Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

RADIUS-clientconfiguratie bewerken

RADIUS-clientconfiguratie bewerken

  1. Open Internet Authentication Service.
  2. Klik in de consolestructuur op RADIUS-clients.
  3. Klik in het detailvenster op de client waarvoor u de configuratie wilt bewerken.
  4. Breng de gewenste wijzigingen aan in de RADIUS-clientconfiguratie.
  5. Klik op OK om de wijzigingen op te slaan.

Opmerkingen

  • U opent Internet Authentication Service (Internet-verificatieservice) als volgt: klik op Start, klik op Configuratiescherm, dubbelklik op Systeembeheer en dubbelklik op Internet Authentication Service.
  • Als IAS een toegangsaanvraag ontvangt van een RADIUS-proxyserver, kan IAS de leverancier van de NAS waarvan de aanvraag afkomstig is niet detecteren. Dat kan problemen veroorzaken als u wilt werken met RAS-beleidsvoorwaarden die zijn gebaseerd op de leverancier van de client en ten minste één client hebt gedefinieerd als RADIUS-proxyserver. Aanvragen van de proxy die niet overeenkomen met het externe toegangsbeleid worden geweigerd.
  • In gedeelde geheimen wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Controleer of het gedeelde geheim van de client gelijk is aan het gedeelde geheim dat u in Gedeeld geheim hebt getypt. Zie 'Verwante onderwerpen' voor meer informatie.
  • Als het clientadres niet kan worden geverifieerd wanneer u op Controleren klikt, controleert u of de opgegeven DNS-naam klopt.
  • U kunt de beschrijvende naam die u hebt opgegeven voor uw RADIUS-clients, gebruiken voor de voorwaarde Client-Friendly-Name bij RAS-beleid. Zie 'Verwante onderwerpen' voor meer informatie.
  • Als u het gebruik van het kenmerk Message Authenticator inschakelt, biedt dat aanvullende beveiliging als PAP, CHAP, MS-CHAP en MS-CHAP v2 worden gebruikt voor verificatie. EAP maakt standaard gebruik van het kenmerk Message Authenticator. U hoeft dat dus niet in te schakelen. Zie 'Verwante onderwerpen' voor meer informatie.
  • In Windows Server 2003, Standard Edition kunt u met IAS maximaal 50 RADIUS-clients en maximaal 2 externe RADIUS-servergroepen definiëren. U kunt een RADIUS-client definiëren door middel van een volledige domeinnaam of een IP-adres, maar u kunt geen groepen RADIUS-clients definiëren door een IP-adresbereik op te geven. Als de volledige domeinnaam van een RADIUS-client kan worden omgezet in meerdere IP-adressen, gebruikt de IAS-server het eerste IP-adres dat met de DNS-query wordt gevonden. Bij Windows Server 2003, Enterprise Edition, en Windows Server 2003, Datacenter Edition, kunt u voor IAS een onbeperkt aantal RADIUS-clients en externe RADIUS-servergroepen configureren. Bovendien kunt u RADIUS-clients configureren door een IP-adresbereik op te geven.

Informatie over functionele verschillen

  • Het is mogelijk dat uw server anders werkt. Dit hangt samen met de versie en editie van het geïnstalleerde besturingssysteem, de machtigingen van uw account en uw menu-instellingen. Zie Help-informatie bekijken op het web voor meer informatie.

Zie ook

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Weergeven:
© 2014 Microsoft