Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

Netsh-opdrachten voor Interface IPv6

Netsh-opdrachten voor Interface IPv6

De Netsh-opdrachten voor Interface IPv6 vormen een opdrachtregelprogramma waarmee u interfaces, adressen, caches en routes van IPv6 kunt opvragen en configureren.

Daarnaast beschikt de Interface IPv6-context van netsh over een subcontext voor 6to4. U kunt de opdrachten in de context netsh interface IPv6 6to4 gebruiken om de configuratie van de 6to4-service op een 6to4-host of een 6to4-router in te stellen of weer te geven.

U kunt deze opdrachten uitvoeren vanaf de opdrachtprompt van de Windows Server 2003-familie of vanaf de opdrachtprompt voor de netsh interface IPv6-context. Deze opdrachten werken alleen vanaf de Windows Server 2003-opdrachtprompt als u eerst netsh interface ipv6 typt voordat u de opdrachten en parameters typt volgens de onderstaande syntaxis. Er zijn mogelijk functionele verschillen tussen netsh-contextopdrachten in Windows 2000 en in de Windows Server™ 2003-familie.

U kunt Help-informatie voor een opdracht weergeven bij de opdrachtprompt door Opdrachtnaam/? te typen, waarbij Opdrachtnaam de naam van de desbetreffende opdracht is.

Zie Netsh - overzicht en Een netsh-context openen voor meer informatie over netsh.

U geeft de syntaxis van een opdracht weer door op de opdracht te klikken:

6to4

Hiermee geeft u op dat de 6to4-context van netsh interface IPv6 6to4 moet worden gebruikt.

Syntaxis

6to4

add 6over4tunnel

Hiermee maakt u een 6over4-interface met het opgegeven IPv4-adres.

Syntaxis

add 6over4tunnel [[interface=]Tekenreeks] [localaddress=]IPv4-adres [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[ localaddress=]IPv4-adres
Vereist. Het IPv4-adres dat wordt ingekapseld.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardinstelling is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt een 6over4-interface gemaakt met het IPv4-adres 10.1.1.1 op de interface met de naam 'Privé'.

add 6over4tunnel "Privé" 10.1.1.1

add address

Hiermee voegt u een IPv6-adres toe aan een opgegeven interface. Tijdwaarden kunnen worden uitgedrukt in dagen (d), uren (h), minuten (m) en seconden (s). De waarde 2d staat bijvoorbeeld voor twee dagen.

Syntaxis

add address [[interface=]Tekenreeks] [address=]IPv6-adres [[type=]{unicast | anycast}] [[validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[ address=]IPv6-adres
Vereist. Het IPv6-adres dat u wilt toevoegen.
[[ type=]{unicast | anycast}]
Hiermee geeft u aan of u een unicast-adres (unicast) of een anycast-adres (anycast) wilt toevoegen. De standaardinstelling is unicast.
[[ validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur of geldigheidsduur van het adres op. De standaardwaarde is infinite.
[[ preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur of geldigheidsduur op die aanduidt hoe lang het adres de voorkeur heeft. De standaardwaarde is infinite.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt het IPv6-adres FE80::2 toegevoegd aan de interface 'Privé'.

add address "Privé" FE80::2

add dns

Hiermee wordt een nieuw IP-adres van een DNS-server IP toegevoegd aan de statisch geconfigureerde lijst met DNS-servers voor de opgegeven interface.

Syntaxis

add dns [interface=]Tekenreeks [address=]IP-adres [[index=]GeheelGetal]

Parameters

[ interface=]Tekenreeks
Vereist. De naam van de interface waarvoor het IP-adres van een DNS-server wordt toegevoegd aan de lijst met IP-adressen voor de DNS-server.
[ address=]IP-adres
Vereist. Het IPv6-adres van de toe te voegen DNS-server.
[[ index=]GeheelGetal]
Hiermee geeft u de positie in de statisch geconfigureerde lijst op waarin het IP-adres moet worden toegevoegd dat u hebt opgegeven met address. Het IP-adres van de DNS -server wordt standaard aan het einde van de lijst toegevoegd.

Opmerkingen

Als een index is opgegeven, wordt de DNS-server op die positie toegevoegd aan de lijst.

Voorbeelden

In het eerste voorbeeld wordt een DNS-server met het IPv6-adres FEC0:0:0:FFFF::1 toegevoegd aan de lijst met IP-adressen voor DNS-servers voor de interface 'Lokale verbinding'. In het tweede voorbeeld wordt een DNS-server met het IPv6-adres FEC0:0:0:FFFF::2 op de tweede positie ingevoegd in de lijst met servers voor de interface 'Lokale verbinding'.

add dns "Lokale verbinding" FEC0:0:0:FFFF::1

add dns "Lokale verbinding" FEC0:0:0:FFFF::2 index=2

add prefixpolicy

Hiermee wordt voor een opgegeven voorvoegsel een selectiebeleid voor bron- en doeladressen toegevoegd.

Syntaxis

add prefixpolicy [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal[precedence=]GeheelGetal [label=]GeheelGetal[[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u het voorvoegsel op waarvoor een beleid moet worden ingesteld in de beleidstabel. Met GeheelGetal geeft u de lengte van het voorvoegsel aan.
[ precedence=]GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u de prioriteitswaarde op die wordt gebruikt voor het sorteren van doeladressen in de beleidstabel.
[ label=]GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u de labelwaarde op waarmee beleid wordt toegestaan dat een specifiek bronadresvoorvoegsel vereist voor gebruik met een doeladresvoorvoegsel.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt een prefixbeleid voor voorvoegsel ::/96 toegevoegd, met de prioriteitswaarde 3 en de labelwaarde 4.

add prefixpolicy ::/96 3 4

add route

Hiermee wordt een route voor een opgegeven voorvoegsel toegevoegd. Tijdwaarden kunnen worden uitgedrukt in dagen (d), uren (h), minuten (m) en seconden (s). De waarde 2d staat bijvoorbeeld voor twee dagen.

Syntaxis

add route [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal [[interface=]Tekenreeks] [[nexthop=]IPv6-adres] [[siteprefixlength=]GeheelGetal] [[metric=]GeheelGetal] [[publish=]{no | yes | immortal}] [[validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Het voorvoegsel waarvoor een route moet worden toegevoegd. Met GeheelGetal geeft u de lengte van het voorvoegsel aan.
[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ nexthop=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het gateway-adres op, als het voorvoegsel niet on-link is.
[[ siteprefixlength=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de lengte van het voorvoegsel voor de hele site op, als het voorvoegsel niet on-link is.
[[ metric=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de routemetric op.
[[ publish=]{no | yes | immortal}]
Hiermee geeft u op of routes worden worden geadverteerd (yes), worden geadverteerd met een oneindige levensduur (immortal) of niet worden geadverteerd (no) in route-advertisements. De standaardwaarde is no.
[[ validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur op die aangeeft hoe lang de route geldig is. De standaardwaarde is infinite.
[[ preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur op die aangeeft hoe lang de route de voorkeur heeft. De standaardwaarde is infinite.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt op de interface 'Internet' een route toegevoegd met het voorvoegsel 3FFE:: en een voorvoegsellengte van 16 bits (3FFE::/16). De waarde voor nexthop is FE80::1.

add route 3FFE::/16 "Internet" FE80::1

add v6v4tunnel

Hiermee wordt een IPv6-in-IPv4-tunnel gemaakt.

Syntaxis

add v6v4tunnel [[interface=]Tekenreeks] [localaddress=]IPv4-adres [remoteaddress=]IPv4-adres [[neighbordiscovery=]{enabled | disabled}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[ localaddress=]IPv4-adres
Vereist. Het IPv4-adres van het eindpunt van de lokale tunnel.
[ remoteaddress=]IPv4-adres
Vereist. Het IPv4-adres van het eindpunt van de externe tunnel.
[[ neighbordiscovery=]{enabled | disabled}]
Hiermee geeft u aan of Neighbor Discovery is ingeschakeld (enabled) of uitgeschakeld (disabled) op de interface. De standaardinstelling is disabled.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt een IPv6-in-IPv4-tunnel gemaakt tussen het lokale adres 10.0.0.1 en het externe adres 192.168.1.1 op de interface 'Privé'.

add v6v4tunnel "Privé" 10.0.0.1 192.168.1.1

delete address

Syntaxis

delete address [[interface=]Tekenreeks] [address=]IPv6-adres [[store=]{active | persistent}]

Hiermee verwijdert u een IPv6-adres op een opgegeven interface.

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[ address=]IPv6-adres
Vereist. Het IPv6-adres dat moet worden verwijderd.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u aan of de verwijdering permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de volgende keer wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt het adres FE80::2 verwijderd uit de interface 'Privé'.

delete address "Privé" FE80::2

delete destinationcache

Hiermee wordt de doelcache gewist. Als een interface is opgegeven, wordt alleen de cache op die interface gewist. Als ook een adres is opgegeven, wordt alleen die vermelding in de doelcache verwijderd.

Syntaxis

delete destinationcache [[interface=]Tekenreeks] [[address=]IPv6-adres]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ address=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het adres van de bestemming op.

Opmerkingen

Wanneer geen parameters zijn opgegeven, worden alle vermeldingen in de doelcaches voor alle interfaces verwijderd.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt de doelcache voor de interface 'Privé' verwijderd.

delete destinationcache "Privé"

delete dns

Hiermee worden statisch geconfigureerde IPv6-adressen van DNS-servers verwijderd voor een opgegeven interface.

Syntaxis

delete dns [interface=]Tekenreeks [[address=]{IPv6-adres | all}]

Parameters

[ interface=]Tekenreeks
Vereist. De naam van de interface waarvoor u een DNS-server wilt verwijderen uit de lijst met DNS-servers.
[[ address=]{IPv6-adres | all}]
Het IPv6-adres van de DNS-server dat moet worden verwijderd. Als u all opgeeft, worden alle IPv6-adressen van de DNS-server in de lijst verwijderd voor de interface.

Voorbeelden

In het eerste voorbeeld wordt het IPv6-adres FEC0:0:0:FFFF::1 van de DNS-server verwijderd uit de lijst met adressen voor de verbinding 'Lokale verbinding'. In het tweede voorbeeld worden alle IPv6-adressen van de DNS-server verwijderd voor de verbinding 'Lokale verbinding'.

delete dns "Lokale verbinding" FEC0:0:0:FFFF::1

delete dns "Lokale verbinding" all

delete interface

Hiermee wordt een opgegeven interface verwijderd uit de IPv6-stack.

Syntaxis

delete interface [[interface=]Tekenreeks] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ store=]{active | persistent}]
Hiermee geeft u aan of de verwijdering permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de volgende keer wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt de interface 'Privé' verwijderd.

delete interface "Privé"

delete neighbors

Hiermee wordt aangegeven dat alle vermeldingen in de neighbor-cache worden verwijderd. Als een interface is opgegeven, wordt alleen de cache op die interface gewist. Als ook een adres is opgegeven, wordt alleen die vermelding in de neighbor-cache verwijderd.

Syntaxis

delete neighbors [[interface=]Tekenreeks] [[address=]IPv6-adres]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ address=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het adres van de neighbor op.

Voorbeelden

In dit voorbeeld worden alle vermeldingen verwijderd uit de neighbor-cache op de interface 'Privé'.

delete neighbors "Privé"

delete prefixpolicy

Hiermee wordt voor een opgegeven voorvoegsel het selectiebeleid voor bron- en doeladressen verwijderd.

Syntaxis

delete prefixpolicy [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal[[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u het voorvoegsel (IPv6-adres) en de voorvoegsellengte (GeheelGetal) op die moeten worden verwijderd uit de beleidstabel.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u aan of de verwijdering permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de volgende keer wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt het voorvoegsel ::/96 verwijderd uit de beleidstabel.

delete prefixpolicy ::/96

delete route

Hiermee wordt een IPv6-route verwijderd.

Syntaxis

delete route [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal [[interface=]Tekenreeks] [[nexthop=]IPv6-adres] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Het voorvoegsel van de te verwijderen route.
[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ nexthop=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het gateway-adres op, als het voorvoegsel niet on-link is.
[[ store=]{active | persistent}]
Hiermee geeft u aan of de verwijdering permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de volgende keer wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt de route met het voorvoegsel 3FFE::/16 en de gateway FE80::1 verwijderd uit de interface 'Internet'.

delete route 3FFE::/16 "Internet" FE80::1

dump

Hiermee wordt de IPv6-configuratie van de netwerkadapter gedumpt in het opdrachtpromptvenster wanneer de opdracht wordt uitgevoerd binnen de Netsh-context. Bij uitvoering in een batchbestand of script kan de uitvoer in een tekstbestand worden opgeslagen.

Syntaxis

netsh interface ipv6 dump > [ PadEnBestandsnaam ]

Parameters

[ PadEnBestandsnaam]
De locatie waar het bestand wordt opgeslagen en de naam van het doelbestand waarin de configuratie moet worden opgeslagen.

Opmerkingen

  • Als de uitvoer zich in een bestand bevindt, kunt u met de opdracht netsh exec een andere computer configureren met dezelfde IPv6-configuratie of de oorspronkelijke configuratie herstellen op dezelfde computer.
  • Met de opdracht dump worden alle IPv6-configuratiegegevens opgeslagen. Als er bijvoorbeeld een ISATAP- of 6to4-configuratie is gedefinieerd op een interface, worden deze instellingen met de opdracht dump opgeslagen in het tekstbestand.

Voorbeelden

In het eerste voorbeeld wordt de opdracht handmatig uitgevoerd in de context netsh interface ipv6 van een opdrachtprompt. De IPv6-configuratie wordt weergegeven in het opdrachtpromptvenster en kan worden gekopieerd naar een tekstbestand. In het tweede voorbeeld wordt de opdracht dump uitgevoerd in een batchbestand en wordt de configuratie opgeslagen in een tekstbestand met de naam Ipv6_conf.txt op de locatie C:\Temp.

dump

netsh interface ipv6 dump > C:\temp\ipv6_conf.txt

install

Hiermee wordt IPv6 geïnstalleerd.

Syntaxis

install

isatap

Hiermee geeft u op dat de isatap-context van netsh interface IPv6 isatap wordt gebruikt.

Syntaxis

isatap

Opmerkingen

renew

Hiermee worden IPv6-interfaces opnieuw gestart.

Syntaxis

renew [[interface=]Tekenreeks]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.

Voorbeelden

renew "Privé"

reset

Hiermee stelt u de IPv6-configuratiestatus opnieuw in.

Syntaxis

reset

set address

Hiermee wijzigt u een IPv6-adres op een opgegeven interface. Tijdwaarden kunnen worden uitgedrukt in dagen (d), uren (h), minuten (m) en seconden (s). De waarde 2d staat bijvoorbeeld voor twee dagen.

Syntaxis

set address [[interface=]Tekenreeks] [address=]IPv6-adres [[type=]{unicast | anycast}] [[validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[ address=]IPv6-adres
Vereist. Het IPv6-adres dat moet worden gewijzigd.
[[ type=]{unicast | anycast}]
Hiermee geeft u op of het om een unicast-adres (unicast) of een anycast-adres (anycast) gaat. De standaardinstelling is unicast.
[[ validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur of geldigheidsduur van het adres op. De standaardwaarde is infinite.
[[ preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur of geldigheidsduur op die aanduidt hoe lang het adres de voorkeur heeft. De standaardwaarde is infinite.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt het adres FE80::2 op de interface 'Privé' ingesteld als een anycast-adres.

set address "Privé" FE80::2 anycast

set global

Hiermee worden globale configuratieparameters gewijzigd.

Syntaxis

set global [[defaultcurhoplimit=]GeheelGetal] [neighborcachelimit=]GeheelGetal [[routecachelimit=]GeheelGetal] [[reassemblylimit=]GeheelGetal] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ defaultcurhoplimit=]GeheelGetal]
De standaard-hoplimiet voor verzonden pakketten.
[ neighborcachelimit=]GeheelGetal
Vereist. Het maximum aantal vermeldingen in de neighbor-cache.
[[ routecachelimit=]GeheelGetal]
Het maximum aantal vermeldingen in de routecache.
[[ reassemblylimit=]GeheelGetal]
De maximale grootte van de buffer voor opnieuw samenvoegen.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld worden algemene parameters ingesteld voor alle IPv6-interfaces op de computer. De standaard-hoplimiet wordt ingesteld op 32, het maximum aantal vermeldingen in de neighbor-cache op 100 en het maximum aantal vermeldingen in de routecache op 100.000.

set global 32 100 100000

set interface

Hiermee wijzigt u configuratieparameters voor een interface.

Syntaxis

set interface [[interface=]Tekenreeks] [[forwarding=]{enabled | disabled}] [[advertise=]{enabled | disabled}] [[mtu=]GeheelGetal] [[siteid=]GeheelGetal] [[metric=]GeheelGetal] [[firewall=]{enabled | disabled}] [[siteprefixlength=]GeheelGetal] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ forwarding=]{enabled | disabled}]
Hiermee bepaalt u of pakketten die op deze interface aankomen, kunnen worden doorgestuurd naar andere interfaces. De standaardinstelling is disabled.
[[ advertise=]{enabled | disabled}]
Hiermee geeft u aan of router-advertisements worden verzonden op deze interface. De standaardinstelling is disabled.
[[ mtu=]GeheelGetal]
De MTU van deze interface. De standaard-MTU is de natuurlijke MTU van de link.
[[ siteid=]GeheelGetal]
De zone-id van de sitescope.
[[ metric=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de interfacemetric op, die wordt toegevoegd aan routemetrics voor alle routes via de interface.
[[ firewall=]{enabled | disabled}]
Hiermee geeft u op of de firewallmodus moet worden gebruikt.
[[ siteprefixlength=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de standaardlengte op van het globale voorvoegsel voor de hele site.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt de interface met de naam 'Privé' ingesteld, met de site-id 2 en de metric 2. Alle andere parameterwaarden behouden de standaardwaarden.

set interface "Privé" siteid=2 metric=2

set mobility

Hiermee worden mobiliteitsconfiguratieparameters gewijzigd.

Syntaxis

set mobility [[security=]{enabled | disabled}] [[bindingcachelimit=]GeheelGetal] [[correspondentnode=]enabled | disabled] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ security=]{enabled | disabled}]
Hiermee geeft u aan of binding-updates moeten worden beveiligd.
[[ bindingcachelimit=]GeheelGetal]
Het maximum aantal vermeldingen in de binding-cache.
[[ correspondentnode=]enabled | disabled]
Hiermee geeft u aan of de Correspondent Node-functionaliteit moet worden ingeschakeld (enabled) of uitgeschakeld (disabled). De functionaliteit is standaard uitgeschakeld.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

set mobility security=disabled bindingcachelimit=1000 corr=enabled

set prefixpolicy

Hiermee wordt voor een opgegeven voorvoegsel een selectiebeleid voor bron- en doeladressen gewijzigd.

Syntaxis

set prefixpolicy [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal[precedence=]GeheelGetal [label=]GeheelGetal[[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u het voorvoegsel op waarvoor een beleid moet worden ingesteld in de beleidstabel. Met GeheelGetal geeft u de lengte van het voorvoegsel aan.
[ precedence=]GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u de prioriteitswaarde op die wordt gebruikt voor het sorteren van doeladressen in de beleidstabel.
[ label=]GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u de labelwaarde op waarmee beleid wordt toegestaan dat een specifiek bronadresvoorvoegsel vereist voor gebruik met een doeladresvoorvoegsel.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt in de beleidstabel een beleid ingesteld voor het voorvoegsel ::/96, met de prioriteitswaarde 3 en de labelwaarde 4.

set prefixpolicy ::/96 3 4

set privacy

Hiermee worden parameters gewijzigd die te maken hebben met het genereren van tijdelijke adressen. Als u randomtime= hebt opgegeven, wordt maxrandomtime= genegeerd. Tijdwaarden kunnen worden uitgedrukt in dagen (d), uren (h), minuten (m) en seconden (s). De waarde 2d staat bijvoorbeeld voor twee dagen.

Syntaxis

set privacy [[state=]{enabled | disabled}] [[maxdadattempts=]GeheelGetal] [[maxvalidlifetime=]GeheelGetal] [[maxpreferredlifetime=]GeheelGetal] [[regeneratetime=]GeheelGetal] [[maxrandomtime=]GeheelGetal] [[randomtime=]GeheelGetal] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ state=]{enabled | disabled}]
Hiermee geeft u aan of tijdelijke adressen zijn ingeschakeld.
[[ maxdadattempts=]GeheelGetal]
Het aantal pogingen dat is gedaan om te zoeken naar dubbele adressen. De standaardwaarde is 5.
[[ maxvalidlifetime=]GeheelGetal]
Hiermee geeft u de maximale levensduur of geldigheidsduur van het tijdelijke adres op. De standaardinstelling is 7d (zeven dagen).
[[ maxpreferredlifetime=]GeheelGetal]
De maximale levensduur of geldigheidsduur die aangeeft hoe lang het adres de voorkeur heeft. De standaardinstelling is 1d (één dag).
[[ regeneratetime=]GeheelGetal]
De tijdsduur tussen het genereren van een nieuw adres en het vervallen van een tijdelijk adres. De standaardwaarde is 5s (vijf seconden).
[[ maxrandomtime=]GeheelGetal]
De bovenlimiet bij het berekenen van een willekeurige vertraging tijdens het opstarten. De standaardwaarde is 10m (tien minuten).
[[ randomtime=]GeheelGetal]
Een tijdwaarde die moet worden gebruikt in plaats van een waarde die tijdens het opstarten wordt gegenereerd.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

set route

Hiermee worden routeparameters gewijzigd. Tijdwaarden kunnen worden uitgedrukt in dagen (d), uren (h), minuten (m) en seconden (s). De waarde 2d staat bijvoorbeeld voor twee dagen.

Syntaxis

set route [prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal [[interface=]Tekenreeks] [[nexthop=]IPv6-adres] [[siteprefixlength=]GeheelGetal] [[metric=]GeheelGetal] [publish=]{no | yes | immortal}] [[validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[ prefix=]IPv6-adres/GeheelGetal
Vereist. Hiermee geeft u het voorvoegsel (IPv6-adres) en de voorvoegsellengte (GeheelGetal) op van de route die moet worden gewijzigd.
[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ nexthop=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het gateway-adres op, als het voorvoegsel niet on-link is.
[[ siteprefixlength=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de lengte van het voorvoegsel voor de hele site op, als het voorvoegsel niet on-link is.
[[ metric=] GeheelGetal]
Hiermee geeft u de routemetric op.
[[ publish=]{no | yes | immortal}]
Hiermee geeft u op of routes worden worden geadverteerd (yes), worden geadverteerd met een oneindige levensduur (immortal) of niet worden geadverteerd (no) in route-advertisements. De standaardwaarde is no.
[[ validlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur op die aangeeft hoe lang de route geldig is. De standaardwaarde is infinite.
[[ preferredlifetime=]{GeheelGetal | infinite}]
Hiermee geeft u de levensduur op die aangeeft hoe lang de route de voorkeur heeft. De standaardwaarde is infinite.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of de wijziging permanent is (persistent) of alleen van kracht blijft totdat de computer opnieuw wordt opgestart (active). De standaardwaarde is persistent.

Voorbeelden

In dit voorbeeld wordt een route ingesteld op de interface 'Internet'. Het voorvoegsel van de route is 3FFE:: en de lengte van het voorvoegsel is 16 bits. Het adres van de gateway, dat wordt ingesteld met de parameter nexthop=, is FE80::1.

set route 3FFE::/16 "Internet" FE80::1

set state

Hiermee wordt ondersteuning van IPv4 in- of uitgeschakeld. Ondersteuning is standaard uitgeschakeld voor alle parameters.

Syntaxis

set state [[6over4=]{enabled | disabled | default}] [[v4compat=]{enabled | disabled | default}]

Parameters

[[6over4=]{enabled| disabled| default}]
Hiermee geeft u aan of 6over4-interfaces worden gemaakt. U kunt 6over4-compatibele interfaces uitschakelen en verwijderen door default op te geven. Als u 6over4-compatibele interfaces wilt uitschakelen zonder deze te verwijderen, geeft u disabled op.
[[ v4compat=]{ enabled| disabled| default}]
Hiermee geeft u aan of IPv4-compatibele interfaces worden gemaakt. U kunt IPv4-compatibele interfaces uitschakelen en verwijderen door default op te geven. Als u IPv4-compatibele interfaces wilt uitschakelen zonder deze te verwijderen, geeft u disabled op.

Voorbeelden

In het eerste voorbeeld worden IPv4-compatibele adressen uitgeschakeld en worden bestaande interfaces verwijderd. In het tweede voorbeeld worden IPv4-compatibele adressen ingeschakeld

set state default

set state 6over4=disabled v4compat=enabled

show address

Hiermee worden alle IPv6-adressen weergegeven of alle adressen op een opgegeven interface.

Syntaxis

show address [[interface=]Tekenreeks] [[level=]{normal | verbose}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ level=]{normal | verbose}]
Hiermee geeft u op of per interface één regel wordt weergegeven (normal) of dat voor elke interface aanvullende informatie wordt weergegeven (verbose). Als u geen interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling normal. Wanneer u wel een interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling verbose.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) adressen worden weergegeven. De standaardwaarde is active.

show bindingcacheentries

Hiermee worden alle vermeldingen in de binding-cache weergegeven.

Syntaxis

show bindingcacheentries

show destinationcache

Hiermee worden alle vermeldingen in de doelcache weergegeven. Als een interface is opgegeven, wordt alleen de cache op die interface weergegeven. Als ook een adres is opgegeven, wordt alleen die vermelding in de doelcache weergegeven.

Syntaxis

show destinationcache [[interface=]Tekenreeks] [[address=]IPv6-adres]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ address=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het adres van de bestemming op.

show dns

Hiermee wordt de DNS-serverconfiguratie voor een of meer interfaces weergegeven.

Syntaxis

show dns [[interface=]Tekenreeks]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
De naam van de interface waarvoor u geconfigureerde IPv6-adressen van DNS-servers wilt weergeven. Als geen interface is opgegeven, worden servers voor alle interfaces weergegeven.

Voorbeelden

In dit voorbeeld worden IPv6-adressen weergegeven van DNS-servers die zijn geconfigureerd op de interface 'Lokale verbinding'.

show dns "Lokale verbinding"

show global

Hiermee worden de globale configuratieparameters weergegeven.

Syntaxis

show global [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) informatie wordt weergegeven. De standaardwaarde is active.

show interface

Hiermee wordt informatie weergegeven over alle interfaces of een opgegeven interface.

Syntaxis

show interface [[interface=]Tekenreeks] [[level=]{normal | verbose}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ level=]{normal | verbose}]
Hiermee geeft u op of per interface één regel wordt weergegeven (normal) of dat voor elke interface aanvullende informatie wordt weergegeven (verbose). Als u geen interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling normal. Wanneer u wel een interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling verbose.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) interfaces worden weergegeven. De standaardwaarde is active.

show joins

Hiermee worden alle IPv6 multicast-adressen weergegeven of alle multicast-adressen op een opgegeven interface.

Syntaxis

show joins [[interface=]Tekenreeks] [[level=]{normal | verbose}]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ level=]{normal | verbose}]
Hiermee geeft u op of per interface één regel wordt weergegeven (normal) of dat voor elke interface aanvullende informatie wordt weergegeven (verbose). Als u geen interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling normal. Wanneer u wel een interface hebt opgegeven, is de standaardinstelling verbose.

show mobility

Hiermee worden mobiliteitsconfiguratieparameters weergegeven.

Syntaxis

show mobility [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) informatie wordt weergegeven. De standaardwaarde is active.

show neighbors

Hiermee worden vermeldingen in de neighbor-cache weergegeven. Als een interface is opgegeven, wordt alleen de cache op die interface weergegeven. Als ook een adres is opgegeven, wordt alleen die vermelding in de neighbor-cache weergegeven.

Syntaxis

show neighbors [[interface=]Tekenreeks] [[address=]IPv6-adres]

Parameters

[[ interface=]Tekenreeks]
Hiermee geeft u een interfacenaam of index op.
[[ address=]IPv6-adres]
Hiermee geeft u het adres van de neighbor op.

show prefixpolicy

Hiermee worden vermeldingen weergegeven in de beleidstabel met voorvoegsels die worden gebruikt bij de selectie van bron- en doeladressen.

Syntaxis

show prefixpolicy [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) informatie wordt weergegeven. De standaardwaarde is active.

show privacy

Hiermee worden privacyconfiguratieparameters weergegeven.

Syntaxis

show privacy [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) informatie wordt weergegeven. De standaardwaarde is active.

show routes

Hiermee worden vermeldingen in de routetabel weergegeven.

Syntaxis

show routes [[level=]{normal | verbose}] [[store=]{active | persistent}]

Parameters

[[ level=]{normal | verbose}]
Hiermee geeft u op of alleen normale routes (normal) worden weergegeven of routes die worden gebruikt voor loopback (verbose). De standaardwaarde is normal.
[[ store=]{ active| persistent}]
Hiermee geeft u op of actieve (active) of permanente (persistent) routes worden weergegeven. De standaardwaarde is active.

show siteprefixes

Hiermee wordt de tabel met sitevoorvoegsels weergegeven.

Syntaxis

show siteprefixes

uninstall

Hiermee wordt de installatie van IPv6 ongedaan gemaakt.

Syntaxis

uninstall

Netsh-interface IPv6 6to4

U kunt de volgende opdrachten gebruiken in de context netsh interface IPv6 6to4 om de configuratie weer te geven of de 6to4-service op een 6to4-host of een 6to4-router te configureren. Raadpleeg IPv6-verkeer tussen knooppunten op verschillende sites op internet (6to4) voor meer informatie over de 6to4-service.

Zie Netsh - overzicht voor meer informatie over Netsh.

set interface

Hiermee wordt de 6to4-service geconfigureerd op een interface.

Syntaxis

set interface [name=] Interfacenaam [[routing=] {enabled | disabled | default}]

Parameters

[ name=]Interfacenaam
Vereist. De naam van de interface die u wilt configureren voor de 6to4-service. Interfacenaam moet overeenkomen met de naam van de interface die is opgegeven in Netwerkverbindingen. Als Interfacenaam spaties bevat, plaatst u deze tussen aanhalingstekens.
[[ routing=] {enabled | disabled | default}]
Hiermee geeft u op of het doorsturen van ontvangen 6to4-pakketten op de interface is ingeschakeld, uitgeschakeld of ingesteld op de standaardwaarde.

Opmerkingen

  • Met deze opdracht kunt u het routeringsgedrag van de 6to4-service voor een specifieke interface inschakelen, uitschakelen of instellen op de standaardwaarde.

De standaardinstelling voor de parameter routing= is enabled, waarbij de routering op privé-interfaces is ingeschakeld als een gedeelde internetverbinding (ICS) wordt gebruikt.

Opmerking

  • Internet-verbinding delen en Netwerkbrug maken geen deel uit van Windows Server 2003, Web Edition, Windows Server2003, Datacenter Edition, en de Itanium-versies van de oorspronkelijke release van de Windows Server 2003-besturingssystemen.

show interface

Hiermee geeft u de routeringsconfiguratie van de 6to4-service weer voor alle interfaces of op een opgegeven interface.

Syntaxis

show interface [[name=] Interfacenaam]

Parameters

[[ name=]Interfacenaam
De naam van de interface waarvoor u de configuratie van de 6to4-service wilt weergeven. Interfacenaam moet overeenkomen met de naam van de interface die is opgegeven in Netwerkverbindingen. Als Interfacenaam spaties bevat, plaatst u deze tussen aanhalingstekens.

Opmerkingen

  • Als u geen interfacenaam opgeeft, wordt de 6to4-configuratie voor alle interfaces weergegeven.

set relay

Hiermee wordt de naam van de 6to4-relayrouter geconfigureerd voor de 6to4-service. Bovendien geeft u hiermee aan hoe vaak de naam wordt omgezet en specificeert u de status van het relayonderdeel voor de 6to4-service.

Syntaxis

set relay [[name=] {DNS-naamRelay | default}] [[state=] {enabled | disabled | automatic | default}] [[interval=] {Omzetinterval | default}]

Parameters

[[ name=] {DNS-naamRelay | default}]
Hiermee geeft u de volledige domeinnaam (FQDN) op van een 6to4-relayrouter op IPv4-internet (DNS-naamRelay) of stelt u de relaynaam in op de standaardwaarde 6to4.ipv6.microsoft.com (default).
[[ state=] {enabled | disabled | automatic | default}]
Hiermee geeft u op of de status van het relayonderdeel van de 6to4-service is ingeschakeld, uitgeschakeld, automatisch wordt ingeschakeld als een openbaar IPv4-adres wordt geconfigureerd, of is ingesteld op de standaardwaarde.
[[ interval=] {Omzetinterval | default}]
Hiermee geeft u op hoe vaak de naam van de relayrouter wordt omgezet in minuten (Omzetinterval) of stelt u het omzetinterval in op de standaardwaarde van 1440 minuten (default).

Opmerkingen

  • De 6to4-relayrouter is een router die een toegangspunt biedt tussen het IPv4-Internet en de 6bone (het IPv6-deel van het Internet). Om vanuit een 6to4-router toegang te verkrijgen tot 6bone-bronnen, kapselt de 6to4-router 6to4-verkeer in in een IPv4-header en verzendt deze naar het IPv4-adres van de 6to4-relayrouter. De 6to4-relayrouter verwijdert de IPv4-header en stuurt het verkeer door naar de 6bone. Voor terugkerend verkeer kapselt de 6to4-relayrouter IPv6-verkeer in en verzendt dit naar de 6to4-router op de 6to4-hostsite.
  • De standaardnaam van de 6to4-relayrouter is 6to4.ipv6.microsoft.com.
  • De standaardinstelling is automatic, waarbij het doorsturen van IPv6-verkeer naar een relayrouter is ingeschakeld wanneer een openbaar IPv4-adres wordt toegewezen aan een interface.
  • Het standaard-omzetinterval is 1440 minuten (eenmaal per dag).

show relay

Hiermee wordt de configuratie van de relayrouter voor de 6to4-service weergegeven.

Syntaxis

show relay

set routing

Hiermee wordt de status ingesteld voor de routering en het opnemen van site-local adresprefixen in router-advertisements die worden verzonden door de 6to4-router.

Syntaxis

set routing [[routing=] {enabled | disabled | automatic | default}] [[sitelocals=] {enabled | disabled | default}]

Parameters

[[ routing=] {enabled | disabled | automatic | default}]
Hiermee geeft u op of de routeringsstatus voor een 6to4-router is ingesteld op ingeschakeld, uitgeschakeld, automatisch ingeschakeld als gedeelde Internet-verbinding (ICS) is ingeschakeld of de standaardwaarde.
[[ sitelocals=] {enabled | disabled | default}]
Hiermee geeft u aan of het adverteren van site-local adresprefixen naast 6to4-adresprefixen is ingeschakeld, uitgeschakeld of ingesteld op de standaardwaarde.

Opmerkingen

  • De standaardwaarde voor de parameter routing= is automatic, waarbij de routering op privé-interfaces is ingeschakeld wanneer gedeelde internetverbinding (ICS) wordt gebruikt.
  • De standaardinstelling voor de parameter sitelocals= is enabled, waarbij het adverteren van site/local-voorvoegsels is ingeschakeld als site/local-adressen zijn geconfigureerd op privé-interfaces.

Opmerking

  • Internet-verbinding delen en Netwerkbrug maken geen deel uit van Windows Server 2003, Web Edition, Windows Server2003, Datacenter Edition, en de Itanium-versies van de oorspronkelijke release van de Windows Server 2003-besturingssystemen.

show routing

Hiermee wordt de configuratie van de routering van de 6to4-service weergegeven.

Syntaxis

show routing

set state

Hiermee wordt de status van de 6to4-service geconfigureerd.

Syntaxis

set state [[state=] {enabled | disabled | default}] [[undoonstop=] {enabled | disabled | default}] [[6over4=] {enabled | disabled | default}]

Parameters

[[ state=] {enabled | disabled | default}]
Hiermee geeft u op of de status van de 6to4-service ingeschakeld, uitgeschakeld of ingesteld op de standaardwaarde is.
[[ undoonstop=] {enabled | disabled | default}]
Hiermee geeft u op of het terugzetten van alle automatische configuratie door de 6to4-service bij het stoppen van de service is ingeschakeld, uitgeschakeld of ingesteld op de standaardwaarde.

Opmerkingen

  • De standaardinstelling van de parameter state= is enabled, waarbij de 6to4-service is ingeschakeld.
  • De standaardinstelling van de parameter undoonstop= is enabled, waarbij de gehele automatische configuratie door de 6to4-service wordt teruggezet wanneer de service wordt gestopt.

show state

Hiermee geeft u de status van de 6to4-service weer.

Syntaxis

show state

reset

Hiermee wordt de 6to4-service opnieuw ingesteld.

Syntaxis

reset

Netsh-interface ipv6 isatap

ISATAP (Intra-Site Automatic Tunnel Addressing Protocol) is een mechanisme voor adrestoewijzing en tunneling waarmee de communicatie tussen IPv6/IPv4-knooppunten in een IPv4-site mogelijk is. De methode wordt beschreven in het internetconcept met de titel 'Intra-Site Automatic Tunnel Addressing Protocol (ISATAP)' (draft-ietf-ngtrans-isatap-00.txt). Met de volgende opdrachten kunt u de ISATAP-router configureren.

set router

Hiermee geeft u gegevens op voor de ISATAP-router, zoals de naam van de router, de status en het omzetinterval.

Syntaxis

set router [[name=]{Tekenreeks | default}] [[state=]{Enabled | Disabled | Default}] [[interval]=GeheelGetal]

Parameters

[[ name=]{Tekenreeks | default}]
Hiermee kunt u een naam opgeven voor de router. Als u default hebt opgegeven, wordt de standaardnaam gebruikt.
[[ state=]{Enabled | Disabled | Default}]
Hiermee geeft u op of de ISATAP-router pakketten opnieuw uitzendt naar subnetten.
[[ interval]=GeheelGetal]
Het interval voor het omzetten van de router, in minuten. Het standaardinterval is 1440 (24 uur).

Voorbeelden

In het volgende voorbeeld wordt de naam van de router ingesteld op isatap, wordt de router geactiveerd en wordt het omzetinterval ingesteld op 120 minuten:

set router isatap enabled 120

show router

Hiermee worden configuratiegegevens voor de opgegeven ISATAP-router weergegeven.

Syntaxis

show router

Opmerkingen

Met deze opdracht worden de naam van de router, de status voor opnieuw uitzenden en het omzetinterval weergegeven.

Verklaring van de opmaak

 

Opmaak Betekenis

Cursief

Gegevens die de gebruiker moet opgeven

Vet

Elementen die de gebruiker precies moet typen zoals ze worden weergegeven

Weglatingsteken (...)

Parameter die meerdere malen kan worden herhaald op een opdrachtregel

Tussen vierkante haken ([])

Optionele items

Tussen accolades ({}), keuzes gescheiden door sluisteken (|). Voorbeeld: {even|oneven}

Een reeks keuzemogelijkheden waaruit de gebruiker er één moet kiezen

Courier font

Code of programma-uitvoer

Zie ook

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Toevoegen
Weergeven:
© 2014 Microsoft