Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

Wat is er nieuw in Hyper-V voor Windows Server 2012 R2

Gepubliceerd: juni 2013

Bijgewerkt: oktober 2014

Van toepassing op: Windows Server 2012 R2



In dit onderwerp wordt de nieuwe en gewijzigde functionaliteit van de Hyper-V-functie Windows Server 2012 R2 uitgelegd.

De Hyper-V-functie stelt u in staat een gevirtualiseerde computeromgeving te maken en te beheren met virtualisatietechnologie die is ingebouwd in Windows Server 2012 R2. Met Hyper-V wordt hardware gevirtualiseerd om een omgeving te bieden waarin u op één fysieke computer meerdere besturingssystemen tegelijk kunt uitvoeren door elk besturingssysteem uit te voeren op de eigen virtuele machine. Raadpleeg Hyper-V Overview voor meer informatie over Hyper-V.

In de volgende tabel worden de nieuwe of gewijzigde functies in deze release van Hyper-V beschreven.

 

Onderdeel of functie Nieuw of bijgewerkt

Gedeelde virtuele harde schijf

Nieuw

Grootte van virtuele harde schijf wijzigen

Bijgewerkt

Quality of Service-opslag

Nieuw

Livemigraties

Bijgewerkt

Generatie van virtuele machines

Nieuw

Integratieservices

Bijgewerkt

Exporteren

Bijgewerkt

Failover Clustering en Hyper-V

Bijgewerkt

Modus voor uitgebreide sessies

Nieuw

Hyper-V Replica

Bijgewerkt

Linux-ondersteuning

Bijgewerkt

Beheer

Bijgewerkt

Automatische activering van virtuele machine

Nieuw

Hyper-V-netwerken

Bijgewerkt

Met Hyper-V in Windows Server 2012 R2 kunnen virtuele machines worden geclusterd door gedeelde VHDX-bestanden te gebruiken.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Deze functie wordt gebruikt om een infrastructuur met hoge beschikbaarheid te bouwen en is met name belangrijk voor privéclouds en in cloudomgevingen waarin een hoge werkbelasting moet worden beheerd. Wanneer virtuele harde schijven worden gedeeld, kunnen meerdere virtuele machines toegang tot hetzelfde VHDX-bestand (virtuelehardeschijfbestand) krijgen, dat voorziet in gedeelde opslag voor gebruik door Windows Failover Clustering. De gedeelde virtuelehardeschijfbestanden kunnen worden gehost op gedeelde clustervolumes of op SMB (Server Message Block) gebaseerde bestandsshares van scale-out bestandsservers.

Wat werkt anders?

Dit onderdeel is nieuw in Windows Server 2012 R2. In eerdere versies van Windows Server was het niet mogelijk om virtuele machines te clusteren door een gedeelde virtuele harde schijf te gebruiken.

Raadpleeg Virtual Hard Disk Sharing Overview voor meer informatie,

Hyper-V-opslag is bijgewerkt om ondersteuning te bieden voor het wijzigen van de grootte van virtuele harde schijven terwijl de virtuele machine wordt uitgevoerd.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Wanneer de grootte van virtuele harde schijven kan worden gewijzigd terwijl de virtuele machine wordt uitgevoerd, kan een administrator configuratie- en onderhoudsbewerkingen op de virtuele harde schijven uitvoeren terwijl de gekoppelde virtuele machine actief is of de gegevensschijf van de virtuele harde schijf wordt gebruikt.

Wat werkt anders?

Het wijzigingen van de grootte van actieve virtuele harde schijven is alleen mogelijk voor VHDX-bestanden die zijn gekoppeld aan een SCSI-controller. De grootte van de virtuele harde schijf kan via de gebruikersinterface worden verhoogd of verlaagd terwijl de virtuele harde schijf wordt gebruikt.

Raadpleeg Online Virtual Hard Disk Resizing Overview voor meer informatie.

Hyper-V in Windows Server 2012 R2 omvat QoS-opslag (Quality of Service). Met QoS-opslag kunt u opslagdoorvoer beheren voor virtuele harde schijven die worden geopend door uw virtuele machines.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Met QoS-opslag kunt u de maximale en minimale I/O-belasting met betrekking tot I/O-bewerkingen per seconde opgeven voor elke virtuele schijf in uw virtuele machines. Met QoS-opslag zorgt u ervoor dat de opslagdoorvoer van één virtuele harde schijf geen invloed heeft op de prestaties van een andere virtuele harde schijf op dezelfde host.

Wat werkt anders?

Dit onderdeel is nieuw in Windows Server 2012 R2. In eerdere versies van Windows Server was het niet mogelijk om parameters voor QoS-opslag te configureren voor uw virtuele harde schijven.

Raadpleeg Quality of Service van opslag voor Hyper-V voor meer informatie.

Hyper-V-livemigratie is bijgewerkt en biedt nu meer mogelijkheden.

Hyper-V-livemigratie is bijgewerkt zodat de administrator de opties voor optimale prestaties kan selecteren bij het verplaatsen van virtuele machines naar een andere server.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Bij grootschaligere implementaties, zoals implementaties van privéclouds of cloudhostingproviders, kan deze update de overhead voor het netwerk- en CPU-gebruik beperken en de benodigde tijd voor een livemigratie verminderen. Hyper-V-administrators kunnen de juiste prestaties voor livemigratie baseren op hun omgeving en vereisten. De volgende opties voor livemigraties zijn nu beschikbaar.

 

Optie Beschrijving

TCP/IP

Het geheugen van de virtuele machine wordt gekopieerd naar de doelserver via een TCP/IP-verbinding. Deze methode wordt ook gebruikt in Hyper-V in Windows Server 2012.

Compressie

De geheugeninhoud van de te migreren virtuele machine wordt gecomprimeerd en vervolgens via een TCP/IP-verbinding naar de doelserver gekopieerd. Dit is de standaardinstelling in Hyper-V in Windows Server 2012 R2.

3.0 SMB-protocol

De geheugeninhoud van de virtuele machine wordt gekopieerd naar de doelserver via een SMB-3.0-verbinding.

  • SMB Direct wordt gebruikt wanneer op de netwerkadapters op de bron- en doelservers RDMA-functies (Remote Direct Memory Access) zijn ingeschakeld.

  • SMB Multichannel detecteert en gebruikt automatisch meerdere verbindingen wanneer een correcte SMB Multichannel-configuratie wordt geïdentificeerd.

Raadpleeg Improve Performance of a File Server with SMB Direct voor meer informatie.

Hyper-V-livemigratie is bijgewerkt om de migratie van virtuele Hyper-V-machines in Windows Server 2012 naar Hyper-V in Windows Server 2012 R2 te ondersteunen.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Voor een upgrade naar een nieuwe versie van Windows Server is het niet meer nodig om de virtuele machines uit te schakelen.

Hyper-V-administrators kunnen virtuele Hyper-V-machines in Windows Server 2012 naar Hyper-V verplaatsen in Windows Server 2012 R2. Het verplaatsen van een virtuele machine naar een server van een lagere versie met Hyper-V wordt niet ondersteund.

Wat werkt anders?

Bij het verplaatsen van een virtuele machine kan de opgegeven doelserver nu een computer met Windows Server 2012 R2 zijn. Dit geldt voor verplaatsingen geïnitieerd in Hyper-V-beheer of wanneer u de Windows PowerShell-cmdlet Move-VM gebruikt.

Hiermee wordt bepaald welke virtuele hardware en functionaliteit beschikbaar wordt gesteld aan de virtuele machine.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Hyper-V in Windows Server 2012 R2 omvat twee ondersteunde generaties van virtuele machines.

  • Generatie 1   Biedt dezelfde virtuele hardware aan de virtuele machine als in eerdere versies van Hyper-V.

  • Generatie 2   Biedt de volgende nieuwe functionaliteit op een virtuele machine:

    • Beveiligd opstarten (standaard ingeschakeld)

    • Opstarten vanaf een virtuele harde SCSI-schijf

    • Opstarten vanaf een virtuele SCSI-dvd-rom

    • PXE-opstartbewerking door een standaardnetwerkadapter te gebruiken

    • Ondersteuning voor UEFI-firmware

noteOpmerking
Er wordt geen ondersteuning meer geboden voor IDE-stations en oude netwerkadapters.

De volgende gastbesturingssystemen worden ondersteund als een virtuele machine van generatie 2.

  • Windows Server 2012

  • Windows Server 2012 R2

  • 64-bits versies van Windows 8

  • 64-bits versies van Windows 8.1

Wat werkt anders?

Wanneer u een nieuwe virtuele machine in Hyper-V-beheer maakt of door de Windows PowerShell-cmdlet New-VM te gebruiken, moet u een generatie van virtuele machines opgeven.

noteOpmerking
Als een virtuele machine eenmaal is gemaakt, kunt u de generatie niet meer wijzigen.

Raadpleeg Overzicht van virtuele machines van de tweede generatie voor meer informatie.

Hyper-V-integratieservices zijn bijgewerkt met een nieuwe service waarmee Hyper-V-administrators bestanden naar de virtuele machine kunnen kopiëren terwijl de virtuele machine wordt uitgevoerd zonder netwerkverbinding.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

In eerdere versies van Hyper-V moest een Hyper-V-administrator een virtuele machine mogelijk afsluiten om bestanden naar deze machine te kunnen kopiëren. Een nieuwe Hyper-V-integratieservice is toegevoegd waarmee de Hyper-V-administrator bestanden naar een actieve virtuele machine kunnen kopiëren zonder een netwerkverbinding te gebruiken.

Wat werkt anders?

Daarnaast is de Windows PowerShell-cmdlet Copy-VMFile toegevoegd voor deze nieuwe functie. Deze functie werkt pas als de volgende services zijn ingeschakeld.

  • Gastservices op de eigenschappenpagina Integratieservices van de virtuele machine moet worden geselecteerd. Deze instelling is standaard niet ingeschakeld.

    U kunt Gastservices ook inschakelen met de Windows PowerShell-cmdlet Enable-VMIntegrationService.

  • De service Hyper-V Gastservice-interface in het gastbesturingssysteem moet worden uitgevoerd.

noteOpmerking
De service Hyper-V Gastservice-interface wordt actief wanneer de service Gastservices op de eigenschappenpagina Integratieservices van de virtuele machine wordt geselecteerd. Als u dit onderdeel in het besturingssysteem wilt uitschakelen, kan de administrator van het gastbesturingssysteem het opstarttype van de service Hyper-V Gastservice-interface instellen op Uitgeschakeld.

Hyper-V is bijgewerkt om ondersteuning te bieden voor het exporteren van een virtuele machine of controlepunt van virtuele machines terwijl de virtuele machine wordt uitgevoerd. U hoeft een virtuele machine niet meer uit te schakelen voordat u deze exporteert.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Als een virtuele machine kan worden geëxporteerd terwijl deze actief is, kan de administrator de virtuele machine exporteren zonder enige downtime.

Dit is nuttig in de volgende scenario's:

  • Het dupliceren van een bestaande productieomgeving of een deel van een omgeving naar een testomgeving.

  • Het testen van een geplande verplaatsing naar een provider voor het hosten van clouds of een privécloud.

  • Het oplossen van een toepassingsprobleem.

Wat werkt anders?

De optie Exporteren is nu beschikbaar als actie voor het uitvoeren van een virtuele machine vanuit Hyper-V-beheer. De Windows PowerShell-cmdlets Export-VM en Export-VMSnapshot kunnen worden gebruikt op een actieve virtuele machine.

Gebruik Windows Failover Clustering met Hyper-V om virtuele netwerkadapters en de opslag van virtuele machines te beschermen.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Hyper-V is verbeterd om fouten in fysieke opslag te detecteren op opslagapparaten die niet worden beheerd door Windows Failover Clustering (SMB 3.0-bestandsshares). Met de optie voor de detectie van opslagfouten kunnen fouten met de opstartschijf van een virtuele machine of eventuele extra gegevensschijven gekoppeld aan de virtuele machine worden gedetecteerd. Als zich een dergelijke gebeurtenis voordoet, wordt er met Windows Failover Clustering voor gezorgd dat de virtuele machine naar een ander knooppunt in het cluster wordt verplaatst en opnieuw wordt gestart. Dit voorkomt situaties waarbij niet-beheerde opslagfouten niet worden gedetecteerd en bronnen voor virtuele machines niet meer beschikbaar zijn.

Hyper-V en Windows Failover Clustering zijn verbeterd om problemen met netwerkconnectiviteit te detecteren voor virtuele machines. Als zich in het fysieke netwerk toegewezen aan de virtuele machine een storing voordoet (zoals een defecte switch-poort of netwerkadapter, of als een netwerkkabel niet meer is aangesloten), wordt de virtuele machine verplaatst naar een ander knooppunt in het cluster om de netwerkverbinding te herstellen.

Virtual Machine Connection in Hyper-V staat nu de omleiding van lokale bronnen in een Virtual Machine Connection-sessie toe.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Met Virtual Machine Connection worden interactieve sessies verbeterd voor Hyper-V-administrators die verbinding willen maken met hun virtuele machines. Hiermee wordt functionaliteit geboden die vergelijkbaar is met die van een verbinding met een extern bureaublad wanneer u communiceert met een virtuele machine.

In vorige versies van Hyper-V bood Virtual Machine Connection alleen omleidingsmogelijkheden met beperkte kopieerfunctionaliteit voor het scherm, het toetsenbord en de muis van virtuele machines. Voor meer omleidingsmogelijkheden moest Verbinding met extern bureaublad worden geïnitieerd om verbinding met de virtuele machine te maken, maar hiervoor was wel een netwerkpad naar de virtuele machine nodig.

De volgende lokale bronnen kunnen worden omgeleid bij gebruik van Virtual Machine Connection.

  • Weergaveconfiguratie

  • Audio

  • Printers

  • Klembord

  • Smartcards

  • Stations

  • USB-apparaten

  • Ondersteunde Plug en Play-apparaten

Wat werkt anders?

Dit onderdeel is standaard ingeschakeld in Client Hyper-V en standaard uitgeschakeld in Hyper-V in Windows Server.

De volgende gastbesturingssystemen ondersteunen verbindingen in de modus voor uitgebreide sessies:

  • Windows Server 2012 R2

  • Windows 8.1

Raadpleeg Overzicht van Virtual Machine Connection - Modus voor uitgebreide sessies voor meer informatie.

Hyper-V Replica voegt het volgende toe aan Windows Server 2012 R2:

  • U kunt uitgebreide replicatie configureren. Bij uitgebreide replicatie stuurt de replicaserver gegevens over wijzigingen op de primaire virtuele machines door naar een derde server (de uitgebreide replicaserver). Na een geplande of ongeplande failover van de primaire server naar de replicaserver biedt de uitgebreide replicaserver extra bescherming voor bedrijfscontinuïteit. Net als normale replicatie configureert u uitgebreide replicatie met Hyper-V-beheer, Windows PowerShell of WMI.

  • De replicatiefrequentie, voorheen een vaste waarde, is nu configureerbaar. U hebt tevens 24 uur lang toegang tot herstelpunten. In vorige versies had u slechts 15 uur toegang tot herstelpunten.

Omdat Microsoft ernaar blijft streven van Hyper-V het beste virtuele platform voor hostingproviders te maken, zijn er nu meer ingebouwde Linux-integratieservices voor nieuwere distributies en worden meer Hyper-V-onderdelen ondersteund voor virtuele Linux-machines.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

Linux-ondersteuning voor Hyper-V in Windows Server 2012 R2 is nu op de volgende manieren verbeterd:

  • Verbeterde video: voor virtuele Linux-machines is een Hyper-V-specifiek videostuurprogramma toegevoegd om een verbeterde video-ervaring met betere muisondersteuning te bieden.

  • Dynamisch geheugen: dynamisch geheugen wordt nu volledig ondersteund voor virtuele Linux-machines, waaronder functionaliteit voor dynamisch toevoegen en verwijderen. Dit betekent dat u nu virtuele Windows- en Linux-machines naast elkaar op dezelfde hostcomputer kunt uitvoeren terwijl u dynamisch geheugen gebruikt om een evenwichtige toewijzing van geheugenbronnen aan elke virtuele machine te garanderen.

  • Grootte van actieve VHDX wijzigen: de grootte van virtuele harde schijven die aan virtuele Linux-machines zijn gekoppeld, kan worden gewijzigd terwijl de virtuele machine wordt uitgevoerd.

  • Back-ups van actieve machines maken: u kunt nu back-ups van actieve virtuele Linux-machines in Windows Azure maken met de Windows Azure Online Backup-functies van het hulpprogramma Windows Server Back-up, System Center Data Protection Manager of een back-upoplossing van derden die ondersteuning biedt voor het maken van back-ups van virtuele Hyper-V-machines.

Wat werkt anders?

Omdat de Linux-integratieservices nu zijn ingebouwd in een groot aantal distributies, hoeft u deze niet meer apart te downloaden en te installeren. Raadpleeg voor meer informatie: Linux and FreeBSD Virtual Machines on Hyper-V.

U kunt Hyper-V in Windows Server 2012 beheren via een computer met Windows Server 2012 R2 of Windows 8.1. In eerdere versies kon u geen verbinding maken met of beheertaken uitvoeren op een eerdere versie van Hyper-V. U kon wel een extern-bureaubladsessie met een server met een eerdere versie van Hyper-V starten en het Hyper-V-beheerbesturingssysteem uitvoeren vanuit de extern-bureaubladsessie. Een vereiste hiervoor was wel dat Extern bureaublad-services werd uitgevoerd en goed werd geconfigureerd. Deze oplossing werkte niet voor Server Core-installaties.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

U kunt Hyper-V in Windows Server 2012 beheren vanuit Hyper-V-beheer in Windows Server 2012 R2 of Windows 8.1. Hierdoor kunt u uw beheerwerkstation bijwerken naar de meest recente versie van het besturingssysteem en verbinding maken met Hyper-V, en Hyper-V beheren in Windows Server 2012.

U kunt de meest recente versie van Hyper-V implementeren zonder het beheerwerkstation direct te hoeven bijwerken.

noteOpmerking
Wanneer u verbinding met Hyper-V in Windows Server 2012 R2 maakt vanaf een computer met Windows Server 2012 of Windows 8, kunt u alleen acties uitvoeren die worden ondersteund door Hyper-V in Windows Server 2012.

Door de automatische activering van virtuele machines kunt u virtuele machines op een computer installeren waarop Windows Server 2012 R2 correct is geactiveerd zonder dat u productsleutels hoeft te beheren voor elke afzonderlijke virtuele machine, zelfs in niet-verbonden omgevingen. De activering van de virtuele machine wordt gekoppeld aan de gelicentieerde virtualisatieserver en de virtuele machine wordt geactiveerd op het moment dat deze wordt opgestart. Daarnaast wordt in real-time gerapporteerd over gebruik en kunt u de historische gegevens over de licentiestatus van de virtuele machine weergeven. Rapportage- en traceergegevens zijn beschikbaar op de virtualisatieserver.

Welke toegevoegde waarde heeft deze wijziging?

U hebt een virtualisatieserver met Windows Server 2012 R2 Datacenter nodig. Het besturingssysteem op de virtuele gastmachine moet Windows Server 2012 R2 Datacenter, Windows Server 2012 R2 Standard of Windows Server 2012 R2 Essentials zijn.

Datacenteradministrators kunnen de functie voor automatische activering van virtuele machines gebruiken voor het volgende:

  • Virtuele machines op externe locaties activeren

  • Virtuele machines met of zonder een internetverbinding activeren

  • Het gebruik en licenties van virtuele machines bijhouden via de virtualisatieserver, zonder dat hiervoor toegangsrechten voor de virtuele machines vereist zijn

Wat werkt anders?

Er zijn geen productcodes om te beheren en geen stickers om te lezen op de servers. De virtuele machine wordt geactiveerd en blijft zelfs werken wanneer deze wordt gemigreerd in een matrix van virtualisatieservers.

SPLA-partners (Service Provider License Agreement) en andere hostingproviders hoeven geen productsleutels met tenants te delen of toegang tot de virtuele machine van een tenant te krijgen om deze te activeren. Het is voor tenants duidelijk wanneer automatische activering van virtuele machines wordt gebruikt. Hostingproviders kunnen de serverlogboeken gebruiken om de naleving van licenties te controleren en de gebruiksgeschiedenis van clients bij te houden.

Raadpleeg Automatische activering van virtuele machines voor meer informatie.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback

Community-inhoud

Weergeven:
© 2015 Microsoft