Bronrecords - naslaginformatie
Bronrecords - naslaginformatie
Een DNS-database bestaat uit een of meer zonebestanden die worden gebruikt door de DNS-server. Elke zone bevat een verzameling van gestructureerde bronrecords, waarvan de volgende worden ondersteund door de DNS Server-service.
Indeling van DNS-bronrecords
Alle bronrecords hebben een gedefinieerde indeling waarbij gebruik wordt gemaakt van dezelfde velden op het bovenste niveau zoals wordt beschreven in de volgende tabel.
| Veld | Description |
|---|---|
|
Eigenaar |
Geeft de DNS-domeinnaan aan die eigenaar is van een bronrecord. Deze naam is hetzelfde als die van het knooppunt van de consolestructuur waar een bronrecord zich bevindt. |
|
TTL (Time to Live) |
Voor de meeste bronrecords is dit veld optioneel. Het geeft een bepaalde tijd aan die door andere DNS-servers wordt gebruikt om te bepalen hoe lang gegevens voor een record in de cache worden opgeslagen voordat deze verloopt of wordt verwijderd. Bij de meeste bronrecords die door de DNS Server-service worden gemaakt, wordt de minimum (standaard) TLL van 1 uur overgenomen van de SOA-bronrecord (Start Of Authority) die te lang cachen door andere DNS-servers voorkomt. Voor een afzonderlijke bronrecord kunt u een recordspecifieke TTL opgeven die de minimum (standaard) TTL overschrijft die van de SOA-bronrecord is overgenomen. TTL-waarden van nul (0) kunnen ook worden gebruikt voor bronrecords die gevoelige gegevens bevatten die niet in de cache mogen worden opgeslagen voor later gebruik nadat de huidige DNS-query is voltooid. Opmerking
|
|
Klasse |
Bevat standaard mnemonische tekst die de klasse van de bronrecord aangeeft. De instelling "IN" geeft bijvoorbeeld aan dat de bronrecord behoort tot de Internetklasse, wat de enige klasse is die door DNS-servers met Windows Server 2003 wordt ondersteund. Dit veld is verplicht. |
|
Type |
Bevat standaard mnemonische tekst die het type van de bronrecord aangeeft. "A" geeft bijvoorbeeld aan dat in de bronrecord informatie over hostadressen is opgeslagen. Dit veld is verplicht. |
|
Recordspecifieke gegevens |
Een verplicht veld van variabele lengte dat gegevens bevat die de bron beschrijven. De indeling van deze gegevens varieert afhankelijk van het type en de klasse van de bronrecord. |
A
|
Beschrijving: A-bronrecord (hostadres). Wijst een DNS-domeinnaam toe aan een IP (Internet Protocol)-versie 4 32-bits adres. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar klasse ttl A IP_v4_adres |
|
Voorbeeld: host1.voorbeeld.microsoft.com IN A 127.0.0.1 |
AAAA
|
Beschrijving: AAAA-bronrecord (voor IPv6-hostadres). Wijst een DNS-domeinnaam toe aan een IP (Internet Protocol)-versie 6 128-bits adres. Zie RFC 1886 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar klasse ttl AAAA IP_v6_adres |
|
Voorbeeld: ipv6_host1.voorbeeld.microsoft.com. IN AAAA 4321:0:1:2:3:4:567:89ab |
AFSDB
|
Beschrijving: AFSDB-bronrecord (Andrew File System Database). Wijst een DNS-domeinnaam in het veld naam_hostserver toe aan de hostnaam voor een servercomputer of een subtype server. Het veld subtype kan een van de volgende herkende en ondersteunde waarden hebben:
Zie RFC 1183 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse AFSDB subtype naam_hostserver |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. AFSDB 1 afs-server1.voorbeeld.microsoft.com |
ATMA
|
Beschrijving: ATMA-bronrecord (Asynchronous Transfer Mode-adres). Wijst een DNS-domeinnaam in het veld eigenaar toe aan een ATM-adres waarnaar wordt verwezen in het veld atm_adres. Opmerking Zie "ATM Names Service" op de website van het MFA Forum voor meer informatie. Download af-saa-0069,000 van de website van het MFA Forum. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse ATMA atm_adres |
|
Voorbeeld: atm-host ATMA 47.0079.00010200000000000000.00a03e000002.00 |
CNAME
|
Beschrijving: CNAME-bronrecord (canonieke naam). Wijst een alias-DNS-domeinnaam of alternatieve DNS-domeinnaam in het veld eigenaar toe aan een canonieke of primaire DNS-domeinnaam die is opgegeven in het veld canonieke_naam. De canonieke of primaire DNS-domeinnaam die wordt gebruikt in de gegevens, is verplicht en moet worden omgezet in een geldige DNS-domeinnaam in de naamruimte. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse CNAME canonieke_naam |
|
Voorbeeld: aliasnaam.voorbeeld.microsoft.com. CNAME werkelijkenaam.voorbeeld.microsoft.com |
HINFO
|
Beschrijving: HINFO-bronrecord (hostgegevens). Geeft het type CPU en besturingssysteem op in de velden cpu-type en os-type voor de DNS-domeinnaam van de host in het veld eigenaar. Bekende typen CPU en besturingssystemen die het meest worden gebruikt, zijn opgenomen in RFC 1700. Deze gegevens kunnen worden gebruikt door toepassingsprotocollen zoals FTP, die gebruikmaken van speciale procedures bij het communiceren met computers van een bekend type CPU en besturingssysteem. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse HINFO cpu_type os_type |
|
Voorbeeld: mijn-computernaam.voorbeeld.microsoft.com. HINFO INTEL-386 WIN32 |
ISDN
|
Beschrijving: ISDN-bronrecord (Integrated Services Digital Network). Wijst een DNS-domeinnaam toe aan een ISDN-telefoonnummer. Telefoonnummers die bij deze record worden gebruikt, moeten voldoen aan de internationale standaards voor telefoonnummers ITU-T E.163/E.164, die compatibel zijn met de huidige internationale schema's voor telefoonnummers die reeds in gebruik zijn. Zie RFC 1183 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse ISDN isdn_adres subadres |
|
Voorbeeld: mijn-isdn-host.voorbeeld.microsoft.com. ISDN 141555555539699 002 |
KEY
|
Beschrijving: KEY-bronrecord (openbare sleutel). Bevat een openbare sleutel die is gekoppeld aan een zone. Bij een volledige DNSSEC-implementatie worden KEY-bronrecords gebruikt door resolvers en servers voor de verificatie van SIG-bronrecords die zijn ontvangen van een ondertekende zone. KEY-bronrecords worden ondertekend door de bovenliggende zone, waardoor een server die beschikt over de openbare sleutel van een bovenliggende zone de sleutel van de onderliggende zone kan ontdekken en verifiëren. Naamservers of resolvers die bronrecords ontvangen van een ondertekende zone, vragen de bijbehorende SIG-record op en halen vervolgens de KEY-record van de zone op. Zie RFC 2535 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar klasse KEY protocol digital_signature_algorithm (DSA) openbare_sleutel |
|
Voorbeeld: widgets.microsoft.com IN KEY 0x0000 3 0 |
MB
|
Beschrijving: MB-bronrecord (postbus). Wijst een opgegeven postbusnaam van een domein in het veld eigenaar toe aan een hostnaam van een postbus in hostnaam_postbus. De hostnaam voor de postbus moet hetzelfde zijn als een geldige A-bronrecord (hostadres) die reeds is gebruikt door een host in dezelfde zone. Daarnaast moet de opgegeven host een domeinpostbus hebben die post voor de opgegeven eigenaar accepteert. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse MB hostnaam_postbus |
|
Voorbeeld: postbus.voorbeeld.microsoft.com. MB mailhost1.voorbeeld.microsoft.com |
MG
|
Beschrijving: MG-bronrecord (e-mailgroep). Wordt gebruikt voor het toevoegen van domeinpostbussen, die elk zijn opgegeven met een MB-bronrecord (postbus) in de huidige zone, aan de e-mailgroep van het domein die wordt aangegeven in eigenaar in deze bronrecord. Namen die worden gebruikt in het veld naam_postbus, moeten identiek zijn aan geldige MB-records die reeds aanwezig zijn in de huidige zone. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse MG naam_postbus |
|
Voorbeeld: administrator.voorbeeld.microsoft.com. MG postbus1.voorbeeld.microsoft.com
postbus2.voorbeeld.microsoft.com
|
MINFO
|
Beschrijving: MINFO-bronrecord (postbus-verzendlijstgegevens). Geeft (in postbus_van_verantwoordelijke_persoon) een postbusnaam van een domein aan voor een verantwoordelijke persoon die een verzendlijst of postbus onderhoudt die is opgegeven in het veld eigenaar. Het veld postbus_voor_fouten kan ook worden gebruikt om een domeinpostbus op te geven die foutberichten ontvangt met betrekking tot deze verzendlijst of postbus. Postbussen die zijn opgegeven voor verantwoordelijke contactpersonen en doorsturen van fouten moeten hetzelfde zijn als geldige MB-bronrecords (postbus) die reeds in de huidige zone bestaan. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse MINFO postbus_van_verantwoordelijke_persoon postbus_voor_fouten |
|
Voorbeeld: administrator.voorbeeld.microsoft.com. MINFO verantw-pbus.voorbeeld.microsoft.com fout-pbus.voorbeeld.microsoft.com |
RM
|
Beschrijving: RM-bronrecord (naamwijziging van postbus). Geeft een postbusnaam van een domein op in nieuwe_gewijzigde_naam_van_postbus, de juiste gewijzigde naam van een bestaande postbus die is opgegeven in het veld eigenaar. Een RM-record wordt vaak gebruikt als een doorstuurvermelding voor een gebruiker die naar een andere postbus is verplaatst. RM-records veroorzaken geen extra sectieverwerking. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse MR nieuwe_gewijzigde_naam_van_postbus |
|
Voorbeeld: oude-pbus.voorbeeld.microsoft.com. MR nieuwe-naam-pbus.voorbeeld.microsoft.com |
MX
|
Beschrijving: MX-bronrecord (Mail Exchanger). Biedt berichtroutering naar een Mail Exchanger-host zoals opgegeven in host_mail_exchanger voor e-mail die is verzonden naar de domeinnaam die is opgegeven in het veld eigenaar. Een tweecijferige voorkeurswaarde geeft de voorkeursvolgorde aan als meerdere Exchanger-hosts worden opgegeven. Elke Exchanger-host moet een bijbehorende A-record (bronrecord voor hostadres) in een geldige zone hebben. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse MX voorkeur host_mail_exchanger |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. MX 10 mailserver1.voorbeeld.microsoft.com |
NS
|
Beschrijving: Wordt gebruikt voor het toewijzen van een DNS-domeinnaam, zoals opgegeven in het veld eigenaar, aan als host fungerende DNS-servers die zijn opgegeven in het veld domeinnaam_naamserver. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl IN NS domeinnaam_naamserver |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. IN NS naamserver1.voorbeeld.microsoft.com |
NXT
|
Beschrijving: NXT-bronrecord (volgende bronrecord). NXT-bronrecords maken een aaneenschakeling van alle letterlijke namen van eigenaren in een zone om aan te geven dat een naam niet bestaat in de zone. De records geven ook aan welke typen bronrecords aanwezig zijn voor een bestaande naam. Zie RFC 2535 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar klasse NXT naam_volgend_domein laatste_recordtype NXT |
|
Voorbeeld: east.widgets.microsoft.com. IN NXT ftp.widgets.microsoft.com. A NXT |
OPT
|
Beschrijving: OPT-bronrecord (optie). Er kan één OPT-bronrecord worden toegevoegd aan de sectie met aanvullende gegevens van een DNS-aanvraag of -antwoord. Een OPT-bronrecord maakt deel uit van een bericht op een bepaald transportniveau, zoals UDP, en niet van de feitelijke DNS-gegevens. Per bericht is slechts één OPT-bronrecord toegestaan. Het gebruik van een OPT-record is echter niet verplicht. Zie RFC 2671 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: naam OPT klasse ttl rdlen rdata |
|
Voorbeeld: null OPT IN 1280 0 0 |
PTR
|
Beschrijving:PTR-bronrecord (pointer). Wijst van de naam in eigenaar naar een andere locatie in de DNS-naamruimte zoals opgegeven met doeldomeinnaam. Wordt vaak gebruikt in speciale domeinen zoals de domeinstructuur in-addr.arpa om reverse lookups te bieden van toewijzingen van adres aan naam. In de meeste gevallen levert elke record informatie die naar een andere locatie voor een DNS-domeinnaam wijst, zoals een bijbehorende A-bronrecord (hostadres) in een zone voor forward lookup. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse PTR doeldomeinnaam |
|
Voorbeeld: 1.0.0.10.in-addr.arpa. PTR host.voorbeeld.microsoft.com |
RP
|
Beschrijving: RP-bronrecord (verantwoordelijke persoon). Geeft de postbus van een domein aan voor een verantwoordelijke persoon in postbusnaam. Deze naam wordt vervolgens toegewezen aan een domeinnaam in tekstrecordnaam waarvoor TXT-records bestaan in dezelfde zone. Als RP-records worden gebruikt in DNS-query's, worden vervolgquery's gebruikt om gegevens over bijbehorende TXT-bronrecords (tekst) op te halen. Zie RFC 1183 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse RP naam_postbus tekstrecordnaam |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. RP admin.voorbeeld.microsoft.com. admin-info.voorbeeld.microsoft.com. admin-info.voorbeeld.microsoft.com. TXT "John Administrator, (555) 555-0110" |
RT
|
Beschrijving: RT-bronrecord (Route Through). Levert een tussenliggende hostbinding voor interne hosts die geen directe WAN-verbinding of externe netwerkverbinding hebben. De RT-record is hetzelfde als de MX-record in zoverre dat communicatie van een interne host wordt gerouteerd via de tussenliggende_host voor de doel-DNS-domeinnaam die is opgegeven in het veld eigenaar. Een tweecijferige voorkeurswaarde wordt gebruikt om de voorkeur in te stellen als meerdere routeringshosts worden opgegeven. Voor elke tussenliggende host die is opgegeven, is een bijbehorende A-bronrecord (hostadres) nodig in de huidige zone. Zie RFC 1183 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse RT voorkeur tussenliggende_host |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. RT 2 lan-router.voorbeeld.microsoft.com
RT 10 wan-router.voorbeeld.microsoft.com
|
SIG
|
Beschrijving: SIG-bronrecord (handtekening). Codeert een RRset naar de domeinnaam van een ondertekenaar (zone-eigenaar van RRset) en een geldigheidsinterval. Zie RFC 2535 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar klasse SIG ttl verloopdatum_handtekening begindatum_handtekening sleutel_id naam_ondertekenaar { digitale_handtekening } |
|
Voorbeeld: widgets.microsoft.com IN SIG 86400 19700101000000 19700101000000 49292
widgets.microsoft.com.{
AIYADP8d3zYNyQwW2EM4wXVFdslEJcUx/fxkfBeH1El4ixPFhpfHFElxbvKoWmvjDTCmfiYy2X+8XpFjwICHc398kzWsTMKlxovpz2FnCTM=
}
|
SOA
|
Beschrijving: SOA-bronrecord (Start Of Authority) Geeft de oorspronkelijke naam van de zone aan en de naam van de server die de primaire bron vormt voor informatie over de zone. Bovendien bevat deze record andere basiseigenschappen van de zone. De SOA-bronrecord komt altijd als eerste in een standaardzone. Daarin wordt de DNS-server aangegeven waarmee de record oorspronkelijk is gemaakt of die nu als primaire server voor de zone fungeert. De SOA-bronrecord wordt bovendien gebruikt voor het opslaan van andere eigenschappen zoals versiegegevens en tijdsinstellingen die van invloed zijn op het vernieuwen of verlopen van zones. Deze eigenschappen bepalen hoe vaak de zone wordt overgedragen tussen servers die als autoriteit fungeren voor de zone. Zie SOA-records beheren voor meer informatie. Opmerking
|
|
Syntaxis: eigenaar klasse SOA naamserver verantwoordelijke_persoon (serienummer vernieuwingsinterval interval_nieuwe_poging verloopdatum minimale_ttl) |
|
Voorbeeld: @ IN SOA naamserver.voorbeeld.microsoft.com. postmaster.voorbeeld.microsoft.com. (
1 ; serienummer
3600 ; vernieuwen [1h]
600 ; nieuwe_poging [10m]
86400 ; verloopdatum [1d]
3600 ) ; min TTL [1h]
|
SRV
|
Beschrijving: SRV-bronrecord (Service Locator). Hiermee kunnen meerdere servers die een soortgelijke TCP/IP-service leveren worden gevonden met één DNS-querybewerking. Met deze record kunt u een lijst van servers onderhouden voor een bekende serverpoort en type transportprotocol op volgorde van voorkeur voor een DNS-domeinnaam. In Windows Server 2003 DNS biedt deze record de mogelijkheid om domeincontrollers te vinden die gebruikmaken van LDAP-service (Lightweight Directory Access Protocol) via TCP-poort 389. De doelen van elk van deze gespecialiseerde velden die worden gebruikt in een SRV-record, zijn als volgt:
Zie het Internetconcept "A DNS RR for specifying the location of services (DNS SRV)" voor meer informatie. |
|
Syntaxis: service.protocol.naam ttl klasse SRV voorkeur gewicht poort doel |
|
Voorbeeld: _ldap._tcp._msdcs SRV 0 0 389 dc1.voorbeeld.microsoft.com
SRV 10 0 389 dc2.voorbeeld.microsoft.com
|
TXT
|
Beschrijving: TXT-bronrecord (tekst). Wijst een DNS-domeinnaam die is opgegeven in het veld eigenaar toe aan een reeks tekens in tekstreeks die als beschrijvende tekst dient. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse TXT tekstreeks |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. TXT "Dit is een voorbeeld van aanvullende domeinnaamgegevens." |
WKS
|
Beschrijving: WKS-bronrecord (Well Known Service). Beschrijft de bekende TCP/IP-services die worden ondersteund door een bepaald protocol op een bepaald IP-adres. WKS-records leveren gegevens over de beschikbaarheid van TCP en UDP voor TCP/IP-servers. Als een server zowel TCP als UDP ondersteunt voor een bekende service of meerdere IP-adressen heeft die een service ondersteunen, worden meerdere WKS-records ondersteund. Zie RFC 1035 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse WKS adres protocol servicelijst |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. WKS 10.0.0.1 TCP ( telnet smtp ftp ) |
X25
|
Beschrijving: X25-bronrecord (X.25). Wijst een DNS-domeinnaam in het veld eigenaar toe aan een PSDN (Public Switched Data Network)-adresnummer dat is opgegeven in psdn_nummer. PSDN-nummers die met deze record worden gebruikt, moet voldoen aan het internationale nummerplan X.121. Zie RFC 1183 voor meer informatie. |
|
Syntaxis: eigenaar ttl klasse X25 psdn_nummer |
|
Voorbeeld: voorbeeld.microsoft.com. X25 52204455506 |
