Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen
6 van 8 hebben dit beoordeeld als nuttig - Dit onderwerp beoordelen

De functie DNS-server

Bijgewerkt: januari 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008

DNS (Domain Name System) is een systeem voor naamgeving van computers en netwerkservices dat is geordend in een hiërarchie van domeinen. DNS-netwerken, bijvoorbeeld internet, gebruiken DNS om computers en services te zoeken aan de hand van gebruikersvriendelijke namen.

Om het gebruik van netwerkbronnen eenvoudiger te maken, bieden naamsystemen zoals DNS een methode om de gebruikersvriendelijke naam van een computer of service te koppelen aan andere informatie die aan deze naam gekoppeld is, bijvoorbeeld een IP-adres. Een gebruikersvriendelijke naam is eenvoudiger te leren en te onthouden dan de numerieke adressen die computers gebruiken om via een netwerk te communiceren. De meeste mensen geven de voorkeur aan het gebruik van een gebruikersvriendelijke naam zoals sales.fabrikam.com om een e-mailserver of webserver in een netwerk te vinden in plaats van een IP-adres zoals 157.60.0.1. Als een gebruiker een gebruikersvriendelijke DNS-naam invoert in een toepassing, wordt deze naam door DNS-services omgezet naar een numeriek adres.

Wat is de functie van een DNS-server?

Een DNS-server verzorgt de omzetting van namen voor TCP/IP-netwerken. Dit betekent dat gebruikers of clientcomputers met namen in plaats van met numerieke IP-adressen externe hosts kunnen identificeren. Een clientcomputer zendt de naam van een externe host naar een DNS-server, die reageert met het bijbehorende IP-adres. De clientcomputer kan vervolgens rechtstreeks berichten verzenden naar het IP-adres van de externe host. Het kan voorkomen dat in de database van de DNS-server geen vermelding staat voor de externe host. De DNS-server kan dan een reactie zenden naar de client met het adres van een DNS-server die waarschijnlijk wel informatie over de externe host heeft, of zelf een query uitvoeren voor de andere DNS-server. Dit proces kan recursief worden uitgevoerd totdat de clientcomputer het IP-adres ontvangt of wordt vastgesteld dat de opgevraagde naam niet bij een host in de specifieke DNS-naamruimte hoort.

De DNS-server in het besturingssysteem Windows Server® 2008 voldoet aan de set van Requests for Comments (RFC's) die het DNS-protocol definiëren en standaardiseren. Omdat de DNS Server-service RFC-compatibel is en standaardindelingen voor DNS-gegevensbestanden en bronrecords kan gebruiken, kan deze service prima samenwerken met de meeste andere DNS-serverimplementaties, bijvoorbeeld DNS-implementaties die gebruikmaken van BIND-software (Berkeley Internet Name Domain).

Binnen een Windows®-netwerk biedt de DNS-server in Windows Server 2008 bovendien de volgende extra voordelen:

  • Ondersteuning voor Active Directory® Domain Services (AD DS)

    Voor de ondersteuning van AD DS is DNS vereist. Als u de functie Active Directory Domain Services op een server installeert, kunt u automatisch een DNS-server installeren en configureren als er geen DNS-server wordt gevonden die voldoet aan de AD DS-vereisten.

    DNS-zones kunnen worden opgeslagen in de domein- of toepassingsmappartities van AD DS. Een partitie is een gegevenscontainer in AD DS waarin gegevens voor verschillende replicatiedoeleinden kunnen worden onderscheiden. U kunt opgeven in welke partitie van AD DS u de zone wilt opslaan. Hierdoor bepaalt u automatisch de set domeincontrollers waartussen de gegevens van deze zone worden gerepliceerd.

    In het algemeen is het sterk aan te raden de DNS-server in Windows Server 2008 te gebruiken. Op die manier worden AD DS en verbeterde DNS-serveronderdelen optimaal geïntegreerd en ondersteund. U kunt echter ook een ander type DNS-server gebruiken ter ondersteuning van de AD DS-implementatie.

  • Stub-zones

    Een van de typen zones die door DNS in Windows Server 2008 worden ondersteund, is de zogenaamde stub-zone. Een stub-zone is een kopie van een zone die alleen bronrecords bevat voor het identificeren van de DNS-servers die als autoriteit voor die zone optreden. Door middel van een stub-zone wordt een DNS-server die als host voor een bovenliggende zone fungeert, op de hoogte gehouden van de DNS-servers met autoriteit voor de onderliggende zone. Hierdoor worden DNS-namen steeds efficiënt omgezet.

  • Integratie met andere Microsoft-netwerkservices

    De DNS Server-service biedt integratie met andere services en bevat meer onderdelen dan aangegeven in de DNS RFC's (Requests for Comments), zoals integratie met AD DS, Windows Internet Name Service (WINS) en Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP).

  • Eenvoudiger beheer

    De DNS-module van Microsoft Management Console (MMC) biedt een grafische gebruikersinterface (GUI) voor het beheren van de DNS Server-service. Ook hebt u de beschikking over verschillende nieuwe configuratiewizards voor het uitvoeren van veelvoorkomende serverbeheertaken. Naast de DNS-console worden andere hulpprogramma's geleverd waarmee u de DNS-servers en -clients op uw netwerk beter kunt beheren en ondersteunen.

  • Ondersteuning voor het RFC-compatibele protocol voor dynamische updates

    De DNS Server-service stelt clients in staat bronrecords op dynamische wijze bij te werken op basis van het protocol voor dynamische updates (RFC 2136). Dit heeft een gunstige invloed op het DNS-beheer doordat de tijd die nodig is voor het handmatig beheren van deze records wordt verkort. Computers waarop de DNS Client-service wordt uitgevoerd, kunnen hun DNS-namen en IP-adressen dynamisch registreren. Bovendien kunnen de DNS Server-service en DNS-clients zodanig worden geconfigureerd dat deze beveiligde dynamische updates kunnen uitvoeren, een mogelijkheid die uitsluitend geverifieerde gebruikers de benodigde rechten verleent voor het bijwerken van bronrecords op de server. Beveiligde dynamische updates zijn alleen beschikbaar voor zones die geïntegreerd zijn met AD DS.

  • Ondersteuning voor incrementele zoneoverdracht tussen servers

    Zoneoverdrachten repliceren informatie over een gedeelte van de DNS-naamruimte tussen DNS-servers. Incrementele zoneoverdrachten repliceren alleen de gewijzigde gedeelten van een zone, waardoor netwerkbandbreedte wordt bespaard.

  • Voorwaardelijke doorstuurservers

    De DNS Server-service biedt naast een standaard-doorstuurserverconfiguratie voorwaardelijke doorstuurservers. Een voorwaardelijke doorstuurserver is een DNS-server in een netwerk die DNS-query's doorstuurt al naar gelang de DNS-domeinnaam in de query. U kunt een DNS-server bijvoorbeeld zodanig configureren dat alle binnenkomende query's voor namen die eindigen op sales.fabrikam.com, worden doorgestuurd naar het IP-adres van een specifieke DNS-server of naar de IP-adressen van meerdere DNS-servers.

Voor wie is deze serverfunctie van belang?

Alle TCP/IP-netwerken (de meest eenvoudige uitgezonderd) vereisen toegang tot een of meer DNS-servers om goed te kunnen functioneren. Zonder naamomzetting en andere door DNS-servers geboden services zou het voor clients uitermate ingewikkeld zijn om toegang te krijgen tot externe hostcomputers. Bladeren op internet zou zonder toegang tot een DNS-server zo goed als onmogelijk zijn; verreweg de meeste hypertextkoppelingen op internet gebruiken de DNS-naam in plaats van de IP-adressen van webhosts. Dit principe gaat ook op voor intranets. Computergebruikers zijn namelijk zelden op de hoogte van de IP-adressen van computers op hun Local Area Network (LAN)

U kunt het implementeren van de DNS Server-service in Windows Server 2008 in overweging nemen als uw netwerk een of meer van de volgende elementen bevat:

  • Computers die lid zijn van een domein.

  • Op Windows gebaseerde DHCP-clientcomputers.

  • Computers die verbonden zijn met internet.

  • Filialen of domeinen die zich in een Wide Area Network (WAN) bevinden.

Waar moet u op letten?

Als u de DNS-server wilt integreren met AD DS, kunt u DNS tegelijk met AD DS installeren, of DNS na AD DS installeren en vervolgens DNS als een aparte stap integreren. U kunt door bestanden ondersteunde DNS-servers (dit zijn DNS-servers die niet geïntegreerd zijn met AD DS) op elke computer in het netwerk installeren. Als u beslist waar u de DNS-servers wilt implementeren, moet u vanzelfsprekend rekening houden met de netwerktopologie en de verdeling van verkeer.

Welke functionaliteit in deze serverfunctie is nieuw?

The DNS Server-service in Windows Server 2008 bevat een aantal nieuwe en verbeterde onderdelen vergeleken met de DNS Server-service in de besturingssystemen Microsoft® Windows NT® Server, Windows 2000 Server en Windows Server® 2003. In de volgende secties worden deze onderdelen beschreven.

Zones laden op de achtergrond

Binnen zeer grote ondernemingen met extreem grote zones waarin de DNS-gegevens in AD DS liggen opgeslagen, kan het opnieuw starten van een DNS-server een uur of langer kan duren omdat er DNS-gegevens moeten worden opgehaald van de directoryservice. Dit heeft tot gevolg dat gedurende de volledige periode dat de AD DS-zones worden geladen, de DNS-server niet beschikbaar is voor clientaanvragen.

Een DNS-server met Windows Server 2008 laadt nu in de achtergrond zonegegevens vanuit AD DS terwijl er opnieuw wordt opgestart, zodat de server kan reageren op gegevensaanvragen die andere zones betreffen. Als de DNS-server start, voert deze de volgende taken uit:

  • Een inventarisatie maken van alle zones die moeten worden geladen.

  • Basisservers laden vanuit bestanden of AD DS-opslag.

  • Alle door bestanden ondersteunde zones laden. Dit zijn zones die niet in AD DS maar in bestanden opgeslagen liggen.

  • Starten met het reageren op query's en Remote Procedure Calls (RPC's).

  • Eén of meer threads op gang brengen voor het laden van de zones die liggen opgeslagen in AD DS.

Het laden van zones wordt uitgevoerd door aparte threads. Hierdoor kan de DNS-server reageren op query's terwijl de zones worden geladen. Als een DNS-client gegevens aanvraagt voor een host in een zone die al geladen is, reageert de DNS-server met de gegevens (of, indien van toepassing, met een negatief antwoord). Als de aanvraag een knooppunt betreft dat nog niet in het geheugen is geladen, leest de DNS-server de gegevens van het knooppunt in AD DS en wordt de recordlijst van het knooppunt dienovereenkomstig bijgewerkt.

Waarom is deze functionaliteit belangrijk?

De DNS-server kan zones in de achtergrond laden om zo goed als meteen bij het opnieuw starten te kunnen beginnen met de beantwoording van query's. Het is dus niet nodig hiermee te wachten totdat de zones volledig zijn geladen. De DNS-server kan reageren op query's voor knooppunten die door de DNS-server zijn geladen of die kunnen worden opgehaald uit AD DS. Als zonegegevens in AD DS zijn opgeslagen in plaats van in een bestand, biedt deze functionaliteit nog een ander voordeel: zodra er een query wordt ontvangen, kan AD DS asynchroon en onmiddellijk worden geopend. Zonegegevens in bestanden daarentegen, zijn alleen te openen door het bestand in sequentiële volgorde te lezen.

Ondersteuning voor IPv6-adressen

Internet Protocol versie 6 (IPv6) specificeert adressen met een lengte van 128 bits, in tegenstelling tot IPv4-adressen (IP versie 4), die 32 bits lang zijn. Door deze grotere adreslengte is een groter aantal wereldwijd unieke adressen mogelijk, wat vereist is om de explosieve groei van internet wereldwijd bij te benen.

DNS-servers met Windows Server 2008 bieden nu een ondersteuning voor IPv6-adressen die net zo volledig is als de voor IPv4-adressen geboden ondersteuning. Elke keer dat in de DNS-module een IP-adres wordt getypt of weergegeven, kan dit adres de vorm aannemen van een IPv4-adres of een IPv6-adres. Ook het opdrachtregelprogramma dnscmd accepteert adressen in beide indelingen. Bovendien kunnen DNS-servers nu recursieve query's verzenden naar servers die alleen met IPv6 werken, en kan de lijst met doorstuurservers zowel IPv4- als IPv6-adressen bevatten. DHCP-clients kunnen naast (of in plaats van) IPv4-adressen ook IPv6-adressen registreren. Ten slotte bieden DNS-servers nu ondersteuning voor de ip6.arpa-domeinnaamruimte voor omgekeerd toewijzen.

Waarom is deze functionaliteit belangrijk?

Het IPv6-protocol is een steeds belangrijkere rol gaan spelen in de groei van internet. Doordat IPv6 wordt ondersteund in Windows Server 2008, zullen DNS-servers nu en in de toekomst in staat zijn DNS-servers te ondersteunen die ontworpen zijn om de voordelen van IPv6-adressen te benutten.

Welke voorbereidingen tref ik voor deze wijziging?

DNS-servers kunnen als reactie op query's nu zowel bronrecords van IPv4-hosts (A) als van IPv6-hosts (AAAA) retourneren. Daarom moet u controleren of de DNS-clientsoftware die op uw netwerk in staat is dergelijke reacties adequaat af te handelen. Als u er zeker van wilt zijn dat uw systeem deze wijziging aankan, kan het nodig zijn te upgraden of de aanwezige DNS-clientsoftware te vervangen.

Ondersteuning van alleen-lezen domeincontroller

Windows Server 2008 introduceert een nieuw type domeincontroller, de alleen-lezen domeincontroller (Read-Only Domain Controller of RODC). Een RODC biedt in feite een schaduwkopie van een domeincontroller die niet rechtstreeks kan worden geconfigureerd, en hierdoor minder kwetsbaar is voor aanvallen. U kunt een RODC installeren op locaties waar de fysieke veiligheid van een domeincontroller niet zeker is.

Ter ondersteuning van RODC's ondersteunt de DNS-server met Windows Server 2008 een nieuw type zone, de primaire alleen-lezen zone (soms ook filiaalzone genoemd). Een computer die RODC wordt, repliceert een volledige alleen-lezen kopie van alle toepassingsmappartities die DNS gebruikt, waaronder de domeinpartitie, ForestDNSZones en DomainDNSZones. Hierdoor bent u er zeker van dat de DNS-server die op de RODC wordt uitgevoerd een volledige alleen-lezen kopie heeft van eventuele DNS-zones die op een centrale domeincontroller in deze mappartities liggen opgeslagen. De beheerder van een RODC kan de inhoud weergeven van een primaire alleen-lezen zone. De beheerder kan de inhoud echter alleen wijzigen door de zone op de centrale domeincontroller te wijzigen.

Waarom is deze functionaliteit belangrijk?

AD DS is voor het bieden van naamomzettingsservices aan netwerkclients afhankelijk van DNS. De wijzigingen in de DNS Server-service zijn nodig om AD DS op een RODC te ondersteunen.

De zone GlobalNames

Tegenwoordig implementeren veel Microsoft-klanten WINS in hun netwerk. WINS is een naamomzettingsprotocol dat vaak naast DNS als secundair naamomzettingsprotocol wordt gebruikt. Het is een ouder protocol dat NetBIOS via TCP/IP (NetBT) gebruikt. Daarom is het geleidelijk in onbruik aan het raken. Toch blijven organisaties ermee werken omdat ze de statische, globale records met enkelvoudige namen van WINS waarderen.

De DNS Server-service in Windows Server 2008 biedt nu ondersteuning voor een zone met de naam GlobalNames voor enkelvoudige namen. Dit biedt organisaties de mogelijkheid over te stappen op een volledige DNS-omgeving. Daarnaast kunnen volledige DNS-omgevingen hierdoor profiteren van de voordelen van globale, enkelvoudige namen. In de meeste situaties is de replicatiescope van deze zone het gehele forest, waardoor het zeker is dat de zone unieke, enkelvoudige namen levert aan het gehele forest. Bovendien kan de GlobalNames-zone de omzetting van enkelvoudige namen ondersteunen in een gehele organisatie met meerdere forests. U moet dan Service Location-bronrecords (SRV) gebruiken om de locatie van de GlobalNames-zone te publiceren.

In tegenstelling tot WINS, biedt de GlobalNames-zone de mogelijkheid tot omzetting van enkelvoudige namen voor een beperkte set hostnamen. Dit zijn doorgaans centraal (en technisch) beheerde servers binnen een bedrijf en websites. De GlobalNames-zone is niet bestemd voor peer-to-peer-naamomzetting, zoals de naamomzetting voor werkstations, en dynamische updates van de GlobalNames-zone worden niet ondersteund. In plaats daarvan wordt de GlobalNames-zone meestal gebruikt voor het bewaren CNAME-bronrecords om een enkelvoudige naam toe te wijzen aan een Fully Qualified Domain Name (FQDN). In netwerken die al met WINS werken, bevat de GlobalNames-zone meestal bronrecords voor technisch beheerde namen die al statisch geconfigureerd zijn in WINS.

Als de GlobalNames-zone geïmplementeerd is, gaat de omzetting van enkelvoudige namen door clients als volgt in zijn werk:

  1. Het primaire DNS-achtervoegsel van de client wordt toegevoegd aan de enkelvoudige naam en de query wordt ingediend bij de DNS-server.

  2. Als de FQDN-naam niet wordt omgezet, vraagt de client een omzetting aan met behulp van eventuele DNS-achtervoegselzoeklijsten (zoals aangegeven door groepsbeleid).

  3. Als geen van deze namen wordt omgezet, vraagt de client een omzetting aan met behulp van de enkelvoudige naam.

  4. Als de enkelvoudige naam voorkomt in de GlobalNames-zone, zet de DNS-server die als host van de zone fungeert de naam om. Als dit niet het geval is, wordt de query aan WINS overgelaten.

Er zijn geen wijzigingen nodig in de clientsoftware om enkelvoudige namen te kunnen gebruiken met dit onderdeel.

De GlobalNames-zone biedt uitsluitend de mogelijkheid tot het omzetten van enkelvoudige namen als op alle DNS-servers die als autoriteit fungeren Windows Server 2008 wordt uitgevoerd. Op andere DNS-servers, die niet als autoriteit van een zone fungeren, kunnen wel andere besturingssystemen worden uitgevoerd. Vanzelfsprekend moet de GlobalNames-zone de enige zone met deze naam zijn in het forest.

Voor optimale prestaties en schaalbaarheid, kan de GlobalNames-zone het best worden geïntegreerd met AD DS, en kan elke DNS-server die als autoriteit fungeert worden geconfigureerd met een lokale kopie van de GlobalNames-zone. Om de GlobalNames-zone in meerdere forests te kunnen implementeren, moet de GlobalNames-zone worden geïntegreerd met AD DS.

Algemene queryblokkeerlijst

De meeste TCP/IP-netwerken ondersteunen de voorziening voor dynamische updates van DNS omdat dit een handige voorziening is voor zowel netwerkbeheerders als gebruikers. Met dynamische updates kunnen DNS-clientcomputers hun bronrecords bij een DNS-server registreren en op dynamische wijze bijwerken, telkens wanneer het netwerkadres of de hostnaam van een client wordt gewijzigd. Handmatig beheer van zonerecords is hierdoor minder vaak nodig, vooral voor clients die vaak worden verplaatst en die DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) gebruiken om een IP-adres te verkrijgen. Dit gemak heeft echter ook een nadeel. Een geverifieerde client kan elke ongebruikte hostnaam registreren, zelfs een hostnaam die een speciale betekenis heeft voor bepaalde toepassingen. Hierdoor zou een kwaadwillende gebruiker zich een specifieke naam kunnen toe-eigenen en bepaalde soorten netwerkverkeer naar zijn computer kunnen leiden.

Twee vaakgebruikte protocollen zijn vooral kwetsbaar voor dit soort misbruik: het WPAD-protocol (Web Proxy Auto-Discovery) en het ISATAP-protocol (Intra-site Automatic Tunnel Addressing Protocol). Zelfs als een netwerk geen gebruik maakt van deze protocollen, lopen clients die geconfigureerd zijn om van deze protocollen gebruik te maken, het risico dat er misbruik wordt gemaakt via dynamische updates in DNS. Om dit soort misbruik tegen te gaan, bevat de DNS-serverfunctie in Windows Server 2008 een algemene queryblokkeerlijst waarmee kan worden voorkomen dat een kwaadwillende gebruiker onrechtmatig gebruik maakt van DNS-namen met een speciale betekenis.

In de standaardconfiguratie bevat de DNS-serverfunctie in Windows Server 2008 een lijst met namen die effectief worden genegeerd wanneer er een query wordt ontvangen om de naam om te zetten in een zone waarvoor de server als autoriteit fungeert. Om dit te bewerkstelligen, controleert de DNS Server-service de query's eerst aan de hand van de lijst. Als het linkergedeelte van de naam vervolgens overeenkomt met een item in de lijst, is het antwoord van de DNS Server-service op de query, dat er geen bronrecord bestaat, zelfs als er wel een host-bronrecord (A) of host-bronrecord (AAAA) voor de naam in de zone voorkomt. Als er een host-bronrecord (A) of host-bronrecord (AAAA) voorkomt in de zone omdat een host dynamische updates heeft gebruikt om zichzelf te registreren met een geblokkeerde naam, zet de DNS Server-service de naam daardoor niet om. In eerste instantie wordt de inhoud van de blokkeerlijst bepaald door de vraag of WPAD of ISATAP al is geïnstalleerd als u de DNS Serverfunctie toevoegt aan een bestaande installatie van Windows Server 2008 of als u een upgrade uitvoert van een eerdere versie van Windows Server waarop de DNS Server-service wordt uitgevoerd. Door het gebruik van het opdrachtregelprogramma dnscmd kunt u ook items aan de lijst toevoegen of uit de lijst verwijderen of het gebruik van de blokkeerlijst helemaal uitschakelen. Op alle DNS-servers die als autoriteit voor een zone fungeren, moet Windows Server 2008 worden uitgevoerd en moet dezelfde blokkeerlijst zijn geconfigureerd, om consistente resultaten te behalen wanneer clients een query indienen voor omzetting van namen die in de blokkeerlijst voorkomen.

DNS-clientwijzigingen

De besturingssystemen Windows Vista® en Windows Server 2008 bevatten een aantal nieuwe DNS-clientsoftwareonderdelen. Deze zijn overigens geen direct gevolg van de wijzigingen met betrekking tot de DNS-serverfunctie. Het gaat om de volgende onderdelen:

LLMNR

DNS-clientcomputers kunnen Link-Local Multicast Name Resolution (LLMNR) (ook wel multicast-DNS of mDNS genoemd) gebruiken om namen om te zetten op een lokaal netwerksegment als er geen DNS-server beschikbaar is. Als een router bijvoorbeeld faalt en er een subnet wordt afgesneden van alle DNS-servers in het netwerk, kunnen clients in het subnet dat LLMNR ondersteunt nog steeds op peer-to-peer-basis namen omzetten, totdat de netwerkverbinding weer hersteld is.

LLMNR biedt niet alleen de mogelijkheid tot naamomzetting bij netwerkstoringen maar kan ook worden gebruikt voor het instellen van ad-hocnetwerken in peer-to-peer-omgevingen, zoals in een wachtruimte op een vliegveld.

Wijzigingen in de wijze waarop clients domeincontrollers lokaliseren

In zeldzame gevallen kan de wijze waarop DNS-clients domeincontrollers lokaliseren invloed hebben op de netwerkprestaties.

  • Het onderdeel DC Locator van een clientcomputer met Windows Vista of Windows Server 2008 zoekt van tijd tot tijd binnen zijn domein naar een domeincontroller. Hierdoor worden problemen voorkomen die kunnen optreden als een client tijdens een netwerkstoring een domeincontroller probeert te lokaliseren en daardoor wordt gekoppeld aan een verafgelegen domeincontroller met een langzame verbinding. Voorheen bleef deze koppeling bestaan totdat de client gedwongen werd een nieuwe domeincontroller te zoeken, bijvoorbeeld als de clientcomputer langdurig van het netwerk was afgesloten. Doordat de koppeling met de domeincontroller regelmatig wordt vernieuwd, is het nu minder waarschijnlijk dat een koppeling tussen een client en een ongeschikte domeincontroller blijft voortbestaan.

  • Een clientcomputer met Windows Vista of Windows Server 2008 kan (door middel van programmacode, via een registerinstelling of via groepsbeleid) zodanig worden geconfigureerd dat deze geen willekeurige domeincontroller zoekt, maar de dichtstbijzijnde domeincontroller lokaliseert. Dit heeft een gunstige invloed op de prestaties in netwerken met domeinen met langzame verbindingen. Deze functionaliteit is echter niet standaard ingeschakeld. Het feitelijke zoeken naar de dichtstbijzijnde domeincontroller kan namelijk een negatieve invloed hebben op de netwerkprestaties.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Toevoegen
Weergeven:
© 2014 Microsoft. Alle rechten voorbehouden.