Foutberichten

Foutberichten

Het is mogelijk dat een of meer van de volgende foutberichten worden weergegeven wanneer u Netwerkverbindingen gebruikt. Als u meer informatie wilt over een fout, klikt u erop.

600

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

601

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

602

De COM-poort die door de netwerkverbinding is aangevraagd, wordt reeds gebruikt door een andere actieve netwerkverbinding of een ander proces (bijvoorbeeld een controleprogramma voor telefoonlijnen of een faxprogramma). Sluit de toepassing af die de COM-poort blokkeert.

603

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

604

Het bestand met de RAS-telefoonlijst en de huidige configuratie van Netwerkverbindingen zijn waarschijnlijk inconsistent. Als u uw communicatieapparatuur hebt gewijzigd (bijvoorbeeld uw seriële poort of modem), moet u Netwerkverbindingen opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

605

Het bestand met de RAS-telefoonlijst en de huidige configuratie van Netwerkverbindingen zijn waarschijnlijk inconsistent. Als u uw communicatieapparatuur hebt gewijzigd (bijvoorbeeld uw seriële poort of modem), moet u Netwerkverbindingen opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

Als de fout zich blijft voordoen, verwijdert u de verbinding in Netwerkverbindingen en maakt u de verbinding vervolgens opnieuw.

606

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

607

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

608

Het bestand met de RAS-telefoonlijst en de huidige configuratie van Netwerkverbindingen zijn waarschijnlijk inconsistent. Als u uw communicatieapparatuur hebt gewijzigd (bijvoorbeeld uw seriële poort of modem), moet u Netwerkverbindingen opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

Als de fout zich blijft voordoen, verwijdert u de verbinding in Netwerkverbindingen en maakt u de verbinding vervolgens opnieuw.

609

Het bestand met de RAS-telefoonlijst en de huidige configuratie van Netwerkverbindingen zijn waarschijnlijk inconsistent. Als u uw communicatieapparatuur hebt gewijzigd (bijvoorbeeld uw seriële poort of modem), moet u Netwerkverbindingen opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

Als de fout zich blijft voordoen, verwijdert u de verbinding in Netwerkverbindingen en maakt u de verbinding vervolgens opnieuw.

610

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

611

Uw netwerkconfiguratie is waarschijnlijk onjuist. Start de computer opnieuw op om er zeker van te zijn dat alle recente wijzigingen in de configuratie van kracht zijn. Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

612

Uw netwerkconfiguratie is waarschijnlijk onjuist. Start de computer opnieuw op om er zeker van te zijn dat alle recente wijzigingen in de configuratie van kracht zijn. Deze fout kan ook optreden als uw computer te weinig bronnen heeft. Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

613

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

614

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

615

Het bestand met de RAS-telefoonlijst en de huidige configuratie van Netwerkverbindingen zijn waarschijnlijk inconsistent. Als u uw communicatieapparatuur hebt gewijzigd (bijvoorbeeld uw seriële poort of modem), moet u Netwerkverbindingen opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

Als de fout zich blijft voordoen, verwijdert u de verbinding in Netwerkverbindingen en maakt u de verbinding vervolgens opnieuw.

616

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

617

Wacht totdat Netwerkverbindingen de verbinding heeft verbroken.

618

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

619

Er kunnen verschillende redenen zijn waardoor er geen verbinding met de externe computer tot stand kan worden gebracht.

  • De externe computer is mogelijk bezet. Wacht enkele minuten en probeer opnieuw verbinding te maken.
  • Als u probeert om een inbelverbinding tot stand te brengen, is het mogelijk dat u hebt geprobeerd het nummer opnieuw te kiezen voordat de modem de verbinding volledig had verbroken. Wacht even en probeer het opnieuw.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met behulp van een modem, kan het zijn dat de modem niet goed functioneert. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.
  • Als u een apparaat gebruikt zoals een router, een hub of een netwerkadapter voor NAT (Network Address Translation), kan het zijn dat het apparaat niet goed functioneert. Als het apparaat firewall-mogelijkheden biedt, is het mogelijk dat het apparaat de verbinding blokkeert. Raadpleeg de documentatie bij het apparaat.

620

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

621

Netwerkverbindingen maakt gebruik van het bestand Rasphone.pbk in de map systeemhoofdmap\System32\Ras. Controleer of het bestand wel in deze map staat en start Netwerkverbindingen opnieuw.

622

Netwerkverbindingen maakt gebruik van het bestand Rasphone.pbk in de map systeemhoofdmap\System32\Ras. Controleer of het bestand wel in deze map staat en start Netwerkverbindingen opnieuw.

623

Netwerkverbindingen heeft de telefoonlijst gevonden, maar niet de vermelding voor de opgegeven verbinding. Deze fout kan alleen optreden als de telefoonlijst van Netwerkverbindingen wordt gebruikt door een andere toepassing die een ongeldige vermelding voor een verbinding in de lijst heeft opgenomen.

624

Netwerkverbindingen maakt gebruik van het bestand Rasphone.pbk in de map systeemhoofdmap\System32\Ras. Controleer of uw vaste schijf niet vol is en of u bent gemachtigd om dit bestand te wijzigen.

625

Het telefoonlijstbestand Rasphone.pbk is mogelijk beschadigd. Verwijder dit bestand uit de map systeemhoofdmap\System32\Ras en start vervolgens Netwerkverbindingen opnieuw om een nieuwe telefoonlijst te maken.

626

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

627

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk ongeldige informatie. Als u een modem gebruikt die niet wordt ondersteund, moet u een ander modem installeren die wel wordt ondersteund.

628

De verbinding kon niet tot stand worden gebracht, omdat de verbindingspoging door de externe machine werd beëindigt. Probeer het volgende:

  • Als u probeert om een inbelverbinding tot stand te brengen, moet u ervoor zorgen dat u het juiste nummer gebruikt. Probeer dit telefoonnummer te kiezen via uw telefoon. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176 voor meer informatie.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met behulp van een modem, kan het zijn dat u de modeminstellingen moet wijzigen. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met een VPN (virtueel particulier netwerk), is het mogelijk dat u de beveiligingsinstellingen voor dit type verbinding moet wijzigen. Zie Verificatie en gegevenscodering van VPN-verbindingen178 voor meer informatie of neem contact op met de systeembeheerder van de VPN waarmee u verbinding probeert te maken.

629

De verbinding is om een van de volgende redenen verbroken:

  • Een onherstelbare fout op de telefoonlijn.
  • Ruis op de lijn.
  • De verbinding is verbroken door de systeembeheerder.
  • De onderhandeling met de modem op de externe computer op de geselecteerde snelheid is mislukt.

Klik op Opnieuw kiezen om de verbinding te herstellen. U kunt voor de verbinding ook de optie voor automatisch kiezen inschakelen op het tabblad Opties. Als het probleem zich blijf voordoen, verlaagt u de modemsnelheid voor de verbinding tot 9600 bps en kiest u het nummer opnieuw. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179.

Maak verbinding met een andere computer. Als dat wel lukt, ligt het probleem bij de computer die u belt. U kunt ook proberen via een andere telefoonlijn verbinding te maken met de desbetreffende computer.

Als het probleem zich blijft voordoen, neemt u contact op met de systeembeheerder van de externe computer.

630

De verbinding is om een van de volgende redenen verbroken:

  • Er is een onherstelbare fout opgetreden in uw modem (of ander communicatieapparaat).
  • Er is een onherstelbare fout opgetreden in uw communicatiepoort.
  • De modemkabel is niet aangesloten.

Ga als volgt te werk om het probleem op te sporen en op te lossen:

  • Controleer of uw modem is ingeschakeld en of de kabel goed is aangesloten.
  • Controleer of uw modem goed functioneert. Zie Een modem testen180 voor instructies voor het testen van een modem.

631

De verbinding is verbroken door een actie op uw computer. Kies het nummer opnieuw.

632

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

633

Als u een inbelverbinding hebt, wordt de COM-poort die door de netwerkverbinding is aangevraagd al door een andere actieve netwerkverbinding of een ander proces (bijvoorbeeld een controleprogramma voor telefoonlijnen, zoals een faxprogramma) gebruikt. Sluit de toepassing af die de COM-poort blokkeert. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.

Als het een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) is, kan de netwerkverbinding het VPN-apparaat niet openen. Als het probleem blijft optreden, neemt u contact op met de systeembeheerder.

Als dit een breedbandverbinding is, kan het breedbandapparaat dat de netwerkverbinding heeft geprobeerd te gebruiken, niet worden geopend. Zorg ervoor dat de vereiste hardware, zoals een kabelmodem, goed functioneert. Neem contact op met de provider van de breedbandservice voor meer informatie over de vereiste hardware.

634

De RAS-server kan de naam van uw computer niet registreren in het netwerk. Dit probleem doet zich meestal voor bij het NetBIOS-protocol, maar kan ook optreden als een TCP/IP- of IPX-protocol wordt gebruikt. De fout ontstaat meestal doordat een adres al in het netwerk wordt gebruikt. Neem contact op met de systeembeheerder.

635

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

636

Uw hardwareconfiguratie en de configuratie-instellingen van uw verbinding komen waarschijnlijk niet overeen. Als u andere communicatieapparaten hebt geselecteerd (bijvoorbeeld een andere seriële poort of modem), moet u verbinding opnieuw configureren. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren.

637

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

638

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

639

Uw NetBIOS-netwerkconfiguratie is waarschijnlijk onjuist. Start de computer opnieuw op om er zeker van te zijn dat alle recente wijzigingen in de configuratie van kracht zijn. Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

Noteer de NetBIOS-foutcode zodat u deze bij de hand hebt als u contact opneemt met de technische ondersteuning.

640

De modem kan niet onderhandelen over een verbinding op de snelheid die is ingesteld. Stel de modem in op een lagere beginsnelheid en kies opnieuw. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179. Probeer ook de modem- en softwarecompressie uit te schakelen. Zie Een modem configureren voor een inbelverbinding181 of Softwarecompressie uitschakelen182.

Als u nog steeds geen verbinding kunt maken, voegt u het NWLink IPX/SPX/NetBIOS-compatibele transportprotocol aan de verbinding toe. Zie Een netwerkonderdeel toevoegen183.

641

Vraag uw systeembeheerder de broncapaciteit van de RAS-server te vergroten of gebruik Services in Computerbeheer om services op uw computer te stoppen die niet van essentieel belang zijn, zoals Messenger-services en Network DDE.

642

Er is al een andere computer met dezelfde naam aangemeld bij het externe netwerk. Elke computer in het netwerk moet een unieke naam hebben. Controleer het volgende:

  • In het netwerk waarmee u verbinding probeert te maken, is geen computer aanwezig met dezelfde naam als uw computer.
  • Uw computer is niet rechtstreeks aangesloten op het netwerk waarmee u verbinding maakt.

643

Meld deze fout aan de systeembeheerder.

644

Er is al een andere computer met het netwerk verbonden die uw naam voor berichten gebruikt. Berichten die aan u zijn gericht, worden naar die computer verzonden. Als u berichten op uw externe werkstation wilt ontvangen, moet u uw computer op kantoor afmelden voordat u de volgende keer inbelt bij het netwerk.

Deze fout heeft geen invloed op berichten van Microsoft Outlook, Microsoft Outlook Express of Microsoft Exchange.

645

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

646

Uw account is geconfigureerd voor beperkte toegang tot het netwerk. Als u op een ander tijdstip toegang tot het netwerk nodig hebt dan het tijdstip dat nu is geconfigureerd, vraagt u aan de systeembeheerder of deze de configuratie wil wijzigen.

647

De gebruikersaccount is uitgeschakeld. Dit kan zijn gebeurd na herhaalde mislukte aanmeldingspogingen of omdat de systeembeheerder de account om beveiligingsredenen heeft uitgeschakeld. Vraag uw systeembeheerder uw account in te schakelen in Lokale gebruikers en groepen.

648

Als u verbinding maakt via Netwerkverbindingen, wordt u automatisch gevraagd uw wachtwoord te wijzigen. Als u verbinding maakt met de opdracht rasdial, kunt u uw wachtwoord als volgt wijzigen:

  • Druk op CTRL+ALT+DEL.
  • Klik op Wachtwoord wijzigen en volg de instructies op het scherm.

Als u lid bent van de groep Administrators en uw wachtwoord is verlopen, moet een andere systeembeheerder uw wachtwoord wijzigen. U kunt het wachtwoord niet zelf wijzigen.

649

Deze account heeft om een van de volgende redenen geen toestemming om verbinding te maken:

  • U hebt een geldige account in het door u geselecteerde domein, maar deze account heeft geen machtiging voor externe toegang tot het netwerk. Vraag de systeembeheerder inbelmachtiging in te stellen voor uw gebruikersaccount of inbelmachtiging in te schakelen in Routering en RAS.
  • Uw account is verlopen, uitgeschakeld of vergrendeld, of uw inbeltoegang is vergrendeld.
  • U probeert een verbinding tot stand te brengen buiten de toegestane inbeluren om, of het beleid dat van toepassing is op uw account staat geen inbeltoegang toe.
  • Wellicht verhindert een beller-id-instelling dat een verbinding tot stand wordt gebracht. Uw account kan bijvoorbeeld vereist zijn om in te bellen vanaf een bepaald nummer.
  • De externe computer staat misschien alleen lokale accounts toe verbinding te maken.
  • Misschien is er een verificatieprotocol vereist waarover uw computer niet kan onderhandelen, of uw computer tracht een protocol te gebruiken dat niet is gemachtigd door het beleid op de externe computer.

Als u in een ander domein een account met inbelmachtiging hebt, gaat u als volgt te werk om uw account in dat domein te gebruiken:

  1. Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen.
  2. Schakel op het tabblad Opties de selectievakjes Vragen om naam, wachtwoord, certificaat etc. en Inclusief het Windows-aanmeldingsdomein in.
  3. Schakel op het tabblad Beveiliging het selectievakje Automatisch mijn Windows-aanmeldingsnaam en -wachtwoord gebruiken (en domein indien nodig) uit en klik vervolgens op OK.
  4. Dubbelklik op de verbinding en klik vervolgens op Kiezen.
  5. Geef de juiste gebruikersnaam en het juiste wachtwoord en domein op.

650

Deze fout kan een van de volgende oorzaken hebben:

  • De RAS-server is niet gestart. Neem contact op met de systeembeheerder om na te gaan of de server gestart is.
  • Er is ruis op de lijn of de onderhandeling tussen uw modem en de modem op de RAS-server op de geselecteerde snelheid is mislukt. Verlaag in beide gevallen de beginsnelheid (bps) van de modem en kies opnieuw. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179.
  • De seriële modemkabel moet wellicht worden vervangen.
  • De verificatie-instellingen voor de verbinding zijn mogelijk onjuist. Vraag de systeembeheerder te controleren of de verificatie-instellingen voldoen aan de vereisten op de RAS-server.
  • De softwarecompressie en modemhardwarecompressie voor de RAS-server zijn mogelijk beide ingeschakeld. Over het algemeen is de softwarecompressie voor de RAS-server ingeschakeld en de hardwarecompressie uitgeschakeld.

651

Uw modem (of ander apparaat) heeft een fout gemeld.

Als u een inbelverbinding hebt en een ondersteunde externe modem gebruikt, schakelt u de modem uit en schakelt u de modem weer in. Sluit Netwerkverbindingen af en start Netwerkverbindingen opnieuw. Kies daarna het nummer opnieuw. Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund. Controleer of uw modem op de juiste wijze is geconfigureerd voor RAS. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176 als u de configuratie wilt controleren.

Als het een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) is, hebt u mogelijk een ongeldig TCP/IP-adres opgegeven in de configuratie van de verbinding, of de server waarmee u verbinding maakt is niet beschikbaar. Neem contact op met de systeembeheerder om te controleren of de server beschikbaar is.

652

Uw modem (of andere apparaat) retourneert een bericht dat niet voorkomt in een of meer van uw scriptbestanden (Pad.inf, Switch.inf of bestandsnaam.scp).

Schakel de modem uit en weer in als u een ondersteunde externe modem gebruikt. Kies daarna opnieuw.

Als het probleem zich blijft voordoen, probeert u een verbinding met een lagere beginsnelheid te maken. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179.

653

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

654

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

655

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

656

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

657

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

658

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

659

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

660

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

661

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

662

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

663

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

664

Het systeem heeft onvoldoende geheugen. Sluit enkele toepassingen af en kies het nummer opnieuw.

665

Als het apparaat al voor een andere verbinding wordt gebruikt, moet u die verbinding verbreken.

Configureer de verbinding voor een ander apparaat. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176.

666

Uw modem (of een ander apparaat) reageert niet om een van de volgende redenen:

  • De externe modem is uitgeschakeld.
  • De modem is niet goed aangesloten op de computer. Controleer of de kabel goed op de modem en de computer is aangesloten.
  • De seriële kabel voldoet niet aan de specificaties voor Netwerkverbindingen.
  • Er is een hardwarefout opgetreden in de modem. Schakel de modem uit, wacht twintig seconden en schakel de modem weer in.

667

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

668

Kies het nummer opnieuw. Als u dit bericht blijft ontvangen, verlaagt u de beginsnelheid van de modem en schakelt u de geavanceerde modemfuncties uit. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179 of Softwarecompressie uitschakelen182.

Controleer ook of de modem compatibel is.

Als u handmatig een nummer kiest, moet u controleren of u verbonden bent voordat u op Gereed klikt. U kiest handmatig nummers als u de opdracht Nummer kiezen via telefonist(e) hebt gekozen in het menu Geavanceerd in de map Netwerkverbindingen.

669

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

670

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

671

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

672

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

673

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

674

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

675

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

676

Kies het nummer opnieuw. U kunt het opnieuw kiezen van nummers automatiseren door op het tabblad Opties de eigenschappen van de verbinding in te stellen. Zie Opties voor opnieuw kiezen configureren184. Als het een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) is, controleert u de hostnaam of het IP-adres van de doelserver en probeert u opnieuw verbinding te maken. Neem ook contact op met de systeembeheerder om na te gaan of de server gestart is.

677

Een modem of ander apparaat heeft de telefoon niet opgenomen. Controleer het nummer en kies opnieuw. Als het een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) is, controleert u de hostnaam of het IP-adres van de doelserver en probeert u opnieuw verbinding te maken.

678

De verbinding kon niet tot stand worden gebracht, omdat de externe machine niet heeft gereageerd op de verbindingsaanvraag. Probeer het volgende:

  • Als u probeert om een inbelverbinding tot stand te brengen, moet u ervoor zorgen dat u het juiste nummer gebruikt. Probeer dit telefoonnummer te kiezen via uw telefoon. Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176 voor meer informatie.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met behulp van een modem, controleert u of de modem goed functioneert. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met een virtueel particulier netwerk (VPN), controleert u of de hostnaam of het IP-adres van de doelserver juist is. Probeer vervolgens opnieuw verbinding te maken. U kunt de eigenschappen van een verbinding bekijken door met de rechtermuisknop op de verbinding te klikken. Klik vervolgens op Eigenschappen en bekijk de gegevens op het tabblad Algemeen. Neem contact op met de systeembeheerder van de VPN waarmee u verbinding probeert te maken voor meer informatie.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met een VPN, is het mogelijk dat een opstopping in het netwerk of een netwerkapparaat (zoals een firewall) uw poging om verbinding te maken blokkeert. Neem contact op met de systeembeheerder van de VPN waarmee u verbinding probeert te maken voor meer informatie.
  • Als u probeert een breedbandverbinding tot stand te brengen, controleert u of de servicenaam juist is. Probeer vervolgens opnieuw verbinding te maken. U kunt de eigenschappen van een verbinding bekijken door met de rechtermuisknop op de verbinding te klikken. Klik vervolgens op Eigenschappen en bekijk de gegevens op het tabblad Algemeen. Neem contact op met de provider van de breedbandservice voor meer informatie.
  • Als u probeert een breedbandverbinding tot stand te brengen, moet u controleren of de vereiste hardware (zoals een kabelmodem) is geïnstalleerd en goed functioneert. Neem contact op met de provider van de breedbandservice voor meer informatie.

679

Een modem of ander apparaat heeft de telefoon niet opgenomen. Veel modems geven deze fout als de externe modem de telefoon niet opneemt. Controleer het nummer en kies opnieuw. Als het een VPN-verbinding (virtueel particulier netwerk) is, controleert u de hostnaam of het IP-adres van de doelserver en probeert u opnieuw verbinding te maken. U kunt het opnieuw kiezen van nummers automatiseren door op het tabblad Opties de eigenschappen van de verbinding in te stellen. Zie Opties voor opnieuw kiezen configureren184.

680

De telefoonkabel is niet of niet goed aangesloten op de modem. U moet een prefix (bijvoorbeeld een 9) voor het nummer kiezen voor toegang tot externe lijnen. Het is ook mogelijk dat het nummer te lang is.

Controleer of de telefoonkabel is aangesloten op de juiste ingang van de modem. Controleer ook of u speciale toegangsnummers hebt toegevoegd, zoals de prefix 9, gevolgd door een komma, voor een verbinding met een buitenlijn (bijvoorbeeld: 9,555-0100). Zie Parameters voor telefoonnummers configureren185 voor meer informatie.

Controleer of u geen onderbroken signaal hoort op de telefoonlijn. Dit duidt op voice-mailberichten.

Met veel modems kunnen geen nummers van meer dan 34 cijfers worden gekozen. Wanneer de modem langere nummers aantreft, worden deze gesplitst in twee of meer delen, waarvan slechts het eerste deel wordt gekozen. Dit is het geval bij modems van USRobotics en Multitech. U kunt dit probleem alleen oplossen door een ander merk modem te gebruiken.

Zie Opties voor technische ondersteuning186 voor meer informatie.

681

Een van de configuratiebestanden van Netwerkverbindingen bevat waarschijnlijk gegevens die niet geldig zijn.

Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.

691

Uw gebruikersaccount is niet geregistreerd bij het vermelde domein, uw wachtwoord is verlopen of u hebt een typefout gemaakt. Als u geen domein opgeeft, probeert de RAS-server uw gebruikersnaam en wachtwoord te verifiëren op het domein waarvan de server lid is.

Typ uw gebruikersnaam, wachtwoord en domeinnaam opnieuw. Raadpleeg de systeembeheerder als u twijfelt over deze informatie.

692

Uw modem (of een ander apparaat) reageert niet om een van de volgende redenen:

  • De modem is uitgeschakeld, werkt niet goed of is niet goed aangesloten op de computer.

Voer de volgende handelingen uit om het probleem op te lossen:

  • Stel de modem in op de beginwaarden. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie bij de modem.
  • Als u een externe modem gebruikt, controleert u of u de goede seriële kabel gebruikt en of deze goed is aangesloten. Vervang eventueel de modemkabel. Als de externe modem via een adapter is aangesloten op de seriële poort, controleert u of de adapter een kabelaansluiting voor modemcommunicatie heeft. Een 9-naar-25-pins adapter voor een muis kan bijvoorbeeld niet voor een seriële netwerkverbinding worden gebruikt.
  • Test de seriële adapter of multiport-adapter en vervang deze indien nodig.
  • Controleer of de handshaking-opties voor de modem goed zijn ingesteld. Zie de documentatie bij de modem voor informatie over de verschillende handshaking-opties die voor uw modem beschikbaar zijn.
  • Als uw modem niet wordt ondersteund in Netwerkverbindingen, moet u een modem gebruiken dat wel wordt ondersteund.
  • Controleer of de communicatiepoort niet door een andere toepassing, zoals HyperTerminal, wordt gebruikt. Dit bericht kan ook worden weergegeven wanneer u Netwerkverbindingen start terwijl de poort al in gebruik is.
  • Zie Opties voor technische ondersteuning186 voor meer informatie.

695

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

696

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

697

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

699

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

700

Opdrachten in scriptbestanden mogen niet langer zijn dan 256 tekens. Splits de opdracht in meerdere opdrachten. Zie Het aanmeldingsproces voor inbelverbindingen automatiseren met behulp van Switch.inf-scripts187.

701

Uw modem heeft geprobeerd een verbinding te maken met een snelheid die de seriële poort niet kan interpreteren. Stel de beginsnelheid opnieuw in op de eerstvolgende, lagere standaard bps-snelheid. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179.

703

De server waarmee u verbinding maakt vereist gebruikersinteractie. De opdracht rasdial of de toepassing waarmee u belt, ondersteunen geen gebruikersinteractie.

Kies indien mogelijk een bestaande verbinding in de map Netwerkverbindingen om de verbinding met de server te maken.

Als u scripts gebruikt om verbinding te maken, kunt u proberen een inbelverbinding te maken die is geconfigureerd met de voorziening Terminal. De vereiste gebruikersinteractie kan dan plaatsvinden in het terminalvenster. Zie De functie Terminal gebruiken om u aan te melden bij een externe computer188.

704

Het terugbelnummer dat u voor de client hebt opgegeven, is ongeldig. Controleer of het terugbelnummer juist is getypt, inclusief het netnummer.

705

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

707

De X.25-verbinding geeft een fout. Geef de diagnostische informatie door aan uw X.25-provider.

708

Vraag of de systeembeheerder uw account opnieuw wil activeren.

709

Probeer uw wachtwoord nogmaals te wijzigen. Als u dit bericht blijft ontvangen, geeft u dit door aan de systeembeheerder.

710

Verlaag de beginsnelheid (bits per seconde) van de modem en kies het nummer opnieuw. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179.

711

Er kon geen verbinding tot stand worden gebracht, omdat een vereiste service op uw computer niet is opgestart. Controleer of de volgende services zijn gestart op uw computer en probeer vervolgens opnieuw de verbinding tot stand te brengen:

  • Plug en Play
  • Remote Access Auto Connection Manager

Zie Een service starten, stoppen, onderbreken, hervatten of opnieuw starten189 voor informatie over het starten van een service.

712

Deze fout kan zich voordoen bij een verbinding die is ingesteld voor het ontvangen van oproepen (tweerichtingsverbinding). De fout treedt op als u zelf belt op het moment dat de server de verbinding initialiseert voor het ontvangen van oproepen. Het nummer wordt binnen enkele seconden opnieuw gekozen in Netwerkverbindingen.

713

Zorg ervoor dat de ISDN-kabel goed is aangesloten, dat de eindweerstanden goed zijn geïnstalleerd (raadpleeg de documentatie bij de ISDN-kaart) en kies het nummer vervolgens opnieuw. Als dit bericht blijft terugkomen, neemt u contact op met de klantenservice van de leverancier van uw ISDN-kaart of het ISDN-telefoonbedrijf.

714

Alle beschikbare ISDN-kanalen zijn bezet. In de meeste gevallen biedt ISDN op BRI-serviceniveau (Basic Rate Interface) twee kanalen die kunnen worden gebruikt om gesprekken te voeren of gegevens over te brengen. Als beide kanalen in gebruik zijn, kan Netwerkverbindingen geen uitgaande verbinding tot stand brengen. Verbreek de verbinding op één kanaal en kies opnieuw.

715

Tijdens de verificatie zijn te veel asynchrone fouten op de telefoonlijn opgetreden. Probeer het opnieuw. Als het probleem zich blijft voordoen, verlaagt u de baud-rate en schakelt u alle modemfuncties uit. Zie De maximumpoortsnelheid voor modems wijzigen179 en Een geïnstalleerde modem configureren190.

716

Er is een probleem ontstaan met de TCP/IP-configuratie op de RAS-server. Uw verbinding vraagt bijvoorbeeld een onbruikbaar TCP/IP-adres aan bij de server.

Vraag de systeembeheerder de TCP/IP-instellingen op de server te controleren.

717

Geef een specifiek IP-adres op dat geen conflict veroorzaakt op het externe netwerk. Gebruik indien mogelijk het DHCP-protocol om adresconflicten te vermijden. Zie TCP/IP-instellingen configureren191.

718

Er is geprobeerd een PPP-verbinding (Point to Point Protocol) tot stand te brengen. Dit is niet gelukt omdat de externe computer niet tijdig heeft gereageerd of geen geldig antwoord heeft gegeven. Dit kan verschillende redenen hebben:

  • Als u probeert een verbinding met een virtueel particulier netwerk tot stand te brengen, geef dan op de volgende manier uw domeinnaam en gebruikersnaam op in Gebruikersnaam: DOMEIN\gebruikersnaam. Probeer vervolgens opnieuw de verbinding tot stand te brengen.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met een extern netwerk, is het mogelijk dat een opstopping in het netwerk of een netwerkapparaat (zoals een firewall) uw poging om verbinding te maken blokkeert. Probeer het later opnieuw, of neem contact op met de systeembeheerder van het externe netwerk voor meer informatie.
  • Het is mogelijk dat u bijgewerkte stuurprogramma's moet installeren voor uw modem, netwerkkaart of een ander verbindingsapparaat. Neem voor meer informatie contact op met de fabrikant van uw hardware.

719

Er is een PPP-gesprek gestart, maar het gesprek is op verzoek van de externe computer beëindigd. Waarschijnlijk is er een fout op de server opgetreden.

720

Er kan geen verbinding tot stand worden gebracht omdat de PPP-instellingen (Point to Point Protocol) op uw computer en op de externe computer niet overeenkomen. Probeer het volgende:

  • Controleer of TCP/IP is geïnstalleerd en is ingeschakeld voor dit verbindingstype. Zie Een netwerkonderdeel inschakelen192 voor meer informatie.
  • Controleer of alle benodigde protocollen voor dit type verbinding zijn geïnstalleerd. Zie Werking en protocollen van PPP193 voor meer informatie.
  • Neem contact op met de systeembeheerder van de externe machine voor meer informatie over het tot stand brengen van dit type verbinding.

721

De verbinding kan niet tot stand worden gebracht, omdat de externe machine niet heeft gereageerd op de verbindingsaanvraag. Probeer het volgende:

  • Controleer of uw modem goed functioneert. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.
  • Controleer of TCP/IP is geïnstalleerd en juist is geconfigureerd voor dit verbindingstype. Zie Verbinding maken met internet via PPPoE194 voor meer informatie.
  • Voor deze verbinding is mogelijk een terminalvenster vereist. Zie De functie Terminal gebruiken om u aan te melden bij een externe computer188 voor meer informatie over het inschakelen van een terminalvenster.
  • Als u probeert een verbinding tot stand te brengen met een virtueel particulier netwerk (VPN), controleert u of de hostnaam of het IP-adres van de doelserver juist is. Probeer vervolgens opnieuw verbinding te maken. Klik met de rechtermuisknop op de verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Op het tabblad Algemeen kunt u de gegevens bekijken.

722

Er is een PPP-pakket met een ongeldige indeling ontvangen. Uw systeembeheerder moet de PPP-gebeurtenissen mogelijk vastleggen in een logboekbestand om het probleem op te lossen. Zie Bronnen voor ondersteuning195 voor meer informatie.

723

De maximumlengte van het telefoonnummer, inclusief prefix en suffix, is 128 tekens.

726

Met het IPX-protocol kan slechts één poort worden gebruikt om een uitgaande verbinding tot stand te brengen.

728

Er is een probleem opgetreden met de TCP/IP-configuratie. Start uw computer opnieuw op om ervoor te zorgen dat alle recente wijzigingen in de configuratie van kracht zijn.

729

Controleer of TCP/IP is geïnstalleerd. Zie Een netwerkonderdeel toevoegen183 voor meer informatie.

731

Er is verzocht om specifieke informatie over een PPP CP-protocol dat niet is geconfigureerd. Vraag uw systeembeheerder de PPP-logboekregistratie in te schakelen met het hulpprogramma Netsh.exe om het PPP-onderhandelingsprobleem te kunnen oplossen.

732

De onderhandeling over PPP-parameters is mislukt omdat de lokale en de externe computer geen overeenstemming konden bereiken over een gemeenschappelijke set parameters. Vraag uw systeembeheerder de configuratie van netwerkprotocollen zoals TCP/IP of IPX te controleren. Vraag uw systeembeheerder ook de PPP-logboekregistratie in te schakelen met het hulpprogramma Netsh.exe om het PPP-onderhandelingsprobleem te kunnen oplossen.

733

De verbinding kan niet tot stand worden gebracht omdat deze computer en de externe computer geen overeenstemming hebben bereikt over PPP-besturingsprotocollen. Probeer het volgende:

  • Zorg ervoor dat alle netwerkonderdelen die nodig zijn voor de verbinding, zijn geïnstalleerd en geconfigureerd voor het type verbinding. Zie Een netwerkonderdeel toevoegen183 en Een verbinding met een extern netwerk configureren176 voor meer informatie.
  • Schakel multilink-onderhandeling voor de verbinding in of uit. Als u multilink wilt configureren, opent u de map Netwerkverbindingen. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de verbinding, klik op Eigenschappen, kies het tabblad Netwerk en klik op Instellingen.

734

Het besturingsprotocol voor de PPP-verbinding is beëindigd. Er kunnen verschillende oorzaken zijn: Probeer het volgende:

  • Mogelijk heeft zich een probleem voorgedaan bij de internetprovider. Neem contact op met de internetprovider.
  • De beveiligingsprotocollen op de server waarmee u verbinding probeert te maken zijn niet compatibel met uw beveiligingsinstellingen. Klik in Netwerkverbindingen met de rechtermuisknop op de verbinding die u gebruikt. Klik op Eigenschappen en klik vervolgens op het tabblad Beveiliging. Selecteer Onbeveiligd wachtwoord toestaan in Mijn identiteit als volgt valideren.
  • LCP-extensies worden niet ondersteund. Klik in Netwerkverbindingen met de rechtermuisknop op de verbinding die u gebruikt. Klik op Eigenschappen en klik vervolgens op het tabblad Netwerk. Klik op Instellingen en schakel selectievakje LCP-uitbreidingen inschakelen uit.

735

De verbinding is zodanig geconfigureerd dat deze een specifiek IP-adres aanvraagt. De server is echter niet zodanig geconfigureerd dat deze clients toestaat om een specifiek IP-adres aan te vragen. Het kan ook zijn dat het desbetreffende IP-adres al wordt gebruikt door een andere client. Gebruik indien mogelijk het DHCP-protocol om adresconflicten te vermijden. Zie TCP/IP-instellingen configureren191.

736

Er is een gesprek over het PPP-netwerkbeheerprotocol gestart, maar het gesprek is op verzoek van de externe computer beëindigd. Waarschijnlijk is er een fout op de server opgetreden. Raadpleeg de systeembeheerder. De systeembeheerder kan ook PPP-logboekregistratie inschakelen met het hulpprogramma Netsh.exe. Hiermee kan de oorzaak van het PPP-onderhandelingsprobleem worden opgespoord.

737

De lokale en externe computer die bij het PPP-gesprek zijn betrokken, zijn dezelfde computer. Dit betekent meestal dat een apparaat op de koppeling, bijvoorbeeld een modem, tekens echoot. Probeer deze apparaten opnieuw in te stellen.

Bij servers van andere fabrikanten kan dit erop duiden dat de externe computer probeert zich aan te melden als teletypewriter (TTY) alvorens een verbinding te maken. Configureer de verbinding voor een terminal na de verbinding op het tabblad Beveiliging.

738

De server kan geen IP-adres toewijzen aan uw computer uit de groep toegewezen adressen. Vraag de systeembeheerder de verbinding in te stellen voor gebruik met een specifiek IP-adres op de client dat geen conflicten in het externe netwerk veroorzaakt. Of gebruik indien mogelijk het DHCP-protocol om adresconflicten te vermijden. Zie TCP/IP-instellingen configureren191.

739

Deze fout treedt alleen op als u een PPP-verbinding maakt met een server waarop Windows niet actief is. De standaard PPP-verificatieprotocollen die worden gebruikt om samen te werken met servers van andere fabrikanten, vereisen dat het wachtwoord beschikbaar is in normale tekstindeling. Windows-servers slaan om beveiligingsredenen alleen de gecodeerde indeling op.

740

De TAPI-apparaten die voor Netwerkverbindingen zijn geconfigureerd, zijn niet geïnitialiseerd of zijn niet goed geïnstalleerd Start de computer opnieuw op om er zeker van te zijn dat alle recente wijzigingen in de configuratie van kracht zijn. Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde informatie over waarschuwingen of fouten als de fout zich blijft voordoen.

741

U kunt deze fout mogelijk oplossen door het selectievakje Gegevenscodering verplicht (anders verbinding verbreken) op het tabblad Beveiliging in- of uit te schakelen. Raadpleeg de systeembeheerder voor meer informatie over de beveiligingsinstellingen op de client.

Deze fout kan ook optreden als uw wachtwoord meer dan 14 tekens bevat, u het selectievakje Gegevenscodering verplicht (anders verbinding verbreken) op het tabblad Beveiliging hebt ingeschakeld en de optie Beveiligd wachtwoord vereisen hebt geselecteerd bij Mijn identiteit als volgt valideren. Typ een wachtwoord van minder dan 14 tekens, schakel het selectievakje Gegevenscodering verplicht (anders verbinding verbreken) uit en klik op Onbeveiligd wachtwoord toestaan bij Mijn identiteit als volgt valideren.

Zie Een verbinding met een extern netwerk configureren176 en Verificatie en gegevenscodering van VPN-verbindingen178.

742

Het vereiste coderingsniveau is niet beschikbaar op de externe computer. Op de ene computer wordt waarschijnlijk de 128-bits coderingstechnologie gebruikt en op de andere 40- of 56-bits codering. Vraag de systeembeheerder uw coderingsniveau te controleren en na te gaan of op de server hetzelfde coderingsniveau wordt gebruikt. Zie Gegevenscodering196 voor meer informatie.

743

De RAS-server vereist codering, maar codering is niet ingeschakeld voor uw verbinding. Zie Instellingen voor identiteitsverificatie en gegevenscodering configureren197.

751

Er is een ongeldig terugbelnummer opgegeven. Voor terugbelnummers kunt u alleen de cijfers 0 tot en met 9, de letters T, P, W, en de tekens (, ), -, @ en spatie gebruiken. Typ een geldig nummer en kies opnieuw.

752

753

Deze verbinding wordt gebruikt door de service Routing and Remote Access. Verbreek de verbinding met de service Routing and Remote Access. De verbinding staat hetzij in de lijst met routeringsinterfaces, hetzij in de lijst met RAS-clients.

754

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.

Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

755

Neem contact op met de systeembeheerder.

756

Wacht enkele ogenblikken en probeer het later opnieuw.

757

Er is een interne fout opgetreden.

  • Controleer de netwerkconfiguraties voor uw computer.
  • Controleer of alle apparaten werken.
  • Klik op Start en vervolgens op Help en ondersteuning als u meer informatie wilt over het oplossen van een probleem.

Raadpleeg Logboeken voor gedetailleerde waarschuwingen of fouten als de fout blijft terugkomen.

758

Deze fout doet zich voor als een toepassing de voorziening Internet-verbinding delen inschakelt terwijl het eigenschappenvenster van de verbinding is geopend en u vervolgens probeert de voorziening in te schakelen. Sluit het eigenschappenvenster van de verbinding en open het opnieuw. Het selectievakje Internet-verbinding delen voor deze verbinding inschakelen op het tabblad Geavanceerd moet zijn ingeschakeld.

760

Er is een interne fout opgetreden tijdens het inschakelen van routering. Neem contact op met de systeembeheerder.

761

Er is een interne fout opgetreden tijdens het inschakelen van de optie Internet-verbinding delen. Neem contact op met de systeembeheerder.

763

Sluit het eigenschappenvenster van de verbinding en open het opnieuw. Het selectievakje Internet-verbinding delen voor deze verbinding inschakelen op het tabblad Geavanceerd moet zijn ingeschakeld. Selecteer een LAN-verbinding in de lijst.

764

Installeer een smartcardlezer.

765

Met Internet-verbinding delen wordt een statisch adres ingesteld voor de LAN-verbinding met het thuisnetwerk of kleine bedrijfsnetwerk. Het systeem bevat al een netwerkadapter met hetzelfde adres. Wijzig het statische adres van de netwerkadapter voordat u Internet-verbinding delen inschakelt.

766

Neem contact op met de systeembeheerder. Zie Certificaten aanvragen199 als u lid bent van een Active Directory-domein en een certificaat moet aanvragen. Zie Gebruikerscertificaataanvragen indienen via het web200 als u geen lid bent van een Active Directory-domein of een certificaat moet aanvragen via internet.

767

Verwijder de aanvullende, statische IP-adressen of configureer de LAN-verbinding voor DHCP opnieuw. Zie TCP/IP-instellingen configureren191.

768

Schakel codering uit als er geen codering is vereist en probeer het opnieuw. Zie Instellingen voor identiteitsverificatie en gegevenscodering configureren197.

769

U hebt een ongeldig doeladres opgegeven of uw RAS-server is niet beschikbaar. Controleer het doeladres en probeer het opnieuw.

770

De verbinding wordt afgewezen door de externe computer vanwege een ongeldige beller-id of hardware-instelling.

771

Wacht enkele ogenblikken en probeer het later opnieuw.

772

Neem contact op met de systeembeheerder.

773

Typ het juiste nummer en kies opnieuw.

774

Wacht enkele ogenblikken en probeer het later opnieuw. Deze fout kan duiden op een probleem met de timing of met de externe computer.

775

De externe computer blokkeert de verbinding vanwege een ongeldige beller-id, een planningsbeleid dat alleen toegang tijdens bepaalde uren toestaat of een andere instelling.

776

Neem contact op met de systeembeheerder.

777

Neem contact op met de systeembeheerder.

778

Tijdens het verificatieproces identificeert de server zich bij uw computer en uw computer identificeert zich bij de server. Als deze fout optreedt, wil dat zeggen dat uw computer de server niet herkent.

779

Installeer een smartcardlezer. Zie Een smartcardlezer installeren op een computer201.

780

Er is een interne fout opgetreden. Neem contact op met de systeembeheerder. Configureer de verbinding voor EAP.

781

Deze L2TP/IPSec-verbinding vereist de aanwezigheid van een geldig certificaat op de computer. Dit certificaat is niet aangetroffen. Probeer het volgende:

782

Verwijder het NAT-routeringsprotocol (Network Address Translation). Zie Een IP-routeringsprotocol verwijderen203.

783

Controleer voordat u Internet-verbinding delen inschakelt of de LAN-adapter en de bijbehorende kabels goed zijn aangesloten.

784

Configureer de verbinding zo dat deze dezelfde naam als de smartcard gebruikt. Geef de eigenschappen van de verbinding weer. Klik op het tabblad Beveiliging op Geavanceerd (aangepaste instellingen) en klik op Instellingen. Klik op Smartcard of ander certificaat (codering ingeschakeld), klik op Eigenschappen en schakel vervolgens het selectievakje Een andere gebruikersnaam voor de verbinding gebruiken uit.

785

Stel een smartcard in voor de verbinding. Zie Verificatie via smartcards of andere certificaten inschakelen204.

786

Neem contact op met de beheerder van het externe netwerk. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • Het computercertificaat is ongeldig, verlopen of bevat geen vooraf gedeelde sleutel.
  • Geen van de computercertificaten wordt vertrouwd door de server.
  • De computer gebruikt een vooraf gedeelde sleutel die ongeldig is. Gebruik een andere vooraf gedeelde sleutel.

Zie Certificaten aanvragen199 als u lid bent van een Active Directory-domein en een certificaat moet aanvragen. Zie Gebruikerscertificaataanvragen indienen via het web200 als u geen lid bent van een Active Directory-domein of een certificaat moet aanvragen via internet. Zie Beveiliging bij de verbinding205 voor meer informatie over beveiliging bij externe toegang.

787

Neem contact op met de systeembeheerder. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • Uw gebruikersnaam- en wachtwoordreferenties zijn ongeldig.
  • Het certificaat dat uw computer gebruikt is verlopen.
  • Het certificaat dat de server gebruikt is verlopen.

Zie Certificaten aanvragen199 als u lid bent van een Active Directory-domein en een certificaat moet aanvragen. Zie Gebruikerscertificaataanvragen indienen via het web200 als u geen lid bent van een Active Directory-domein of een certificaat moet aanvragen via internet.

788

Neem contact op met de systeembeheerder. De huidige configuratie van L2TP-parameters is niet compatibel met de Microsoft-implementatie van L2TP.

789

Neem contact op met de systeembeheerder.

790

Neem contact op met de systeembeheerder. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • De server waarmee u verbinding maakt, heeft geen certificaat.
  • De server waarmee u verbinding maakt, heeft niet het juiste certificaat.
  • Uw verbinding is niet ingesteld voor gebruik van het juiste certificaat.

Zie Certificaten aanvragen199 als u lid bent van een Active Directory-domein en een certificaat moet aanvragen. Zie Gebruikerscertificaataanvragen indienen via het web200 als u geen lid bent van een Active Directory-domein of een certificaat moet aanvragen via internet. Zie Beveiliging bij de verbinding205 voor meer informatie over beveiliging bij externe toegang.

791

Neem contact op met de systeembeheerder. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • Misschien is de externe server off line.
  • De server waarmee u verbinding maakt, heeft niet de juiste referenties.
  • Uw verbinding is niet geconfigureerd met de juiste referenties.

792

Controleer de verbinding met internet. Als de verbinding in orde is, neemt u contact op met de systeembeheerder. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • Misschien is de externe server off line.
  • De server waarmee u verbinding maakt, heeft niet de juiste referenties.
  • Uw verbinding is niet geconfigureerd met de juiste referenties.
  • Uw verbinding is geconfigureerd voor een andere beveiligingsmethode dan de externe computer. Probeer het type VPN-verbinding te wijzigen. U kunt de eigenschappen van een VPN-verbinding als volgt wijzigen: klik met de rechtermuisknop op de verbinding, klik op Eigenschappen en bekijk de informatie op het tabblad Netwerk.

793

Neem contact op met de systeembeheerder. Uw verbinding wordt verbroken om een van de volgende redenen:

  • Misschien is de externe server off line.
  • De server waarmee u verbinding maakt, heeft niet de juiste referenties.
  • Uw verbinding is niet geconfigureerd met de juiste referenties.
  • De computer gebruikt een vooraf gedeelde sleutel die ongeldig is. Gebruik een andere vooraf gedeelde sleutel.

Zie Beveiliging bij de verbinding205 voor meer informatie over beveiliging bij externe toegang.

794

Voor deze verbinding moet een kenmerk op het externe netwerk worden geconfigureerd. Neem contact op met de systeembeheerder van het externe netwerk.

795

Voor deze verbinding moet een kenmerk op het externe netwerk worden geconfigureerd. Neem contact op met de systeembeheerder van het externe netwerk.

796

Voor deze verbinding moet een kenmerk op het externe netwerk worden geconfigureerd. Neem contact op met de systeembeheerder van het externe netwerk.

797

Deze verbinding vereist een modem. Probeer het volgende:

  • Sluit alle andere programma's en probeer opnieuw de verbinding tot stand te brengen. Het is mogelijk dat de modem of de communicatiepoort waarop de modem is aangesloten door een ander programma wordt gebruikt.
  • Controleer of de computer over een modem beschikt. Zie Een modem installeren206 voor meer informatie.
  • Controleer of de modem goed functioneert. Zie Problemen met modems oplossen177 voor meer informatie.

798

Neem contact op met de systeembeheerder. Zie Certificaten aanvragen199 als u lid bent van een Active Directory-domein en een certificaat moet aanvragen. Zie Gebruikerscertificaataanvragen indienen via het web200 als u geen lid bent van een Active Directory-domein of een certificaat moet aanvragen via internet.

799

Controleer de IP-adressen van alle computers die verbonden zijn met het lokale netwerk en wijzig de adressen indien nodig. Zie TCP/IP-instellingen configureren191.

800

De verbinding met de VPN-server kan niet tot stand worden gebracht via PPTP of L2TP. Deze fout kan een of meer van de volgende oorzaken hebben:

De L2TP/IPSec-server is niet bereikbaar. Het is mogelijk dat de servernaam die u hebt opgegeven niet bestaat. Het is mogelijk dat de configuratie van de verbinding ervoor zorgt dat IPSec geen beveiligd kanaal tot stand kan brengen met de server. Het IPSec-verkeer kan worden geblokkeerd door een netwerkonderdeel zoals NAT (Network Address Translation) of een firewall.

801

Het digitale certificaat dat de server heeft verzonden kan niet worden geverifieerd. Deze fout kan een of meer van de volgende oorzaken hebben:

  • De basis van de certificaatketen die door de server is verzonden, is niet beschikbaar voor verificatie door het lokale systeem.
  • U hebt de server en de vertrouwde basiscertificeringsinstantie opgegeven voor het lokale systeem. De clientcomputer kan de basiscertificeringsinstantie niet vinden of verifiëren. Waarschijnlijk ontbreekt de instantie, waardoor er een fout wordt gegenereerd.
  • Als de server niet tot een domein behoort, heeft deze misschien helemaal geen certificeringsinstantie.

Los dit probleem als volgt op:

  • Ga na of u het basiscertificaat hebt verkregen en distribueer het naar elke gebruiker en computer die moet kunnen vertrouwen op de basiscertificeringsinstantie.
  • Controleer in Groepsbeleid of de beleidsinstellingen voor de vertrouwde basiscertificeringsinstantie correct zijn. Zie Beleid voor het opbouwen van vertrouwen in basiscertificeringsinstanties208 voor meer informatie.
  • Neem contact op met de systeembeheerder voor extra ondersteuning.

802

De smartcard die u gebruikt, wordt niet herkend. Deze fout kan een of meer van de volgende oorzaken hebben:

  • De smartcardlezer is niet correct geplaatst. De smartcard is bijvoorbeeld ondersteboven geplaatst.
  • De smartcardlezer is niet correct geïnstalleerd.
  • Als u CSP-software (cryptographic service provider) gebruikt, is deze software mogelijk beschadigd of niet juist geïnstalleerd.

Los dit probleem als volgt op:

Koppelingstabel
1http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_600
2http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_601
3http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_602
4http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_603
5http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_604
6http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_605
7http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_606
8http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_607
9http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_608
10http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_609
11http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_610
12http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_611
13http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_612
14http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_613
15http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_614
16http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_615
17http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_616
18http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_617
19http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_618
20http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_619
21http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_620
22http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_621
23http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_622
24http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_623
25http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_624
26http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_625
27http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_626
28http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_627
29http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_628
30http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_629
31http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_630
32http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_631
33http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_632
34http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_633
35http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_634
36http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_635
37http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_636
38http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_637
39http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_638
40http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_639
41http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_640
42http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_641
43http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_642
44http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_643
45http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_644
46http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_645
47http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_646
48http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_647
49http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_648
50http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_649
51http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_650
52http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_651
53http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_652
54http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_653
55http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_654
56http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_655
57http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_656
58http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_657
59http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_658
60http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_659
61http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_660
62http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_661
63http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_662
64http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_663
65http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_664
66http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_665
67http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_666
68http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_667
69http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_668
70http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_669
71http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_670
72http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_671
73http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_672
74http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_673
75http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_674
76http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_675
77http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_676
78http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_677
79http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_678
80http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_679
81http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_680
82http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_681
83http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_691
84http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_692
85http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_695
86http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_696
87http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_697
88http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_699
89http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_700
90http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_701
91http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_703
92http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_704
93http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_705
94http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_707
95http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_708
96http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_709
97http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_710
98http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_711
99http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_712
100http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_713
101http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_714
102http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_715
103http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_716
104http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_717
105http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_718
106http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_719
107http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_720
108http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_721
109http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_722
110http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_723
111http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_726
112http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_728
113http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_729
114http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_731
115http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_732
116http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_733
117http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_734
118http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_735
119http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_736
120http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_737
121http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_738
122http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_739
123http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_740
124http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_741
125http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_742
126http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_743
127http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_752
128http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_753
129http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_754
130http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_755
131http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_756
132http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_757
133http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_758
134http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_760
135http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_761
136http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_763
137http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_764
138http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_765
139http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_766
140http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_767
141http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_768
142http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_769
143http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_770
144http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_771
145http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_772
146http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_773
147http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_774
148http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_775
149http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_776
150http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_777
151http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_778
152http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_779
153http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_780
154http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_781
155http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_782
156http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_783
157http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_784
158http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_785
159http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_786
160http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_787
161http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_788
162http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_789
163http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_790
164http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_791
165http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_792
166http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_793
167http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_794
168http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_795
169http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_796
170http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_797
171http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_798
172http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_799
173http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_800
174http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_801
175http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc773153(d=printer,v=ws.10).aspx#BKMK_802
176http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc786906(v=ws.10).aspx
177http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc738052(v=ws.10).aspx
178http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc785072(v=ws.10).aspx
179http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc787833(v=ws.10).aspx
180http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc783285(v=ws.10).aspx
181http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc782916(v=ws.10).aspx
182http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc780688(v=ws.10).aspx
183http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc783645(v=ws.10).aspx
184http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc738937(v=ws.10).aspx
185http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc740214(v=ws.10).aspx
186http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc772641(v=ws.10).aspx
187http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc782765(v=ws.10).aspx
188http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc776287(v=ws.10).aspx
189http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc736564(v=ws.10).aspx
190http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc787288(v=ws.10).aspx
191http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc779849(v=ws.10).aspx
192http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc783890(v=ws.10).aspx
193http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc786282(v=ws.10).aspx
194http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc739300(v=ws.10).aspx
195http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc772638(v=ws.10).aspx
196http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc785633(v=ws.10).aspx
197http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc781483(v=ws.10).aspx
198http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc784029(v=ws.10).aspx
199http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc784473(v=ws.10).aspx
200http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc778191(v=ws.10).aspx
201http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc776137(v=ws.10).aspx
202http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc758410(v=ws.10).aspx
203http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc780735(v=ws.10).aspx
204http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc737336(v=ws.10).aspx
205http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc786382(v=ws.10).aspx
206http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc785045(v=ws.10).aspx
207http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc780533(v=ws.10).aspx
208http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc775613(v=ws.10).aspx
209http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc775842(v=ws.10).aspx
210http://technet.microsoft.com/nl-nl/library/cc775642(v=ws.10).aspx
Community-inhoud Toevoegen