Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen
Dit onderwerp heeft nog geen beoordeling - Dit onderwerp beoordelen

Multicast-overdrachten maken

Bijgewerkt: mei 2008

Van toepassing op: Windows Server 2008

In dit onderwerp wordt beschreven hoe u multicast-overdrachten kunt maken met behulp van Windows Deployment Services.

In dit onderwerp

Overzicht

Via multicasting kunt u een systeemkopie installeren op een groot aantal clientcomputers zonder daarbij het netwerk te overbelasten. Als u een multicast-overdracht voor een installatiekopie inschakelt, worden de gegevens slechts eenmaal via het netwerk verzonden. Dat kan de gebruikte netwerkbandbreedte aanzienlijk beperken.

 

In de volgende gevallen kan het gebruik van multicasting uitkomst bieden: In de volgende gevallen vormt het gebruik van multicasting mogelijk geen oplossing:
  • Uw organisatie gebruikt netwerkrouters die multicasting ondersteunen.

  • Uw organisatie is een groot bedrijf waarbij veel clientinstallaties tegelijk moeten worden uitgevoerd.

  • Uw organisatie wil de netwerkbandbreedte efficiënt gebruiken. Bij gebruik van dit onderdeel worden systeemkopieën namelijk slechts eenmaal via het netwerk verzonden, waarbij u beperkingen kunt opgeven (zodat bijvoorbeeld niet meer dan 10 procent van de beschikbare bandbreedte wordt gebruikt).

  • De schijfruimte op de clientcomputers van uw organisatie is voldoende voor het downloaden van de systeemkopie.

  • Uw organisatie voldoet aan de vereisten in de volgende sectie.

  • Uw organisatie gebruikt netwerkrouters die geen ondersteuning bieden voor multicasting.

  • Uw organisatie kampt niet met overbelastingsproblemen.

  • Bij uw organisatie worden systeemkopieën slechts op een klein aantal clientcomputers tegelijk geïnstalleerd.

  • De schijfruimte van de clientcomputers van uw organisatie is beperkt. (De systeemkopie wordt namelijk naar de clientcomputers gedownload en niet vanaf een server geïnstalleerd.)

Vereisten voor het maken van een multicast-overdracht

Als u dit onderdeel in uw organisatie wilt inzetten, moet u beschikken over:

  • Routers die ondersteuning bieden voor multicasting. Uw netwerkinfrastructuur dient ondersteuning te bieden voor IGMP (Internet Group Management Protocol) voor het naar behoren doorsturen van multicast-verkeer. Zonder IGMP worden multicast-pakketten behandeld als broadcast-pakketten, wat kan leiden tot overbelasting van het netwerk.

  • Minimaal één installatiekopie die u wilt verspreiden via multicasting op de server.

  • Het bestand Boot.wim van de media voor Windows Server 2008 (in de map \Sources). Gebruik niet de Boot.wim van de Windows Vista-media tenzij bij uw Windows Vista-versie SP1 is geïntegreerd op de dvd.

  • IGMP (Internet Group Membership Protocol)-snooping moet op alle apparaten worden ingeschakeld. Hierdoor worden multicast-pakketten door de netwerkhardware alleen doorgestuurd naar de apparaten die om gegevens vragen. Wanneer IGMP-snooping is uitgeschakeld, worden multicast-pakketten behandeld als broadcast-pakketten en worden naar elk apparaat in het subnet verzonden.

Bekende problemen bij het maken van een multicast-overdracht

Bij de implementatie van multicasting kunt u te maken krijgen met de volgende problemen:

  • Als u een Boot.wim-bestand van Windows Vista voor multicast-overdrachten gebruikt, kunt u een overdracht maken, maar kunnen gebruikers die hiermee de computer opstarten geen toegang verkrijgen tot de overdracht.

  • Als op meerdere servers in het netwerk multicast-functionaliteit wordt gebruikt (Transport Server, Deployment Server of een andere oplossing), is het van belang elke server zo te configureren dat de IP-adressen voor multicasting niet strijdig zijn. Anders is het mogelijk dat de hoeveelheid gegevensverkeer enorm toeneemt wanneer u multicasting inschakelt. Standaard wordt op elke Windows Deployment Services-server hetzelfde bereik gebruikt. U kunt dit probleem omzeilen door statische bereiken op te geven die elkaar niet overlappen. Op die manier weet u zeker dat voor elke server een uniek IP-adres of MADCAP (Multicast Address Dynamic Client Allocation Protocol) wordt gebruikt. U geeft deze optie als volgt op: klik met de rechtermuisknop op de server in de MMC-module en klik op Eigenschappen. Klik vervolgens op het tabblad Netwerkinstellingen.

  • Wanneer u Windows Deployment Services-server hebt geconfigureerd en u het IP-multicast-adres, het UDP (User Data Protocol)-poortbereik of het RPC (Remote Procedure Call)-poortnummer hebt gewijzigd (met wdsutil /set-server /rpcport:<portnum>), moet u de service opnieuw starten voordat de wijzigingen van kracht worden. Als u de service niet opnieuw start, worden de oude waarden gebruikt en is het mogelijk dat de server niet op clientaanvragen reageert. U kunt de service op een van de volgende manieren opnieuw starten: Klik met de rechtermuisknop op Windows Deployment Services in de MMC-module en klik dan op Opnieuw starten, of voer achtereenvolgens wdsutil /stop-server en wdsutil /start-server uit in een opdrachtpromptvenster met verhoogde bevoegdheden.

  • Elke overdracht kan slechts zo snel als de langzaamste client worden uitgevoerd. Dat houdt dus in dat de hele overdracht langzaam zal zijn als er één langzame client is. U lost dit probleem op door eerst te bepalen welke client de overdracht ophoudt (dit wordt de masterclient genoemd). Hiervoor moet u de uitvoer van de volgende opdracht bekijken: WDSUTIL /Get-MulticastTransmission /Show-clients. Verbreek vervolgens de verbinding met de client. Hierdoor wordt de masterclient verplicht om de overdracht uit te voeren met behulp van het SMB (Server Message Block)-protocol, en de multicast-overdracht van de andere clients zou sneller moeten worden. Als dat niet het geval is, is er een probleem met de hardware van de client (bijvoorbeeld een langzame vaste schijf) of er is een netwerkprobleem.

Overdrachttypen

Multicast-overdrachten zijn onder te verdelen in twee typen:

  • AutoCast. Met deze optie geeft u aan dat een multicast-overdracht van de geselecteerde installatiekopie wordt gestart wanneer een geschikte client een installatiekopie aanvraagt. Wanneer andere clients diezelfde installatiekopie aanvragen, worden deze aanvragen ook toegevoegd aan de overdracht die al is gestart.

  • ScheduledCast. Met deze optie stelt u de begincriteria voor de overdracht in op basis van het aantal clients dat een installatiekopie aanvraagt en/of een specifieke dag en tijd. Als u geen van deze selectievakjes selecteert, wordt de overdracht pas gestart nadat u deze handmatig hebt gestart. U kunt een overdracht op een willekeurig moment handmatig starten door er met de rechtermuisknop op te klikken en vervolgens op Starten te klikken.

    noteOpmerking
    Gegevens worden alleen via het netwerk overgebracht als daar op de clients om wordt gevraagd. Als er geen clients met de server zijn verbonden (en de overdracht dus niet actief is), dan worden de gegevens niet via het netwerk verzonden.

    noteOpmerking
    Wanneer u Windows Deployment Services-server hebt geconfigureerd en u het IP-multicast-adres, het UDP-poortbereik of het RPC-poortnummer hebt gewijzigd (met wdsutil /set-server /rpcport:<portnum>), moet u de service opnieuw starten voordat de wijzigingen van kracht worden. Als u de service niet opnieuw start, worden de oude waarden gebruikt en is het mogelijk dat de server niet op clientaanvragen reageert. U kunt de service op een van de volgende manieren opnieuw starten: Klik met de rechtermuisknop op Windows Deployment Services in de MMC-module en klik dan op Opnieuw starten, of voer achtereenvolgens wdsutil /stop-server en wdsutil /start-server uit in een opdrachtpromptvenster met verhoogde bevoegdheden.

Een multicast-overdracht met Deployment Server maken

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken

Ga op een van de volgende manieren te werk:

  • Klik met de rechtermuisknop op het knooppunt Multicast-overdracht en klik vervolgens op Multicast-overdracht maken.

  • Klik met de rechtermuisknop op een systeemkopie en klik vervolgens op Multicast-overdracht maken.

  1. Open een opdrachtprompt met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    1. Een AutoCast-overdracht maken

      Syntaxis: WDSUTIL /New-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /FriendlyName:<beschrijvende naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep> /TransmissionType:AutoCast

    2. Een ScheduledCast-overdracht maken

      Syntaxis: WDSUTIL /New-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /FriendlyName:<beschrijvende naam> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep> /TransmissionType:ScheduledCast [/Time:<jjjj/mm/dd:uu:mm>] [/Clients:<aantal clients>]

Overdrachten beheren

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  • De overdracht starten. Als de overdracht via ScheduledCast plaatsvindt, er minimaal één client is en de overdracht nog niet is gestart, kunt u met de rechtermuisknop op de overdracht klikken en vervolgens op Starten klikken.

  • De overdracht verwijderen. Als u met de rechtermuisknop op de overdracht klikt en op Verwijderen klikt, wordt de multicast-overdracht gestopt en wordt voor elke client weer unicast-overdracht gebruikt. Dat wil zeggen: de clientinstallaties worden niet verwijderd of gestopt, maar de installatie wordt niet met behulp van de multicast-overdracht voltooid.

  • De overdracht deactiveren. Als u met de rechtermuisknop op de overdracht klikt en vervolgens op Deactiveren klikt, worden de huidige clientinstallaties voortgezet, maar worden er geen nieuwe clients aan de overdracht toegevoegd. Wanneer alle lopende clientinstallaties zijn voltooid, wordt de overdracht verwijderd. Als er geen clients zijn wanneer u op deze optie klikt, wordt de overdracht onmiddellijk verwijderd.

  • De eigenschappen van de overdracht weergeven. U kunt de eigenschappen weergeven door met de rechtermuisknop op de overdracht te klikken en vervolgens op Eigenschappen te klikken. U kunt de eigenschappen van een bestaande overdracht niet wijzigen. Als u de eigenschappen van een bestaande overdracht wilt wijzigen, moet u deze verwijderen en vervolgens opnieuw maken.

  • De overdrachten en de gegevens vernieuwen. U doet dit door met de rechtermuisknop op een overdracht te klikken en vervolgens op Vernieuwen te klikken. U kunt de gegevens ook vernieuwen door op F5 te drukken.

  • De overdracht starten

    Syntaxis: WDSUTIL /Start-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep>

    noteOpmerking
    U kunt de overdracht alleen starten als deze van het type ScheduledCast is, er minimaal één client is en de overdracht nog niet is gestart.

  • De overdracht verwijderen

    Syntaxis: WDSUTIL /Remove-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep> /Force

  • De overdracht deactiveren

    Syntaxis: WDSUTIL /Remove-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep>

  • De eigenschappen van de overdracht bekijken

    Syntaxis: WDSUTIL /Get-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep>



Clients in een overdracht beheren

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  • Clients weergeven en de voortgang bekijken. U kunt verbonden clients weergeven door het knooppunt Multicast-overdrachten uit te vouwen en vervolgens op de systeemkopie te klikken. De verbonden clients (inclusief de huidige installatietijd en het voltooide percentage) worden in het rechterdeelvenster weergegeven.

  • Een clientinstallatie stoppen. U kunt de installatie helemaal stoppen door met de rechtermuisknop op een client te klikken en vervolgens op Verbinding verbreken te klikken. Wees voorzichtig met het gebruik van deze optie: de installatie mislukt en de computer kan onbruikbaar worden.

  • De verbinding tussen een client en een multicast-overdracht verbreken. Als u de multicast-overdracht voor een bepaalde client wilt annuleren maar de systeemkopie verder via unicasting wilt overbrengen, klikt u met de rechtermuisknop op de client en klikt u vervolgens op Multicast overslaan.

  • Clients weergeven en de voortgang bekijken

    Syntaxis: WDSUTIL /Get-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep> /show:clients

  • Een clientinstallatie helemaal stoppen

    Syntaxis: WDSUTIL /Disconnect-Client /ClientID:<id> /Force.

    noteOpmerking
    Wees voorzichtig met het gebruik van deze optie: de installatie mislukt en de computer kan onbruikbaar worden.

  • De multicast-overdracht voor een bepaalde client annuleren maar de systeemkopie verder via unicasting overbrengen

    Syntaxis: WDSUTIL /Disconnect-Client /ClientID:<id>

  • De client-<id> voor elke overdracht weergeven

    Syntaxis: WDSUTIL /Get-MulticastTransmission /Image:<naam van systeemkopie> /ImageType:Install /ImageGroup:<naam van systeemkopiegroep> /show:clients

Het UDP-poortbereik configureren voor multicasting

Met deze instelling geeft u het bereik van de UDP-poorten op dat moet worden gebruikt voor multicasting, en u geeft andere onderdelen op, zoals de TFTP (Trivial File Transfer Protocol)-provider. Voordat u dit bereik wijzigt, moet u minimaal evenveel poorten hebben als er sessies en clients zijn die toegang tot de server hebben. Bij multicasting staat een sessie gelijk aan een netwerkinterface op de server. U kunt het aantal sessies berekenen door het aantal netwerkadapters op de server te vermenigvuldigen met het aantal installatiekopieën dat tegelijkertijd via multicasting kan worden overgebracht. Als u twee netwerkadapters hebt en met beide interfaces clients zijn verbonden, wordt de inhoud tweemaal via het netwerk verzonden (eenmaal via elke interface). In dat geval hebt u dus minimaal twee poorten nodig. Omdat dit bereik ook wordt gebruikt voor de TFTP-provider, moet u evenveel beschikbare poorten hebben als er momenteel clients toegang hebben tot de server.

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de server en klik vervolgens op Eigenschappen.

  2. Geef het UDP-poortbereik op het tabblad Netwerkinstellingen op.

  1. Open een opdrachtprompt met beheerdersmachtigingen.

  2. Voer WDSUTIL /Set-Server [/Server:<naam>] /Transport /StartPort:x /EndPort:y uit.

Configureren hoe IP-adressen voor multicasting door de server worden verkregen

De server wijst een IP-multicast-adres toe aan elke multicast-sessie, en alle verbonden clients luisteren op dat adres. Het is van belang dat alle IP-adressen op het netwerk uniek zijn, zodat elke client de juiste gegevens ontvangt. Als u een complex netwerk hebt, kunt u overwegen om DHCP te gebruiken voor selectie van de adressen. In minder complexe omgevingen kunt u een bereik configureren en kunt u het adres laten selecteren door de Windows Deployment Services-server.

 

De MMC-console gebruiken WDSUTIL gebruiken
  1. Klik met de rechtermuisknop op de server en klik vervolgens op Eigenschappen.

  2. Selecteer een van de volgende opties op het tabblad Netwerkinstellingen in IP-multicast-adres:

    • IP-adres verkrijgen van DHCP. U kunt deze optie alleen selecteren als de gebruikte DHCP-server deze ondersteunt. U kunt het IP-adres voor elke naamruimte opvragen via MADCAP (RFC 2730, Multicast).

    • IP-adres uit het volgende bereik gebruiken. U moet een bereik invoeren.

  1. Open een opdrachtprompt met beheerdersmachtigingen.

  2. Ga op een van de volgende manieren te werk:

    • Als u MADCAP gebruikt om het IP-adres voor elke naamruimte op te vragen, voert u WDSUTIL /Set-Server [/Server:<naam>] /Transport /ObtainIPFrom:DHCP uit.

    • Als u een vooraf ingesteld bereik met IP-adressen wilt configureren, voert u WDSUTIL /Set-Server [/Server:<naam>] /Transport /ObtainIPv4From:Range /Start:x.x.x.x /End:y.y.y.y uit.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Weergeven:
© 2014 Microsoft. Alle rechten voorbehouden.