1 van 2 hebben dit beoordeeld als nuttig - Dit onderwerp beoordelen

De functie Toepassingsserver

Bijgewerkt: mei 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008

De toepassingsserver is een uitgebreide serverrol in het Windows Server® 2008-besturingssysteem. De nieuwe versie van Toepassingsserver biedt een geïntegreerde omgeving voor de implementatie en het uitvoeren van eigen bedrijfstoepassingen die op servers zijn gebaseerd. Deze toepassingen reageren op aanvragen die via het netwerk worden ontvangen van externe clientcomputers of andere toepassingen. De meeste toepassingen die op Toepassingsserver geïmplementeerd zijn en hierop worden uitgevoerd, maken gebruik van een of meer van de volgende technologieën:

  • IIS (Internet Information Services): de HTTP-server (Hypertext Transfer Protocol) die in Windows Server is ingebouwd

  • Microsoft® .NET Framework versies 3.0 en 2.0

  • ASP.NET

  • COM+

  • Message Queuing

  • Webservices die bij WFC (Windows Communication Foundation) zijn ingebouwd

De functie van toepassingsserver is vereist als Windows Server 2008 toepassingen uitvoert die afhankelijk zijn van functieservices of onderdelen die deel uitmaken van de geïntegreerde toepassingsserverfunctie en die u tijdens het installatieproces selecteert. U voert bijvoorbeeld een specifieke configuratie uit van Microsoft BizTalk® Server die gebruikmaakt van een set functieservices of onderdelen die deel uitmaken van de toepassingsserveromgeving.

De functie van toepassingsserver is vereist als u een bedrijfstoepassing implementeert die binnen uw bedrijf is ontwikkeld of door een onafhankelijke softwareverkoper (Independent Hardware Vendor of IHV), en de ontwikkelaar heeft aangegeven dat er specifieke functieservices vereist zijn. Uw organisatie gebruikt bijvoorbeeld een toepassing voor orderverwerking waarbij klantrecords worden opgeroepen die in een database zijn opgeslagen. De toepassing roept de records met klantgegevens op via een reeks WCF-webservices. In deze situatie kunt u één Windows Server 2008-computer configureren als toepassingsserver en u kunt de database op dezelfde computer installeren of op een andere.

Niet alle servertoepassingen vereisen installatie van de functie van toepassingsserver om goed te kunnen functioneren. Zo is de functie van toepassingsserver niet vereist voor de ondersteuning van Microsoft Exchange Server of Microsoft SQL Server op Windows Server 2008.

Als u wilt bepalen of de functie van toepassingsserver vereist is voor de bedrijfstoepassingen van uw organisatie, moeten uw beheerders nauw samenwerken met de ontwikkelaars van de toepassing om goed inzicht in de vereisten van de toepassing te krijgen. Er kan bijvoorbeeld worden onderzocht of er onderdelen van Microsoft .NET Framework 3.0 of COM+ worden gebruikt.

Wat is de functie van Toepassingsserver?

Toepassingsserver biedt de volgende functies:

  • Een runtime om geavanceerde bedrijfstoepassingen voor servers op doeltreffende wijze te implementeren en beheren. Deze toepassingen kunnen aanvragen in behandeling nemen van externe clientsystemen, waaronder webbrowsers die verbinding maken vanuit internet, een bedrijfsnetwerk of een intranet en externe computersystemen die aanvragen verzenden in de vorm van berichten.

  • .NET Framework 3.0., wat ontwikkelaars een vereenvoudigd programmeermodel biedt voor gekoppelde servertoepassingen. Ontwikkelaars gebruiken de ingebouwde .NET Framework-bibliotheken voor diverse toepassingsfuncties waaronder input/output (I/O), numerieke verwerking en tekstverwerking, databasetoegang, XML-verwerking, transactiebeheer, werkstromen en webservices. .NET Framework biedt systeembeheerders een veilige en geavanceerde uitvoeringsruntime voor servertoepassingen en een vereenvoudigde toepassingsconfiguratie en implementatieomgeving.

  • Windows Server 2008 kan worden geïnstalleerd met de nieuwe, gebruikersvriendelijke wizard Functies toevoegen waarmee u de functieservices en onderdelen kunt kiezen die nodig zijn voor het uitvoeren van uw toepassingen. De wizard Functies toevoegen installeert automatisch alle onderdelen die nodig zijn voor een bepaalde functieservice en maakt het eenvoudiger een computer te installeren en in te richten als toepassingsserver voor bedrijfstoepassingen.

Voor wie is deze functie van belang?

De informatie over de functie van toepassingsserver is met name bestemd voor IT-professionals die verantwoordelijk zijn voor de implementatie en het onderhoud van de Line-Of-Business-toepassingen (LOB) van een organisatie. LOB-toepassingen worden doorgaans binnen een organisatie of voor een organisatie ontwikkeld.

Een toepassingsserveromgeving bestaat uit één of meer servers met Windows Server 2008 waarvoor de functie van toepassingsserver is geconfigureerd. Deze servers voeren bijvoorbeeld de volgende taken uit:

  • Als host fungeren voor toepassingen die zijn ontwikkeld met .NET Framework 3.0.

  • Als host fungeren voor toepassingen die zijn ontworpen zijn om COM+, Message Queuing, webservices en gedistribueerde transacties te gebruiken.

  • Verbinding maken met een intranet of met internet voor het uitwisselen van informatie.

  • Als host fungeren voor toepassingen die webservices beschikbaar stellen of gebruiken.

  • Als host fungeren voor toepassingen die webpagina's beschikbaar stellen.

  • Samenwerken met andere externe systemen die verspreid zijn over platforms en besturingssystemen.

Een uitgebreide toepassingsserveromgeving kan ook de volgende elementen bevatten:

  • Computers die lid zijn van een domein en de bijbehorende gebruikers.

  • Computers die in de eerste plaats worden gebruikt voor het beheren van toepassingsservers.

  • Infrastructuurservers waarop bronnen worden uitgevoerd zoals Active Directory Domain Services (AD DS) of andere Lightweight Directory Access Protocol-opslagplaatsen (LDAP), Certificate Services, beveiligingsgateways, processervers, integratieservers, toepassings- of gegevensgateways of databases.

Welke functionaliteit in deze functie is nieuw?

De nieuwe, uitgebreide versie van de functie van toepassingsserver wordt geïnstalleerd via de wizard Functies toevoegen in Serverbeheer. Voor beheerders met LOB-toepassingen die zijn ontwikkeld in .NET Framework 3.0 is het instellen van een hostomgeving voor deze toepassingen eenvoudiger dankzij deze serverfunctie. De wizard Functies toevoegen leidt de beheerder door het proces van het selecteren van functieservices of het ondersteunen van onderdelen die deze functie biedt en die nodig kunnen zijn voor het uitvoeren van specifieke LOB-toepassingen.

Application Server Foundation

Application Server Foundation is de groep technologieën die standaard wordt geïnstalleerd wanneer u de functie van toepassingsserver installeert. Application Server Foundation is in wezen Microsoft .NET Framework 3.0.

Windows Server 2008 omvat .NET Framework 2.0, ongeacht eventuele geïnstalleerde serverfuncties. .NET Framework 2.0 bevat CLR (Common Language Runtime), dat een omgeving biedt voor het veilig uitvoeren van programmacode, de vereenvoudigde implementatie van code en ondersteuning voor interoperabiliteit van meerdere talen, evenals uitgebreide bibliotheken voor het bouwen van toepassingen.

Application Server Foundation omvat de basisonderdelen van .NET Framework 2.0, aangevuld met de onderdelen van .NET Framework 3.0. Zie voor meer informatie over .NET Framework 3.0 de informatie in het .NET Framework Developer Center (http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=81263).

Waarom is deze functionaliteit belangrijk?

De belangrijkste onderdelen van Application Server Foundation worden geïnstalleerd als een set van codebibliotheken en .NET-assembly's. Dit zijn de belangrijkste onderdelen van Application Server Foundation:

  • WCF (Windows Communication Foundation)

  • WF (Windows Workflow Foundation)

  • WPF (Windows Presentation Foundation)

Van deze drie onderdelen worden WCF en WF het meest gebruikt in client- en servertoepassingen. WPF wordt in de eerste plaats gebruikt in clienttoepassingen en wordt hier verder niet besproken. Zie voor meer informatie over WPF het artikel over Windows Presentation Foundation (http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=78407).

WCF is het uniforme programmeermodel van Microsoft voor het bouwen van gekoppelde toepassingen die via webservices met elkaar communiceren. Deze toepassingen worden ook wel Service-Oriented Applications (SOA) genoemd en spelen een steeds grotere rol in bedrijven. Ontwikkelaars kunnen met WCF SOA-toepassingen maken die veilige en betrouwbare transactionele webservices gebruiken die tussen verschillende platforms communiceren en compatibel zijn met bestaande systemen en toepassingen in uw organisatie.

WCF stelt ontwikkelaars in staat de verschillende technologieën die tegenwoordig beschikbaar zijn met elkaar te combineren en zo gedistribueerde toepassingen te maken (COM+ en .NET Enterprise Services, Message Queuing, .NET Remoting, ASP.NET Web Services en Web Services Enhancements (WSE)) die precies zijn afgestemd op de behoeften van uw bedrijf en computeromgeving. Zie voor meer informatie over WCF het artikel op (http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=81260).

WF is een programmeermodel en een engine om snel werkstroomtoepassingen te maken in Windows Server 2008. Een werkstroom is een set activiteiten die een werkelijk bestaand proces beschrijven, zoals het proces van het plaatsen van orders tot het uiteindelijke inkopen. Een werkstroom wordt in de regel grafisch beschreven en gepresenteerd en ziet er ongeveer uit als een stroomdiagram. De beschrijving van de werkstroom wordt vaak 'model' genoemd. Werkitems volgen de structuur van het hele werkstroommodel, van het begin tot het einde.

Werkitems of activiteiten in het model kunnen worden uitgevoerd door personen, systemen of computers. Het is mogelijk een werkstroom in traditionele programmeertalen te beschrijven als een reeks van stappen en voorwaarden. In het geval van complexe werkstromen of als werkstromen eenvoudig moeten kunnen worden aangepast, is het doorgaans veel handiger en flexibeler de werkstroom grafisch te ontwerpen en het ontwerp op te slaan als model.

WF biedt ondersteuning voor werkstromen voor systemen en personen in een aantal verschillende scenario's waaronder de volgende:

  • Werkstromen in LOB-toepassingen.

  • De sequentiële volgorde van schermen, pagina's en dialoogvensters zoals gepresenteerd aan de gebruiker als reactie op de interactie tussen de gebruiker en de gebruikersinterface.

  • Documentwerkstromen, bijvoorbeeld de verwerking van een inkooporder of medische gegevens.

  • Menselijke werkstromen waarbij interactie plaatsvindt, zoals het verzenden van e-mail naar een zakelijke klant en het ontvangen van e-mail van deze klant.

  • Samengestelde werkstromen voor SOA.

  • Werkstromen op basis van bedrijfsregels, bijvoorbeeld: 'Maandag om 17:00 een aanvraag voor het bijwerken van de catalogus verzenden naar zakelijke partners'.

  • Werkstromen voor systeembeheer.

Zie voor meer informatie over Windows Workflow Foundation het artikel over WF op http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=82119.

Wat werkt anders?

Hoewel Windows Server 2003 een toepassingsserverfunctie bevat, is de nieuwe, uitgebreide toepassingsserverfunctie in Windows Server 2008 niet eenvoudigweg een upgrade van het hulpmiddel voor de configuratie van toepassingsservers dat onderdeel was van Windows Server 2003 of een eerder besturingssysteem. De functionaliteit voor het werken met functies is helemaal nieuw. Beheerders moeten zich dan ook realiseren dat er geen mogelijkheid is het hulpmiddel voor de configuratie van Toepassingsserver te migreren vanuit Windows Server 2003 of eerdere besturingssystemen.

Hoe los ik deze kwesties op?

Als u vanaf Windows Server 2003 of een eerder besturingssysteem een upgrade van uw server uitvoert naar Windows Server 2008 en u maakt gebruik van de mogelijkheden van de functie van toepassingsserver, moet u de functie van toepassingsserver opnieuw installeren met behulp van de wizard Functies toevoegen in Serverbeheer. U kunt uw toepassingen heel eenvoudig van Windows Server 2003 naar Windows Server 2008 verplaatsen, mits u Windows Server 2008 met de functie Functies toevoegen in Serverbeheer configureert met de juiste toepassingsservices.

Wanneer gebruik ik de functie van toepassingsserver?

Overweeg de functie van toepassingsserver te configureren voor uw server als de zakelijke servertoepassingen (LOB-toepassingen) die u wilt implementeren en beheren een van de volgende technologieën vereisen: Microsoft .NET Framework 3.0, Message Queuing, COM+ of gedistribueerde transacties.

Welke voorbereidingen tref ik voor de installatie?

Inventariseer allereerst welke toepassingen u wilt uitvoeren op deze server. Als u beheerder bent, gaat u bij de ontwikkelaars van de toepassingen of de onafhankelijke softwareverkoper (Independent Software Vendor, ISV) te rade welke ondersteunende technologieën en configuraties op de server moeten aanwezig moeten zijn om de toepassingen uit te voeren. Vervolgens koppelt u deze technologieën aan de in de volgende secties beschreven functieservices zodat u tijdens de installatie van de serverfunctie de services naar behoren kunt selecteren en configureren. Doorgaans levert de ontwikkelaar of ISV een lijst aan van alle technologieën die voor deze toepassing moeten worden geïnstalleerd, bijvoorbeeld .NET Framework 3.0.

Webserver

Met deze optie wordt IIS versie 7.0 geïnstalleerd, de webserver die is ingebouwd in Windows Server 2008. IIS is al meerdere jaren beschikbaar in Windows Server, maar is voor Windows Server 2008 aanzienlijk gewijzigd en biedt verbeteringen in prestaties, beveiliging, beheer, ondersteuning, betrouwbaarheid en modulariteit.

IIS biedt de volgende voordelen:

  • Dankzij ISS kan de toepassingsserver interne of externe websites of -services met statische of dynamische inhoud hosten.

  • IIS biedt ondersteuning voor het uitvoeren van ASP.NET-toepassingen die via een webbrowser worden geopend.

  • IIS biedt ondersteuning voor het uitvoeren van webservices die met Microsoft WCF of ASP.NET zijn gebouwd.

COM+-netwerktoegang

Met deze optie kunt u COM+-netwerktoegang toevoegen voor het extern aanroepen van toepassingen die zijn gebouwd op en worden gehost in COM+ en Enterprise Services-onderdelen. Dergelijke toepassingen worden soms ook Enterprise Services-onderdelen genoemd.

COM+-netwerktoegang is een van de opties voor externe aanroep die sinds Windows 2000 Server in Windows Server aanwezig zijn, en die ook in Windows Server 2008 wordt ondersteund. Nieuwe toepassingen gebruiken WCF meestal om ondersteuning te bieden voor externe aanroepen omdat WCF interoperabiliteit tussen meerdere platforms biedt.

Windows Process Activation-service

Deze optie voegt Windows Process Activation Service (WAS) toe. WAS kan toepassingen dynamisch starten en stoppen op basis van berichten die worden ontvangen via het netwerk met HTTP, Message Queuing, TCP en Named Pipes. Doordat toepassingen dynamisch kunnen worden gestart en gestopt worden serverbronnen efficiënter gebruikt. WAS is een nieuwe service in Windows Server 2008.

De service voor gedeelde poorten van Net.Tcp

Deze optie voegt de Net.TCP Port Sharing Service toe. Dankzij deze functieservice kunnen meerdere toepassingen één TCP-poort gebruiken voor binnenkomende berichten. Een SOA die is gemaakt met WCF kan bijvoorbeeld dezelfde poort gebruiken. Het delen van poorten is vaak vereist wanneer firewallconfiguraties of netwerkbeperkingen slechts een beperkt aantal open poorten toestaan of wanneer meerdere, afzonderlijke exemplaren van een WCF-toepassing tegelijk actief en beschikbaar moeten zijn.

De service voor gedeelde poorten van Net.Tcp voert multiplexing uit zodat meerdere WCF-toepassingen poorten kunnen delen (multiplexing). De service voor gedeelde poorten van Net.Tcp accepteert binnenkomende verbindingsaanvragen via het TCP-protocol. De service stuurt binnenkomende aanvragen vervolgens op basis van de doeladressen van de aanvragen automatisch door naar de verschillende WCF-services. Het delen van poorten werkt alleen wanneer de WCF-toepassingen het net.tcp-protocol gebruiken voor binnenkomende berichten. De service voor gedeelde poorten van Net.Tcp is een nieuwe service in Windows Server 2008.

Gedistribueerde transacties

Toepassingen die verbinding maken met en updates uitvoeren op meerdere databases of andere transactiebronnen, kunnen vereisen dat deze updates worden uitgevoerd met 'all-or-none' transactionele semantiek (een technologie die ervoor zorgt dat elk deel van de transactie wordt voltooid, anders wordt de gehele transactie naar de oorspronkelijke status hersteld).

Dankzij de ondersteuning van gedistribueerde transacties in Windows Server 2008 kunnen toepassingen voldoen aan deze vereiste. Ondersteuning van gedistribueerde transacties is sinds Microsoft Windows NT® Server 4.0 in Windows Server aanwezig, en is ook onderdeel van Windows Server 2008.

Is deze functie beschikbaar in alle edities van Windows Server 2008?

Toepassingsserver is beschikbaar in de volgende edities van Windows Server 2008:

  • Windows Server 2008 Standard

  • Windows Server 2008 Enterprise

  • Windows Server 2008 Datacenter

  • Windows Server 2008 for Itanium-Based Systems

De functie van toepassingsserver is niet beschikbaar in de volgende editie van Windows Server 2008:

  • Windows Web Server 2008

Verschilt het gedrag van de functie per editie?

Het gedrag van Toepassingsserver is in alle edities van Windows Server 2008 hetzelfde.

Is de functie zowel beschikbaar in 32-bits versies als in 64-bits versies?

Toepassingsserver is zowel beschikbaar in 32-bits versies als in 64-bits versies van Windows Server 2008.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)

Community-inhoud

Toevoegen
© 2013 Microsoft. Alle rechten voorbehouden.