Netsh - overzicht
Netsh is een hulpprogramma voor scriptverwerking via de opdrachtregel waarmee u, lokaal of extern, de netwerkconfiguratie kunt weergeven of wijzigen van een computer die momenteel is ingeschakeld. Netsh bevat ook een voorziening voor scripts waarmee u een groep opdrachten in de batchmodus kunt uitvoeren op een bepaalde computer. Met Netsh kunt u ook een configuratiescript in een tekstbestand opslaan voor archiveringsdoeleinden of voor het configureren van andere servers.
Netsh-contexten
Netsh communiceert met andere onderdelen van het besturingssysteem met behulp van DLL-bestanden (Dynamic Link Library). Elk DLL-helperbestand van Netsh bevat een uitgebreide set met functies, die een context wordt genoemd. Dit is een groep met opdrachten die bij een bepaald netwerkonderdeel horen. Met deze contexten wordt de functionaliteit van netsh uitgebreid met ondersteuning voor de configuratie en controle van een of meer services, hulprogramma's of protocollen. Dhcpmon.dll bijvoorbeeld, biedt netsh de benodigde context en opdrachtenset voor het configureren en beheren van DHCP-servers.
Als u de opdracht netsh wilt uitvoeren, moet u netsh starten vanaf de Cmd.exe-prompt en de context opgeven die de opdracht bevat die u wilt gebruiken. Welke contexten voor u beschikbaar zijn, hangt af van de netwerkonderdelen die u hebt geïnstalleerd. Als u bijvoorbeeld dhcp typt bij de Netsh-opdrachtprompt, kunt u de DHCP-context opgeven, maar als DHCP niet is geïnstalleerd, wordt het volgende bericht weergegeven:
De volgende opdracht is niet gevonden: dhcp.
Zie de volgende onderwerpen voor meer informatie over Netsh-contexten:
Opmerking
-
Internet-verbinding delen en Netwerkbrug maken geen deel uit van Windows Server 2003, Web Edition, Windows Server2003, Datacenter Edition, en de Itanium-versies van de oorspronkelijke release van de Windows Server 2003-besturingssystemen.
Werken met verschillende contexten
Binnen een context kan een andere context bestaan. Zo kunt u binnen de routeringscontext overschakelen naar de IP- en IPX-subcontexten.
Als u een lijst met opdrachten en subcontexten wilt weergeven die u binnen een context kunt gebruiken, typt u bij de netsh-prompt de naam van de context en vervolgens /? of help. Als u bijvoorbeeld een lijst met subcontexten en opdrachten wilt weergeven die u kunt gebruiken in de routeringscontext, typt u achter de netsh-prompt (die wordt weergegeven als netsh>) een van de volgende opdrachten:
routing /?
routing help
Als u taken in een andere context wilt uitvoeren zonder de huidige context te wijzigen, typt u achter de netsh-prompt het contextpad van de opdracht die u wilt gebruiken. Als u bijvoorbeeld de interface LAN-verbinding wilt toevoegen aan de IGMP-context zonder naar de IGMP-context te gaan, typt u achter de netsh-prompt:
routing ip igmp add interface "LAN-verbinding" startupqueryinterval=21
Netsh-opdrachten uitvoeren vanaf de Cmd.exe-opdrachtprompt
Wanneer u netsh uitvoert vanaf de Cmd.exe-opdrachtprompt, heeft de opdracht de volgende syntaxis. Als u Netsh-opdrachten wilt uitvoeren op een externe Windows 2000-server, moet u eerst Verbinding met extern bureaublad gebruiken om een verbinding te maken met een Windows 2000-server waarop Terminal Services wordt uitgevoerd. Er kunnen functionele verschillen zijn tussen Netsh-contextopdrachten in Windows 2000 en de Windows Server 2003-familie.
Hierna wordt de netsh-opdracht beschreven:
netsh
Netsh is een hulpprogramma voor scriptverwerking dat u kunt starten vanaf de opdrachtregel en waarmee u, lokaal of op afstand, de netwerkconfiguratie kunt weergeven of wijzigen van een computer die momenteel aan staat. Wanneer u netsh zonder parameters gebruikt, wordt de Netsh.exe-opdrachtprompt (die wordt weergegeven als netsh>) geopend.
Syntaxis
netsh[-aAliasbestand] [-cContext] [-rExterneComputer] [{Netsh-opdracht | -fScriptbestand}]
Parameters
- -a
-
Hiermee gaat u terug naar de netsh-prompt nadat het Aliasbestand is uitgevoerd.
- Aliasbestand
-
Hiermee geeft u de naam op van het tekstbestand dat een of meer netsh-opdrachten bevat.
- -c
-
Hiermee schakelt u over naar de opgegeven netsh-context.
- Context
-
Hiermee geeft u de netsh-context op. In de volgende tabel worden de beschikbare netsh-contexten weergegeven.
|
Context
|
Beschrijving
|
|---|
Netsh-opdrachten voor AAAA | Hiermee wordt de configuratie getoond en ingesteld van de AAAA-database voor verificatie, machtiging, accounting en controle die wordt gebruikt door de Internet Authentication Service (IAS) en de Routing and Remote Access-service. |
Netsh-opdrachten voor DHCP | Hiermee worden DHCP-servers beheerd. DHCP biedt een goed alternatief voor beheer via de console. |
Diagnostische Netsh-opdrachten (diag) | Hiermee worden de besturingssysteem- en netwerkserviceparameters beheerd en eventuele problemen hiermee opgelost. |
Netsh-opdrachten voor interface IP | Hiermee wordt het TCP/IP-protocol geconfigureerd (waaronder adressen, standaard-gateways, DNS-servers en WINS-servers) en worden de configuratiegegevens en statistische informatie weergegeven. |
Netsh-opdrachten voor Interface IPv6 | Hiermee worden interfaces, adressen, caches en routes van IPv6 opgevraagd en geconfigureerd. |
Netsh-opdrachten voor Interface Portproxy | Hiermee worden servers beheerd die als proxy tussen IPv4- en IPv6-netwerken en -toepassingen fungeren. |
Netsh-opdrachten voor Interface IPv6 | Een volwaardig alternatief voor de beheer- en diagnosefuncties die beschikbaar zijn in de modules Beheer van IP-beveiligingsbeleid en IP-beveiligingsmonitor van Microsoft Management Console (MMC). Door de Netsh-opdrachten te gebruiken voor IPSec kunt u statische of dynamische instellingen voor de hoofdmodus van IPSec, instellingen voor de snelle modus, regels en configuratieparameters configureren en bekijken. |
Netsh-opdrachten voor netwerkbrug | Hiermee wordt de compatibiliteitsmodus voor Layer 3 in- of uitgeschakeld en worden configuratiegegevens weergegeven voor de netwerkbrugadapters. |
Netsh-opdrachten voor RAS | Hiermee worden de RAS-servers (Remote Access Service) beheerd. |
Netsh-opdrachten voor routering | Hiermee worden de routeringsservers beheerd. |
Netsh-opdrachten voor RPC | Hiermee worden bepaalde instellingen voor systeembindingen gewijzigd, opnieuw ingesteld of weergegeven. |
Netsh-opdrachten voor WINS | Hiermee worden de WINS-servers beheerd. |
- -r
-
Hiermee wordt een externe computer geconfigureerd.
- ExterneComputer
-
De externe computer die u wilt configureren.
- Netsh-opdracht
-
Hiermee geeft u de netsh-opdracht op die u wilt uitvoeren.
- -f
-
Hiermee wordt Netsh.exe afgesloten zodra het script is uitgevoerd.
- Scriptbestand
-
Het script dat u wilt uitvoeren.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
Als u -r opgeeft, gevolgd door een andere opdracht, wordt deze opdracht door netsh uitgevoerd op de externe computer, waarna u terugkeert naar de Cmd.exe-opdrachtprompt. Als u -r opgeeft zonder andere opdracht, wordt netsh geopend in de externe modus. Dit proces is vergelijkbaar met het gebruik van set machine bij de Netsh-opdrachtprompt. Wanneer u -r gebruikt, stelt u de doelcomputer alleen voor de huidige netsh-sessie in. Als u netsh opnieuw typt nadat u hebt afgesloten, wordt de doelcomputer ingesteld als de lokale computer. U kunt de netsh-opdrachten uitvoeren op een externe computer door een in WINS opgeslagen computernaam, een UNC-naam, een door de DNS-server om te zetten internetnaam of een IP-adres op te geven.
Netsh-opdrachten uitvoeren vanaf de Netsh.exe-opdrachtprompt
Netsh werkt met de volgende standaardopdrachten in alle contexten die u kunt uitvoeren vanaf de Netsh.exe-opdrachtprompt (die wordt weergegeven als netsh>). Als u Netsh-opdrachten wilt uitvoeren op een externe Windows 2000-server, moet u eerst Verbinding met extern bureaublad gebruiken om verbinding te maken met een Windows 2000-server waarop Terminal Services wordt uitgevoerd. Er kunnen functionele verschillen zijn tussen Netsh-contextopdrachten in Windows 2000 en de producten van de Windows Server 2003-familie.
Als u de opdrachtsyntaxis wilt bekijken, klikt u op een opdracht:
..
Hiermee gaat u naar een context van één niveau hoger.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
abort
Hiermee worden alle wijzigingen verwijderd die in de off line-modus zijn gemaakt. Abort heeft geen effect in de on line-modus.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
add helper
Hiermee wordt het DLL-helperbestand in netsh geïnstalleerd.
Syntaxis
Parameters
- DLL-naam
-
Vereist. De naam van het DLL-helperbestand dat u wilt installeren.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
alias
Hiermee wordt een alias toegevoegd die bestaat uit een tekenreeks die door de gebruiker is gedefinieerd. Deze reeks wordt door netsh beschouwd als equivalent van een andere tekenreeks. Als u alias zonder parameters gebruikt, worden alle beschikbare aliassen weergegeven.
Syntaxis
alias[Aliasnaam] [Tekenreeks1 [Tekenreeks2 ...]]
Parameters
- alias [Aliasnaam]
-
Hiermee wordt de desbetreffende alias weergegeven.
- alias[Aliasnaam] [Tekenreeks1 [Tekenreeks2 ...]]
-
Hiermee wordt Aliasnaam ingesteld op de opgegeven tekenreeksen.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Voorbeelden
In het volgende netsh-voorbeeldscript worden twee netsh-aliassen ingesteld, Shaddr en Shp, waarna de Netsh-opdrachtprompt op de Interface IP-context wordt ingesteld:
alias shaddr show interface ip addr alias shp show helpers interface ip
Als u shaddr typt achter de Netsh-opdrachtprompt, wordt dit door Netsh.exe beschouwd als de opdracht show interface ip addr. Als u shp typt achter de Netsh-opdrachtprompt, wordt dit door Netsh.exe geïnterpreteerd als de opdracht show helpers.
bye
Hiermee sluit u Netsh.exe af.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
commit
Hiermee worden alle in de off line-modus gemaakte wijzigingen doorgegeven aan de router. Commit heeft geen effect in de on line-modus.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
delete helper
Hiermee wordt het DLL-helperbestand uit netsh verwijderd.
Syntaxis
Parameters
- DLL-naam
-
Vereist. De naam van het DLL-helperbestand dat u wilt verwijderen.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
dump
Hiermee wordt een script gemaakt met de huidige configuratie. Als u dit script in een bestand opslaat, kunt u met dit bestand de gewijzigde configuratie-instellingen herstellen. Wanneer u dump zonder parameters gebruikt, worden alle netsh-contextconfiguraties weergegeven.
Syntaxis
Parameters
- [ Bestandsnaam]
-
De naam van het bestand waarnaar u de uitvoer wilt omleiden.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
exec
Hiermee wordt een scriptbestand geladen waaruit opdrachten worden uitgevoerd.
Syntaxis
Parameters
- Scriptbestand
-
Vereist. De naam van het script dat u wilt laden en uitvoeren.
Opmerkingen
-
Het Scriptbestand kan op een of meer computers worden uitgevoerd.
exit
Hiermee sluit u Netsh.exe af.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
help
Hiermee geeft u Help-informatie weer.
Syntaxis
Parameters
offline
Hiermee stelt u de huidige modus in op off line.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
De wijzigingen die u aanbrengt in deze modus worden opgeslagen, maar u moet de opdracht commit of online uitvoeren om de wijzigingen in te stellen in de router.
-
Wanneer u van de off line-modus overschakelt naar de on line-modus, worden de wijzigingen die u in de off line-modus hebt aangebracht, doorgevoerd in de configuratie die momenteel wordt uitgevoerd.
-
De wijzigingen die u in de on line-modus aanbrengt, worden direct doorgevoerd in de actieve configuratie.
online
Hiermee stelt u de huidige modus in op on line.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
De wijzigingen die u in de on line-modus aanbrengt, worden direct doorgevoerd in de actieve configuratie.
-
Wanneer u van de off line-modus overschakelt naar de on line-modus, worden de wijzigingen die u in de off line-modus hebt aangebracht, doorgevoerd in de configuratie die momenteel wordt uitgevoerd.
popd
Hiermee wordt een context teruggezet in de stack.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
Als u popd samen met pushd gebruikt, kunt u de context wijzigen, de opdracht in de nieuwe context uitvoeren en vervolgens weer met de vorige context verdergaan.
Voorbeelden
Met het volgende voorbeeldscript wordt een context gewijzigd van de basiscontext in de interface ip-context, wordt een statische IP-route toegevoegd en wordt vervolgens weer teruggegaan naar de basiscontext:
netsh>pushd
netsh>interface ip
netsh interface ip>set address local static 10.0.0.9 255.0.0.0 10.0.0.1 1
netsh interface ip>popd
netsh>
pushd
Hiermee wordt de huidige context opgeslagen in een FILO-stack (first-in-last-out).
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
Als u pushd samen met popd gebruikt, kunt u de context wijzigen, de opdracht in de nieuwe context uitvoeren en vervolgens weer met de vorige context verdergaan.
quit
Hiermee sluit u Netsh.exe af.
Syntaxis
Parameters
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
set file
Hiermee worden de gegevens uit het opdrachtpromptvenster naar een bestand gekopieerd.
Syntaxis
set file {openBestandsnaam | appendBestandsnaam | close}
Parameters
- openBestandsnaam
-
Hiermee worden de gegevens uit het opdrachtpromptvenster naar het desbetreffende bestand verzonden.
- appendBestandsnaam
-
Hiermee worden de gegevens uit het opdrachtpromptvenster toegevoegd aan het opgegeven bestaande bestand.
- close
-
Hiermee wordt het verzenden van gegevens gestopt en wordt het bestand afgesloten.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
Als de opgegeven Bestandsnaam momenteel niet bestaat, maakt netsh een nieuw bestand met deze naam. Als de opgegeven Bestandsnaam wel bestaat, worden de bestaande gegevens door netsh overschreven.
Voorbeelden
Als u een nieuw logboekbestand met de naam Session.log wilt maken en vervolgens alle netsh-invoer en -uitvoer wilt kopiëren naar het bestand Session.log, typt u:
set file open c:\session.log
set machine
Hiermee stelt u de huidige computer in waarop de configuratietaken moeten worden uitgevoerd. Wanneer u set machine zonder parameters gebruikt, wordt de lokale computer ingesteld.
Syntaxis
set machine [[Computernaam=]Tekenreeks]
Parameters
- Computernaam
-
De naam van de computer waarop de configuratietaken moeten worden uitgevoerd.
- Tekenreeks
-
De locatie van de externe computer.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Opmerkingen
-
U kunt vanuit één enkel script opdrachten op verschillende computers uitvoeren. U kunt set machine in een script gebruiken om een doelcomputer (bijvoorbeeld computer A) in te stellen en vervolgens de opdrachten achter set machine op deze computer (dat wil zeggen computer A) uit te voeren. Vervolgens kunt u met set machine een andere doelcomputer (bijvoorbeeld computer B) opgeven en opdrachten op deze computer (dat wil zeggen computer B) uitvoeren.
set mode
Hiermee stelt u de huidige modus in op on line of off line.
Syntaxis
set mode {online | offline}
Parameters
- online
-
Hiermee stelt u de huidige modus in op on line.
- offline
-
Hiermee stelt u de huidige modus in op off line.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
show
Hiermee worden de alias-, helper- en modusgegevens weergegeven.
Syntaxis
show {alias | helper | mode}
Parameters
- alias
-
Hiermee wordt een lijst weergegeven met alle gedefinieerde aliassen.
- helper
-
Hiermee wordt een lijst weergegeven met alle helperbestanden van het hoogste niveau.
- mode
-
Hiermee geeft u de huidige modus weer.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
unalias
Hiermee wordt de desbetreffende alias verwijderd.
Syntaxis
Parameters
- Aliasnaam
-
Vereist. De naam van de alias.
- /?
-
Hiermee wordt Help-informatie bij de opdrachtprompt weergegeven.
Verklaring van de opmaak
|
Opmaak
|
Betekenis
|
|---|
Cursief | Gegevens die de gebruiker moet opgeven |
Vet | Elementen die de gebruiker precies moet typen zoals ze worden weergegeven |
Weglatingsteken (...) | Parameter die meerdere malen kan worden herhaald op een opdrachtregel |
Tussen vierkante haken ([]) | Optionele items |
Tussen accolades ({}), keuzes gescheiden door sluisteken (|). Voorbeeld: {even|oneven} | Een reeks keuzemogelijkheden waaruit de gebruiker er één moet kiezen |
Courier font
| Code of programma-uitvoer |