Clientcomputers beheren
Bijgewerkt: mei 2008
Van toepassing op: Windows Server 2008, Windows Server 2008 R2
Dit onderwerp bevat procedures voor de taken die in de volgende tabel worden vermeld en beschreven.
| Type | Procedure |
|---|---|
|
|
|
Instellingen opgeven voor voor installatie voorbereide computers |
|
|
|
|
Caution |
|---|
| Als u de registerinstellingen wilt wijzigen die in deze handleiding worden beschreven, gebruikt u uitsluitend de beheerprogramma's van Windows Deployment Services - bewerk deze instellingen en kenmerken niet rechtstreeks. |
Note |
|---|
| U kunt Help-informatie voor WDSUTIL opvragen door WDSUTIL /? te typen op de opdrachtregel of online op Wdsutil. |
Computers voor installatie voorbereiden
Een voor installatie voorbereide account maken voor een clientcomputer
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de opdracht in de voorgaande procedure maakt u in AD DS (Active Directory Domain Services) een computeraccountobject voor de opgegeven computer. Hierbij wordt het kenmerk netbootGUID ingesteld op de opgegeven id.
Een voor installatie voorbereide clientcomputer opstarten via een andere server
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u het AD DS-kenmerk netbootMachineFilePath in op de opgegeven toewijzingsserver.
Een voor installatie voorbereide clientcomputer opstarten via een ander dan het standaardopstartprogramma
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure voegt u het opgegeven pad toe aan de toewijzingsserver als onderdeel van het kenmerk netbootMachineFilePath op de computer.
Een voor installatie voorbereide clientcomputer opstarten via een ander bestand voor installatie zonder toezicht voor de Windows PE-fase van de installatie zonder toezicht
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u de variabele WdsUnattendFilePath voor het computeraccountobject van de client in het AD DS-kenmerk netbootMirrorDataFile in op het opgegeven pad.
Een voor installatie voorbereide clientcomputer opstarten via een andere dan de standaard-opstartinstallatiekopie
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met deze opdracht stelt u de variabele BootImagePath in het AD DS-kenmerk netbootMirrorDataFile voor het computeraccountobject van de client in op het opgegeven pad.
Een voor installatie voorbereide computer toevoegen aan een domein
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u de variabele JoinDomain voor het computeraccountobject van de client in het AD DS-kenmerk netbootMirrorDataFile in op 1. Daarnaast wijst u de opgegeven gebruikersrechten voor het computerobject toe.
Instellingen opgeven voor voor installatie voorbereide computers
De kenmerken van een voor installatie voorbereide client weergeven
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken | ||||
|---|---|---|---|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure geeft u de gewenste informatie uit de map weer.
De snelheid wijzigen waarmee computers in behandeling de server pollen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met deze opdracht stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\PollInterval in op de opgegeven tijd.
Het aantal malen wijzigen dat computers in behandeling de server pollen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\PollMaxRetry in op de opgegeven waarde.
Het bericht wijzigen dat op computers in behandeling wordt weergegeven
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met deze procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\PollMessage in op het opgegeven bericht.
Een standaardnetwerkopstartserver voor computers in behandeling instellen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\ReferralServer in op de opgegeven servernaam.
Een standaardnetwerkopstartprogramma voor computers in behandeling instellen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\BootProgramPath in op het opgegeven pad.
Een standaardbestand voor installatie zonder toezicht voor computers in behandeling instellen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\WdsUnattendFilePath in op het opgegeven pad.
Een standaard-opstartinstallatiekopie voor computers in behandeling instellen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\BootImagePath in op het opgegeven pad.
Opties opgeven voor het toevoegen van computers in behandeling aan een domein
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u:
-
HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\JoinRights in op 0 voor Join Only en 1 voor Full.
-
HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\<Arch>\JoinDomain in op 1.
De functionaliteit voor automatisch toevoegen configureren
De functionaliteit voor automatisch toevoegen inschakelen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\Policy in op 1.
Bepalen hoelang goedgekeurde computers in de database voor automatisch toevoegen worden bewaard
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\ApprovedRetention in op de opgegeven waarde.
Bepalen hoelang geweigerde computers en computers in behandeling in de database voor automatisch toevoegen worden bewaard
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure stelt u HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlSet\Services\WDSServer\Providers\WDSPXE\Providers\BINLSVC\AutoApprove\OtherRetention in op de opgegeven waarde.
De tabel met goedgekeurde of geweigerde computers verwijderen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
|
Met de voorgaande procedure verwijdert u de inhoud van de tabel met goedgekeurde of geweigerde computers uit de database voor automatisch toevoegen.
Computers goedkeuren en weigeren
De lijst met computers in behandeling weergeven
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
|
Met de voorgaande procedure geeft u de tabel met apparaten in behandeling uit het bestand Binlsvcdb.mdb weer.
Een computer in behandeling goedkeuren aan de hand van de standaardinstellingen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
|
Met de voorgaande procedure keurt u de computer goed. Zie Prestaging Client Computers voor meer informatie.
Alle computers in behandeling goedkeuren aan de hand van de standaardinstellingen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
|
Met de voorgaande procedure keurt u de computers goed. Zie Prestaging Client Computers voor meer informatie.
Een computer in behandeling goedkeuren, maar een instelling wijzigen
| De MMC-console gebruiken (als u alleen de naam wilt wijzigen) | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
Daarnaast kunt u aan deze opdracht de volgende opties toevoegen:
|
Met de voorgaande procedure keurt u de computer goed, met de opgegeven instellingen. Zie Prestaging Client Computers voor meer informatie.
Alle computers in behandeling goedkeuren, maar een instelling wijzigen
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
N.v.t. |
Daarnaast kunt u aan deze opdracht de volgende opties toevoegen:
|
Met de voorgaande procedure keurt u de computers goed, met de opgegeven instellingen. Zie Prestaging Client Computers voor meer informatie.
Een computer in behandeling weigeren
| De MMC-console gebruiken | WDSUTIL gebruiken |
|---|---|
|
|
Met de voorgaande procedure stelt u het veld Status voor de computer in op 2 (Geweigerd) in de tabel met computers in behandeling en verzendt u het bestand Abortpxe.com naar de computer.

Caution
Note