Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

IIS-registratiehulpprogramma voor ASP.NET

Op basis van de ISAPI-versie van ASP.NET die via een script aan een ASP.NET-toepassing is toegewezen, wordt bepaald welke runtimeversie (alle talen) voor de toepassing wordt gebruikt als meerdere versies van .NET Framework naast elkaar op één computer worden uitgevoerd. Met behulp van het IIS-registratiehulpprogramma voor ASP.NET (Aspnet_regiis.exe) kunnen beheerders de scripttoewijzingen voor een ASP.NET-toepassing op een eenvoudige manier bijwerken, zodat wordt verwezen naar de ISAPI-versie van ASP.NET die bij het hulpprogramma hoort. Dit proces kan ook worden uitgevoerd met behulp van installatieprogramma's. Daarnaast kunt u het hulpprogramma gebruiken om de status van de geïnstalleerde versies van ASP. NET weer te geven, de ASP.NET-versie te registreren die bij het hulpprogramma hoort, mappen voor clientscripts te maken en andere configuratietaken uit te voeren.

Aspnet_regiis [options]

U kunt een of meer van de volgende opties instellen.

 

Optie Beschrijving

-c

Hiermee installeert u de clientscripts voor ASP.NET (zoals de clientvalidatiescripts) in de submap Aspnet_client voor alle mappen van de IIS-site.

noteOpmerking
Met deze optie worden alleen de clientscripts geïnstalleerd voor de ASP.NET-versie die bij Aspnet_regiis.exe hoort.

-e

Hiermee verwijdert u de clientscripts voor ASP.NET uit de submap Aspnet_client voor alle mappen van de IIS-site.

noteOpmerking
Met deze optie worden alleen de clientscripts verwijderd voor de ASP.NET-versie die bij Aspnet_regiis.exe hoort.

-ea

Hiermee verwijdert u de clientscripts voor alle ASP.NET-versies uit de submap Aspnet_client voor alle mappen van de IIS-site.

-i

Hiermee installeert u de ASP.NET-versie die bij Aspnet_regiis.exe hoort en werkt u de scripttoewijzingen bij voor de hoofdmap en de submappen van de IIS-metabase.

noteOpmerking
Met deze optie worden alleen de scripttoewijzingen bijgewerkt voor toepassingen waarin een eerdere versie van ASP.NET wordt gebruikt. Deze optie is niet van invloed op toepassingen waarin een latere versie wordt gebruikt.

-ir

Hiermee installeert u de ASP.NET-versie die bij Aspnet_regiis.exe hoort en registreert u ASP.NET alleen in IIS.

noteOpmerking
Met deze optie worden de scripttoewijzingen niet bijgewerkt. Als u ASP.NET wilt installeren en de scripttoewijzingen wilt bijwerken, gebruikt u de optie -i.

-k pad

Hiermee verwijdert u de scripttoewijzingen voor de ASP.NET-versies van alle ASP.NET-toepassingen uit het opgegeven pad naar de hoofdmap van de toepassing en de bijbehorende submappen.

-kn pad

Hiermee verwijdert u de scripttoewijzingen voor alle ASP.NET-versies van de ASP.NET-toepassing uit het opgegeven pad naar de hoofdmap van de toepassing.

noteOpmerking
Deze optie is niet van invloed op de toepassingen in de submappen van het opgegeven pad.

-lk

Hiermee geeft u het pad en de versie weer van alle IIS-metabasesleutels waaraan ASP.NET via een script is toegewezen.

noteOpmerking
De sleutels die de ASP.NET-scripttoewijzingen van een bovenliggende sleutel hebben overgenomen, worden niet weergegeven als u deze optie gebruikt.

-lv

Hiermee geeft u de status en het installatiepad weer van alle ASP.NET-versies die op de computer zijn geïnstalleerd.

-r

Hiermee werkt u alle scripttoewijzingen in de IIS-metabase en de submappen bij, zodat wordt verwezen naar de ISAPI-versie van ASP.NET die bij Aspnet_regiis.exe hoort.

noteOpmerking
Met deze optie worden alle bestaande scripttoewijzingen bijgewerkt naar de ISAPI-versie van ASP.NET die bij Aspnet_regiis.exe hoort, ongeacht de versie.

-s pad

Hiermee installeert u voor alle ASP.NET-toepassingen de scripttoewijzing waarmee naar de ISAPI-versie van ASP.NET wordt verwezen die bij Aspnet_regiis.exe hoort. De scripttoewijzing wordt geïnstalleerd in het opgegeven pad naar de hoofdmap van de toepassing en de bijbehorende submappen. Met deze optie worden alle bestaande scripttoewijzingen in het opgegeven pad en de subpaden bijgewerkt waarin een eerdere ISAPI-versie van ASP.NET wordt gebruikt.

-sn pad

Hiermee installeert u voor de ASP.NET-toepassing de scripttoewijzing waarmee naar de ISAPI-versie van ASP.NET wordt verwezen die bij Aspnet_regiis.exe hoort. De scripttoewijzing wordt geïnstalleerd in het opgegeven pad naar de hoofdmap van de toepassing. Met deze optie worden alle bestaande scripttoewijzingen bijgewerkt in het opgegeven pad waarin een eerdere ISAPI-versie van ASP.NET wordt gebruikt. [[LEFT]] Note

noteOpmerking
Deze optie is niet van invloed op de toepassingen in de submappen van het opgegeven pad.

-u

Hiermee verwijdert u de ASP.NET-versie die bij Aspnet_regiis.exe hoort van de computer. De bestaande scripttoewijzingen voor deze ISAPI-versie van ASP.NET worden automatisch opnieuw toegewezen aan de hoogste ISAPI-versie van ASP.NET die is geïnstalleerd.

-ua

Hiermee verwijdert u alle ASP.NET-versies van de computer.

-?

Hiermee geeft u de opdrachtsyntaxis en -opties voor het hulpprogramma weer.

Aanvullende informatie

Als meerdere versies van ASP.NET op de computer zijn geïnstalleerd, worden deze versies naast elkaar uitgevoerd. Voor een dergelijke installatie moet in Internet Information Services (IIS) bekend zijn met welke ISAPI-versie van ASP.NET (aspnet_isapi.dll) een pagina in een ASP.NET-toepassing moet worden verwerkt. Op basis van de ISAPI-versie van ASP.NET die bij een ASP.NET-toepassing hoort, wordt bepaald welke runtimeversie (alle talen) voor de toepassing wordt gebruikt. ASP.NET-toepassingen worden via scripttoewijzingen in IIS aan ISAPI-versies van ASP.NET gekoppeld. Elke ASP.NET-versie is voorzien van een gekoppelde versie van Aspnet_regiis.exe, zodat de configuratieprocedure eenvoudiger kan worden uitgevoerd.

noteOpmerking
Elke .NET Framework-versie is voorzien van een unieke versie van Aspnet_regiis.exe. Omdat elke versie van het hulpprogramma alleen van toepassing is op de gekoppelde .NET Framework-versie, moet u ervoor zorgen dat voor de configuratie van ASP.NET-toepassingen de juiste versie van het hulpprogramma wordt gebruikt.

Aspnet_regiis.exe wordt vaak met de optie -s of -sn gebruikt om een ASP.NET-toepassing opnieuw aan de .NET Framework-versie toe te wijzen die bij het hulpprogramma hoort. Gebruik de optie -s als u de toepassingen in het opgegeven pad naar de hoofdmap en de submappen wilt bijwerken. Als u de toepassingen in de submappen niet wilt bijwerken, gebruikt u de optie -sn. U kunt de scripttoewijzingen van alle bestaande ASP.NET-toepassingen tegelijkertijd bijwerken met de optie -r.

noteOpmerking
De parameter pad verwijst naar het pad naar de hoofdmap van de toepassing en niet naar het fysieke pad. Bijvoorbeeld: W3SVC/1/ROOT/SampleApp1.

Als u de optie -k of -kn gebruikt en het pad naar de hoofdmap van de toepassing opgeeft, kunt u de scripttoewijzingen voor willekeurige ASP.NET-versies uit een toepassing verwijderen.

noteOpmerking
De opties -k en -kn zijn niet van invloed als de scripttoewijzing voor het opgegeven pad naar de hoofdmap is overgenomen van een bovenliggend pad naar de hoofdmap.

U kunt het hulpprogramma ook gebruiken om de gekoppelde ASP.NET-versie te installeren en verwijderen. Gebruik de optie -i om ASP.NET te installeren en de scripttoewijzingen van alle bestaande ASP.NET-toepassingen bij te werken. Gebruik de optie -ir om ASP.NET te installeren zonder de scripttoewijzingen bij te werken. Als u de ASP.NET-versie wilt verwijderen die bij het hulpprogramma hoort, gebruikt u de optie -u. Als u alle ASP.NET-versies van de computer wilt verwijderen, gebruikt u de optie -ua.

U kunt Aspnet_regiis.exe gebruiken om informatie over ASP.NET te bekijken. Als u de status en het installatiepad van alle geïnstalleerde ASP.NET-versies wilt weergeven, gebruikt u de optie -lv. Met de optie -lk kunt u de paden naar alle IIS-metabasesleutels weergeven waaraan ASP.NET via een script is toegewezen.

Daarnaast kunt u Aspnet_regiis.exe gebruiken om de clientscripts, zoals clientvalidatiescripts, te installeren en verwijderen. Gebruik de optie -c als u het clientscript voor de ASP.NET-versie die bij het hulpprogramma hoort, wilt installeren in de submap Aspnet_client voor alle mappen van de IIS-site. Als u het clientscript alleen wilt verwijderen voor de ASP.NET-versie die bij het hulpprogramma hoort, gebruikt u de optie -e. Als u het clientscript voor alle geïnstalleerde ASP.NET-versies wilt verwijderen, gebruikt u de optie -ea.

Zie Side-by-Side Support in ASP.NET op MSDN voor meer informatie over het naast elkaar uitvoeren van verschillende ASP.NET-versies. Zie Toepassingstoewijzingen instellen in IIS 6.0 voor meer informatie over scripttoewijzingen en het pad naar de hoofdmap van een toepassing.

Voorbeelden

Met de volgende opdracht installeert u de scripttoewijzingen waarmee naar de ASP.NET-versie wordt verwezen die bij Aspnet_regiis.exe hoort, in de toepassing SampleApp1 en de bijbehorende subtoepassingen.

Aspnet_regiis -s W3SVC/1/ROOT/SampleApp1

Met de volgende opdracht werkt u alleen de scripttoewijzingen bij voor de toepassing SampleApp1 (niet voor de toepassingen in de submappen).

Aspnet_regiis -sn W3SVC/1/ROOT/SampleApp1

Met de volgende opdracht installeert u de ASP.NET-versie die bij het hulpprogramma hoort en werkt u de scripttoewijzingen van alle bestaande ASP.NET-toepassingen bij. Deze opdracht is alleen van toepassing op de toepassingen die via een script aan een eerdere ASP.NET-versie zijn toegewezen.

Aspnet_regiis -i

Met de volgende opdracht installeert u de ASP.NET-versie die bij het hulpprogramma hoort. De scripttoewijzingen van de bestaande ASP.NET-toepassingen worden niet bijgewerkt.

Aspnet_regiis -ir

Met de volgende opdracht geeft u de status en het installatiepad weer van alle ASP.NET-versies die op de computer zijn geïnstalleerd.

Aspnet_regiis -lv

Verwante onderwerpen

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Weergeven:
© 2014 Microsoft