopiebestand waarin de kenmerken worden opgeslagen. Als u een bestand voor installatie zonder toezicht opgeeft, kopieert u ook dat met deze procedure naar de installatiekopieopslag. Wanneer u een installatiekopie offline haalt, wordt het bestand verborgen.

De kenmerken van een installatiekopie weergeven

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopie.

  2. Klik op Eigenschappen.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Get-Image /Image:<Naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> uit.

Met de voorgaande procedure geeft u de bestandsnaam, de naam van de installatiekopie, de beschrijving, de architectuur, het type installatiekopie, de installatiekopiegroep, de grootte, het type HAL, de maak- en wijzigingstijd, de talen, de besturingssysteemversies, de toegangsbeheerlijsten, het bestand voor installatie zonder toezicht (indien toegewezen) en de online of offline status voor de installatiekopie weer.

Een RIPREP-installatiekopie converteren naar een WIM-installatiekopie

Zie Creating Images voor meer informatie.

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik op het knooppunt Oude installatiekopieën.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de RIPREP-installatiekopie die u wilt converteren en klik vervolgens op Converteren naar WIM.

  3. Typ de naam, de beschrijving, het pad en de bestandsnaam en klik vervolgens op Volgende.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Verbose /Progress /Convert-RiPrepImage /FilePath:<Pad naar RIPREP-installatiekopieSIF-bestand> /DestinationImage /FilePath:<Pad naar en naam van WIM-installatiekopie> uit. Daarnaast kunt u de volgende instellingen opgeven:

    • U kunt aan de nieuwe WIM-installatiekopie een naam toewijzen in de metagegevens door /Name:<Naam> aan de opdracht toe te voegen.

    • U kunt aan de nieuwe WIM-installatiekopie een beschrijving toewijzen in de metagegevens door /Description:<Beschrijving> aan de opdracht toe te voegen.

    • U kunt de oorspronkelijke RIPREP-installatiekopie converteren in plaats van kopiëren door /InPlace aan de opdracht toe te voegen.

    • U kunt bepalen wat er gebeurt wanneer het installatiekopiebestand dat bij /DestinationImage is opgegeven al bestaat door /Overwrite:{Yes|No|Append} aan de opdracht toe te voegen. Met Yes wordt het WIM-bestand overschreven, met No treedt er een fout op en met Append wordt de nieuwe installatiekopie aan het bestaande WIM-bestand toegevoegd.

Een installatiekopie kopiëren

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken

N.v.t.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Copy-Image /Image:<Naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> /DestinationImage /Name:<Naam> /Filename:<Bestandsnaam> uit. U kunt aan de nieuwe installatiekopie een beschrijving toewijzen door /Description:<Beschrijving> aan de opdracht toe te voegen.

Met de voorgaande procedure maakt u een kopie van het WIM-bestand met de metagegevens die overeenkomt met de geselecteerde installatiekopie en stelt u de naam en de bestandsnaam (en de beschrijving, indien opgegeven) van de installatiekopie in op de opgegeven waarden.

Installatiekopiegroepen

Een installatiekopiegroep verwijderen

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopiegroep.

  2. Klik op Verwijderen.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Remove-ImageGroup /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> uit.

Met deze procedure verwijdert u de map met de installatiekopiegroep met inhoud en al uit de installatiekopieopslag. Als voor installatiekopieën ook een bijbehorende gegevensmap aanwezig is (de map met de bestanden voor installatie zonder toezicht of taalpakketten), wordt ook deze verwijderd.

Een installatiekopiegroep toevoegen aan de installatiekopieopslag

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op het knooppunt Installatiekopieën en klik vervolgens op Installatiekopiegroep toevoegen.

  2. Typ de nieuwe naam voor de installatiekopiegroep.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Add-ImageGroup /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> uit.

Met de voorgaande procedure maakt u een map in de installatiekopieopslag met de opgegeven naam.

De kenmerken van een installatiekopiegroep instellen

Met de volgende procedure stelt u de naam en de instellingen voor toegangsbeheer voor een installatiekopiegroep in.

noteNote
Wanneer u de naam wijzigt, wordt de naam van de map met de installatiekopiegroep in de installatiekopieopslag gewijzigd en wanneer u de beveiligingsinstellingen wijzigt, worden de toegangsbeheerlijsten voor de map en de inhoud gewijzigd.

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopiegroep en klik vervolgens op Naam wijzigen.

  2. Klik met de rechtermuisknop op de installatiekopiegroep en klik vervolgens op Beveiliging.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. U kunt de naam wijzigen door WDSUTIL /Set-ImageGroup /ImageGroup:<Huidige naam van installatiekopiegroep> /Name:<Nieuwe naam van installatiekopiegroep> uit te voeren.

  3. U kunt de beveiligingsinstellingen opgeven door WDSUTIL /Set-ImageGroup /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> /Security:<SDDL> uit te voeren. Hierbij is <SDDL> de security descriptor die u voor de installatiekopiegroep wilt gebruiken, in de SDDL-indeling (Security Descriptor Definition Language).

Informatie over alle installatiekopieën in een installatiekopiegroep weergeven

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Selecteer een installatiekopiegroep.

  2. Bekijk de installatiekopieën in het rechterdeelvenster.

  1. Open een opdrachtvenster met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Get-ImageGroup /ImageGroup:<Naam van installatiekopiegroep> uit. U kunt de volledige metagegevens voor elke installatiekopie in de groep weergeven door /Detailed aan de opdracht toe te voegen.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Toevoegen
Weergeven:
© 2014 Microsoft. Alle rechten voorbehouden.