Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen
Expand Minimize

Mobiele apparaten beheren met Configuration Manager en Windows Intune

Bijgewerkt: oktober 2014

Van toepassing op: System Center 2012 Configuration Manager SP1, System Center 2012 R2 Configuration Manager

noteOpmerking
De informatie in dit onderwerp is alleen van toepassing op System Center 2012 Configuration Manager SP1 en System Center 2012 R2 Configuration Manager.

Dit overzicht toont u stap voor stap de configuratie van Configuration Manager, zodat u Windows Phone 8, Windows RT, iOS en Android-apparaten kunt beheren met behulp van de Windows Intune service via internet. Hoewel u de Windows Intune service gebruikt, worden beheertaken voltooid met behulp van de Windows Intune sitesysteemrolconnector die beschikbaar is via de Configuration Manager-console. System Center 2012 R2 Configuration Manager biedt u eveneens de optie om Windows 8.1-apparaten te beheren, op dezelfde wijze als mobiele apparaten, waarop geen Configuration Manager client is geïnstalleerd.

U kunt Configuration Manager configureren zodat het beheer van mobiele apparaten toegang van gebruikers toestaat tot bedrijfsbronnen op een veilige, begeleide wijze. Met behulp van apparatenbeheer, beveiligt u de bedrijfsgegevens en laat gebruikers toe hun mobiele apparaten van het bedrijf of persoonlijk eigendom te registreren en toegang te verkrijgen tot bedrijfsgegevens. Als u Configuration Manager gebruikt met Windows Intune, dan verkrijgt u de volgende beheermogelijkheden:

  • U kunt apparaten buiten gebruik stellen en wissen.

  • U kunt compatibiliteitsinstellingen op apparaten configureren. Deze bevatten instellingen voor wachtwoorden, beveiliging, roaming, versleuteling en draadloze communicatie.

  • U kunt LOB-apps op apparaten implementeren.

  • U kunt apps implementeren van het archief dat het apparaat verbindt met Windows Store, Windows Phone Store, App Store of Google Play.

  • U kunt hardware-inventaris verzamelen.

  • U kunt software-inventaris verzamelen met behulp van de ingebouwde rapporten.

Bij dit document wordt ervan uitgegaan dat u Configuration Manager gebruikt om computers te beheren en dat u geïnteresseerd bent in de uitbreiding van de Configuration Manager-console om mobiele apparaten te beheren. Nadat u dit overzicht voltooid hebt, kunnen de gebruikers hun apparaten voor beheer registreren.

We tonen u:

  • Het Windows Intune abonnement voor beheer van mobiele apparaten configureren.

  • De Windows Intune sitesysteemrolconnector installeren die u het gebruik toestaat van Windows Intune in de Configuration Manager-console.

De volgende stappen gebruiken om mobiele apparaten te beheren met behulp van de Windows Intune connector.

Gebruik de volgende informatie om de vereisten voor het beheren van mobiele apparaten te bepalen.

Zie Controlelijst voor beheerder: Configuration Manager configureren om mobiele apparaten te beheren met Windows Intune voor een checklist over het configureren van Configuration Manager om mobiele apparaten te beheren.

 

Externe afhankelijkheden Meer informatie

Meld u aan voor een organisatieaccount voor Windows Intune,

U kunt aanmelden voor een account bij Windows Intune.

Zie Sign up for a Windows Intune Trial (Aanmelden voor een Windows Intune-trial) en Gebruiksregels voor Windows Intune in de documentatiebibliotheek voor Windows Intune voor meer informatie.

Een openbaar bedrijfsdomein toevoegen.

Alle gebruikersaccounts moeten een verifieerbare domeinnaam hebben die kan worden gecontroleerd door Windows Intune.

Controleer of gebruikers een UPN voor een openbaar domein hebben.

Voordat u het Active Directory-gebruikersaccount synchroniseert, moet u controleren of gebruikersaccounts een UPN voor een openbaar domein hebben. Zie UPN-achtervoegsels toevoegen in de Active Directory-documentatiebibliotheek voor meer informatie.

Implementeer en configureer adreslijstsynchronisatie.

Met behulp van adreslijstsynchronisatie kunt u Windows Intune vullen met gesynchroniseerde gebruikersaccounts. De gesynchroniseerde gebruikers en beveiligingsgroepen worden toegevoegd aan Windows Intune. Zie het onderwerp Overzicht Directory-integratie in de Active Directory-documentatiebibliotheek voor meer informatie.

U moet de AD FS implementeren voor eenmalige aanmelding. Zie Eenmalige aanmelding implementeren en beheren met AD FS 2.0 in de Active Directory-documentatiebibliotheek voor meer informatie.

Maak een DNS-alias.

Maak een DNS-alias (CNAME-recordtype). U moet in DNS een CNAME configureren waarmee EnterpriseEnrollment.<domeinnaam bedrijf>.com wordt omgeleid naar manage.microsoft.com. Bijvoorbeeld: als het e-mailadres van Melissa Melissa@contoso.com is, moet u in DNS een CNAME maken waarmee EnterpriseEnrollment.contoso.com wordt omgeleid naar manage.microsoft.com.

De CNAME-record wordt gebruikt als onderdeel van het registratieproces.

Certificaten of sleutels verkrijgen.

Zie Certificaten of sleutels verkrijgen om te voldoen aan de vereisten per platform in dit onderwerp voor meer informatie.

In de volgende tabel worden de certificaten of sleutels opgesomd die u moet hebben om mobiele platformen te registreren.

 

Platform Certificaten of sleutels Certificaten of sleutels verkrijgen

Windows Phone 8

Certificaat voor codeondertekening: Alle extern geladen apps moeten worden codeondertekend.

Een certificaat voor codeondertekening van Symantec kopen.

Windows RT, Windows RT 8.1, of Windows 8.1 apparaten die niet zijn gekoppeld aan het domein.

Sideloading-codes: Apparaten moeten worden voorzien van sideloading-codes om de installatie van extern geladen apps in te schakelen.

Alle extern geladen apps moeten worden codeondertekend.

Sideloading-codes kopen van Microsoft.

All apps moeten worden codeondertekend met behulp van de certificeringsinstantie van uw bedrijf of een externe certificeringsinstantie.

iOS

Certificaat voor Apple Push Notification Service.

Vraag een certificaat voor Apple Push Notification Service van Apple aan. Zie de Vereisten voor de registratie van iOS-apparaten in dit onderwerp voor meer informatie.

Android

Geen.

Niet van toepassing.

U moet de Windows Phone 8 bedrijfsportal-app implementeren om Windows Phone 8 apparaten te beheren. De bedrijfsportal-app moet worden codeondertekend met een Symantec-certificaat dat wordt vertrouwd door de Windows Phone 8 apparaten.

  1. Meld u aan bij Windows Phone Dev Center door Windows Phone Dev Center te bezoeken. U moet een bedrijfsaccount gebruiken.

  2. Zoek uw Symantec-id door te klikken op Dashboard in het Windows Phone Dev Center en zoek de numerieke id onder Symantec-id.

  3. Koop een certificaat van de Symantec-website met behulp van uw Symantec-id.

  4. Nadat u het certificaat hebt gekocht, ontvangt de goedkeurder van het bedrijf die u aangewezen hebt in uw Windows Phone Developer-account een e-mail waarin om goedkeuring van de certificaataanvraag wordt verzocht. Na goedkeuring van de aanvraag, ontvangt u een e-mail met instructies voor het importeren van de certificaten.

  5. Lees de instructies in de e-mail aandachtig en importeer de certificaten.

  6. Ga naar de module Certificaten, klik met de rechtermuisknop op Certificaten en selecteer Certificaten zoeken, om te controleren dat de certificaten correct geïmporteerd zijn. In het veld Bevat “Symantec” invoeren en klikken op Nu zoeken. De certificaten die u invoerde moeten worden vermeld als deel van de resultaten.

    Certificaat zoeken

  7. Nu dat u hebt gecontroleerd dat de certificaten zijn geïmporteerd, kunt u het .pxf-bestand exporteren, om het bedrijfsportal te ondertekenen. De resultaten van de vorige stap gebruiken om het Symantec-certificaat te selecteren met Beoogd doeleinde als “codeondertekening.” Klik vervolgens met de rechtermuisknop op het certificaat voor codeondertekening en selecteer Export.

    Certificaat exporteren

    Selecteer in Wizard Certificaat exporterenJa, de persoonlijke sleutel exporteren en klik op Volgende. Personal Information Exchange –PKCS #12 (.PFX) selecteren en Alle certificaten in het certificatiepad opnemen indien mogelijk controleren. Voltooi de wizard. Zie Certificaten exporteren met de persoonlijke sleutel voor meer informatie.

  8. Download de Windows Intune-bedrijfsportal voor Windows Phone.

  9. Voordat u de bedrijfportal-app kunt implementeren, moet deze worden ondertekend door een certificeringsinstantie die wordt vertrouwd door Windows Phone 8 apparaten. Gebruik de XAPSignToo-app die is inbegrepen bij de Windows Phone 8 SDK om de bedrijfsportal te ondertekenen met het .pfx-bestand dat u van het Symantec-certificaat gemaakt hebt. Zie Bedrijfsapp ondertekenen met behulp van XapSignTool voor meer informatie.

U moet de volgende stappen uitvoeren om het app-beheer te configureren op een mobiel apparaat waarop Windows RT wordt uitgevoerd of op een Windows 8.1-apparaat.

  1. Sideloading-codes verkrijgen. Voordat u extern geladen LOB-bedrijfsapps op Windows RT kunt uitvoeren, moet u sideloading-codes van Microsoft verkrijgen en activeren. Zie Microsoft Volume Licensing voor meer informatie over sideloading-codes voor productactivering.

  2. Alle apps ondertekenen. Voor het uitvoeren van extern geladen apps die worden uitgevoerd op Windows RT, moet u een certificaat gebruiken om all apps te ondertekenen.

U moet deze stappen te volgen om iOS-apparaten te registreren.

  1. Een aanvraag voor certificaatondertekening downloaden van Windows Intune Met deze aanvraag voor certificaatondertekening kunt u een certificaat voor Apple Push Notification Service van de certificeringsinstantie van Apple toepassen.

  2. Een certificaat voor Apple Push Notification Service van de website van Apple aanvragen.

  1. Klik op Beheer in de Configuration Manager-console.

  2. In de werkruimte Beheer het knooppunt Hiërarchieconfiguratie uitvouwen en klikken op Windows Intune-abonnementen.

  3. Klik op het tabblad Start in de groep Maken op APNs-certificaataanvraag maken.

  4. Klik in dialoogvenster Aanvraag voor Certificaatondertekening voor Apple Push Notification Service aanvragen op Bladeren om een locatie op te geven om de aanvraag voor certificaatondertekening te downloaden, geef uw keuze van bestandsnaam op en klik vervolgens op Download.

  5. Op de Windows Intune aanmeldingspagina uw organisatieaccount en wachtwoord invoeren. Nadat u zich aanmeldt wordt de aanvraag voor certificaatondertekening gedownload op de door u opgegeven locatie.

  1. Maak verbinding met het Apple Push Certificates Portal (Apple-portaal van pushcertificaten).

  2. Meld u aan en voltooi de wizard.

    noteOpmerking
    Zorg dat u een bedrijfsaccount gebruikt om het certificaat voor Apple Push Notification Service te verkrijgen. Als u terugkeert naar de Apple-site om het certificaat te hernieuwen, zorgt u dat u hetzelfde account gebruikt.

  3. Upload de aanvraag voor certificaatondertekening die u hebt gedownload van Windows Intune.

Voor System Center 2012 R2 Configuration Manager, kunnen gebruikers de bedrijfsportal-app van Android van Google Play downloaden waarmee ze Android-apparaten kunnen registreren. Met de bedrijfsportal-app van Android kunt u de compatibilitietsinstellingen beheren, Android-apparaten wissen of verwijderen, apps implementeren en software- en hardware-inventaris verzamelen. Als de bedrijfsportal-app voor Android niet is geïnstalleerd op de Android-apparaten of als u Configuration Manager SP1 gebruikt, dan hebt u niet alle beheermogelijkheden, zoals inventaris en compatibiliteitsinstellingen maar kunt u wel nog steeds apps naar Android-apparaten implementeren.

 

Afhankelijkheden in Configuration Manager Meer informatie

Maak het Windows Intune-abonnement.

Zie Windows Intune-abonnement configureren in dit onderwerp voor meer informatie.

De Windows Intune connector toevoegen.

Zie De sitesysteemrol Windows Intune-connector in dit onderwerp voor meer informatie.

Met het Windows Intune abonnement kunt u uw configuratie-instellingen voor de Windows Intune service opgeven. Hiervoor kunt u opgeven welke gebruikers hun apparaten kunnen registreren en bepalen welke platformen voor mobiele apparaten te beheren. Wanneer u uw abonnement hebt gemaakt, kunt u de Windows Intune sitesysteemrolconnector installeren waarmee u verbinding kunt maken met de Windows Intune service. Deze sitesysteemrolconnector zendt de instellingen en toepassingen naar de Windows Intune service. Het Windows Intune abonnement voert hetzelfde uit:

  • Haalt het certificaat op dat de Windows Intune connector nodig heeft om verbinding te maken met de Windows Intune service.

  • Bepaalt de gebruikersverzameling waarmee de gebruikers mobiele apparaten kunnen registreren.

  • Bepaalt en configureert de mobiele platformen die u wilt ondersteunen.

  1. Klik op Beheer in de Configuration Manager-console.

  2. Voor System Center 2012 Configuration Manager SP1: In de werkruimte Beheer het knooppunt Hiërarchieconfiguratie uitvouwen en klikken op Windows Intune-abonnementen.

    Voor System Center 2012 R2 Configuration Manager: In de werkruimte Beheer het knooppunt Cloud Services uitvouwen en klikken op Windows Intune-abonnementen.

  3. Voor System Center 2012 Configuration Manager SP1: Klik op Windows Intune-abonnement in het tabblad Start in de groep Maken.

    System Center 2012 R2 Configuration Manager: Klik op tabblad Start op Windows Intune-abonnement toevoegen.

  4. Bekijk de tekst op de pagina Inleiding van de Windows Intune Wizard abonnementen maken en klik op Volgende.

  5. Klik op de pagina Abonnementen op Aanmelden en meld u aan met behulp van uw Windows Intune organisatieaccount. Selecteer het selectievakje De Configuration Manager-console toestaan dit abonnement te beheren. Als u deze instelling selecteert, kunt u de mobiele apparaten enkel beheren met behulp van de Configuration Manager-console. U moet deze optie selecteren om door te gaan met uw abonnement.

    ImportantBelangrijk
    Zodra u Configuration Manager heb geselecteerd als uw instantie voor het beheer, kunt u de instantie voor het beheer niet wijzigen in Windows Intune in de toekomst.

  6. Klik op de privacykoppelingen om ze te bekijken en klik vervolgens op Volgende.

  7. Specificeer op de pagina Algemeen de volgende opties en klik op Volgende.

    • Verzameling: Een gebruikersverzameling opgeven die gebruikers bevat die hun mobiele apparaten gaan registreren.

      noteOpmerking
      Als een gebruiker van de verzameling wordt verwijderd, dan zal het apparaat van de gebruiker tot 24 uur beheerd blijven wanneer de gebruikersregistratie van de gebruikersdatabase is verwijderd.

    • Bedrijfsnaam: De bedrijfsnaam opgeven.

    • URL naar privacydocumentatie van bedrijf: Als u uw privacydocumentatie van het bedrijf publiceert naar een koppeling die via internet toegankelijk is, voortziet u een link voor toegang door de gebruikers vanuit het bedrijfsportal. Privacyinformatie kan verduidelijken welke informatie gebruikers met uw bedrijf delen.

    • Kleurenschema voor bedrijfsportal: Wijzig eventueel de blauwe standaardkleur voor de bedrijfsportals.

    • Configuration Manager-sitecode: Een sitecode opgeven voor een primaire site om mobiele apparaten te beheren.

      noteOpmerking
      Het wijzigen van de sitecode heeft enkel een weerslag op nieuwe registraties en niet op bestaande geregistreerde apparaten.

  8. Selecteer op de pagina Platformen de apparaattypen die u wilt beheren en bekijk de platformvereisten. Klik vervolgens op Volgende.

U moet voor elk door u geselecteerde apparaattype extra opties configureren. Gebruik de volgende procedures voor meer informatie over die opties. Wanneer u deze extra opties hebt geconfigureerd, klikt u op Volgende en voert u de wizard uit.

  • Geef op de pagina Configuratie Windows Phone 8 het PFX-bestand of Application Enrollment-token op dat u hebt ontvangen wanneer u aan de vereisten van Windows Phone 8 hebt voldaan in de sectie voor vereisten van deze rondleiding.

  • Geef de locatie op van de ondertekende Windows Phone 8-bedrijfsportal-app die u hebt gemaakt in de sectie voor vereisten van deze rondleiding.

Zie de rubriek Vereisten voor de registratie van Windows Phone 8-apparaten in dit onderwerp voor meer informatie over het verkrijgen van het certificaat.

Apparaten met Windows RT, Windows RT 8.1 en Windows 8.1 hebben het vereiste dat alle gesideloade apps worden ondertekend met een vertrouwd certificaat voor ondertekening van programmacode.

  1. Als u een certificaat hebt van de certificeringsinstantie van uw bedrijf, klikt u op de pagina Windows RT Configuratie op Bladeren om het certificaat voor ondertekening van programmacode op te geven dat u voor alle Windows 8-apps wilt gebruiken.

    noteOpmerking
    Alle apps moeten over een ondertekende programmacode beschikken. Het certificaatveld is voor het certificaat van uw bedrijf. Als u een certificaat hebt aangeschaft van een externe certificeringsinstantie, kunt u dit veld leeg laten.

  2. Klik op Toevoegen om uw sideloading codes in te voeren. Zie de rubriek Vereisten voor registratie van Windows RT-, Windows RT 8.1- of Windows 8.1-apparaten in dit onderwerp voor meer informatie over het verkrijgen van het certificaat.

Android-apparaten hebben geen vereisten. Bij System Center 2012 R2 Configuration Manager kunnen Android-gebruikers de Android-bedrijfsportal-app van Google Play downloaden, waarmee zij Android-apparaten kunnen inschrijven.

De Windows Intune-connector verzendt instellingen en software-implementatiegegevens naar Windows Intune en krijgt status- en inventarisberichten van mobiele apparaten. De Windows Intune-service fungeert als een gateway die communiceert met mobiele apparaten en instellingen opslaat.

noteOpmerking
De sitesysteemrol Windows Intune-connector kan alleen op een centrale beheersite of op een zelfstandige, primaire site worden geïnstalleerd.

  1. Klik op Beheer in de Configuration Manager-console.

  2. Vouw Siteconfiguratie uit in de werkruimte Beheer en klik vervolgens op Servers en sitesysteemrollen.

  3. Voeg de rol Windows Intune-connector toe aan een nieuwe of bestaande sitesysteemserver door middel van de bijbehorende stap:

    • Nieuwe sitesysteemserver: Klik op het tabblad Start in de groep Maken op Sitesysteemserver maken om de wizard Sitesysteemserver maken te starten.

    • Bestaande sitesysteemserver: Klik op de server waarop u de rol Windows Intune-connector wilt installeren. Klik vervolgens op het tabblad Start in de groep Server op Sitesysteemrollen toevoegen, om de wizard Sitesysteemrollen toevoegen te starten.

  4. Selecteer op de pagina SysteemrolselectieWindows Intune-connector en klik op Volgende.

  5. Voltooi de wizard.

Inschrijving brengt een relatie tot stand tussen de gebruiker, het apparaat en de Windows Intune-service. Gebruikers schrijven hun eigen mobiele apparaten in. Android-apparaten worden niet ingeschreven, maar kunnen met behulp van de Exchange Server-connector worden beheerd. De volgende rubrieken beschrijven de inschrijving voor Windows Phone 8, Windows RT en iOS.

noteOpmerking
Als uw abonnement voor Windows Intune komt te vervallen, moet u alle apparaten vóór de vervaldatum uitschrijven om ervoor te zorgen dat inhoud van het bedrijf van de apparaten is verwijderd.

Bij Windows Phone 8 starten gebruikers de inschrijving vanaf het Windows Phone 8-apparaat door naar Systeeminstellingen te gaan en bedrijfsapps te selecteren. Vervolgens treden de volgende processen op wanneer gebruikers hun eigen mobiele apparaten inschrijven.

  1. Gebruikers worden gevraagd om hun referenties op te geven. Wanneer de verificatie is gelukt, brengt Windows Intune een relatie tot stand tussen de gebruiker en het Windows Phone 8-apparaat.

  2. Er wordt een certificaat op het apparaat geïnstalleerd voor de verificatie tussen het apparaat en de Windows Intune-service.

  3. Gebruikers moeten Bedrijfsapp of -hub installeren selecteren om hun apparaat te laten beheren.

    ImportantBelangrijk
    Als gebruikers de optie niet selecteren om de bedrijfsapp of -hub te installeren, kunnen zij de bedrijfsportal niet downloaden. Als de Windows Phone 8-bedrijfsportal tijdens de inschrijving niet wordt geïnstalleerd of als gebruikers de installatie van de bedrijfsportal ongedaan maken, moeten gebruikers hun mobiele apparaten buiten gebruik stellen en deze opnieuw inschrijven. U kunt ook het bedrijfsportalbestand beschikbaar maken door gebruikers een koppeling in een e-mail te sturen.

  4. De bedrijfsportal wordt geïnstalleerd op het apparaat. Het inventaris wordt verzameld, de beheerinstellingen worden toegepast en gebruikers hebben nu toegang tot bedrijfstakgerichte apps die u hen ter beschikking stelt.

Bij Windows RT starten gebruikers de inschrijving vanaf het Windows RT-apparaat. De gebruikers moeten de volgende taken uitvoeren:

  1. Gebruikers selecteren op het Windows RT-apparaat Start, typen “Systeemconfiguratie” in en klikken op het dialoogvenster om Bedrijfsapps te openen.

  2. De gebruikers voeren hun bedrijfsreferenties in en worden geverifieerd. Hiermee wordt een relatie tot stand gebracht tussen de gebruiker, het Windows RT-apparaat en de Windows Intune-service.

  3. Windows Intune verzamelt inventaris en past beheerinstellingen toe. Gebruikers hebben nu toegang tot bedrijfstakgerichte apps en rechtstreekse koppelingen naar de App Store via de bedrijfsportal.

Bij Windows 8.1 en Windows RT 8.1 schrijft de gebruiker in via het apparaat.

  1. De gebruiker selecteert Instellingen op het Windows 8.1-apparaat en klikt op PC-instellingen en daarna op Netwerk en ten slotte op Werkruimte.

  2. De gebruiker voert de gebruikers-id in bij het (id-)veld.

  3. De gebruiker klikt op Inschakelen en geeft het wachtwoord op.

  4. De gebruiker stemt in met het dialoogvenster Apps en services van IT-beheer toestaan en klikt op Inschakelen.

Voor iOS-inschrijving moeten de gebruikers de volgende taken uitvoeren:

  1. De gebruiker begint de inschrijving door naar m.manage.microsoft.com te gaan.

  2. Gebruikers worden gevraagd naar bedrijfsreferenties om het inschrijvingsproces te beginnen.

  3. Zodra verificatie is gelukt, is een relatie tot stand gebracht tussen de gebruiker, het iOS-apparaat en de Windows Intune-service.

  4. Windows Intune verzamelt inventaris en past beheerinstellingen toe. Gebruikers hebben nu toegang tot bedrijfstakgerichte apps en rechtstreekse koppelingen naar de App Store via de bedrijfsportal.

Alleen voor System Center 2012 R2 Configuration Manager:-gebruikers kunnen iOS-apparaten inschrijven via de iOS-bedrijfsportal-app die verkrijgbaar is in de App Store. U kunt de bedrijfsportal-app op iOS-apparaten met iOS6 of later installeren.

Alleen voor System Center 2012 R2 Configuration Manager: U kunt Android-apparaten inschrijven via de Android-bedrijfsportal-app die verkrijgbaar is in Google Play.

U kunt Windows Phone 8-, iOS- en Android-apparaten waarop de Android-bedrijfsportal-app is geïnstalleerd, volledig wissen. Bij volledig wissen worden de fabrieksinstellingen van het apparaat hersteld.

Alleen voor System Center 2012 R2 Configuration Manager: U hebt de optie om selectief te wissen, waarmee alleen bedrijfsinhoud wordt verwijderd. Bij selectief wissen kunt u Buiten gebruik stellen/wissen gebruiken en de optie Bedrijfsinhoud wissen en het mobiele apparaat buiten gebruik stellen via Configuration Manager selecteren om bedrijfsinhoud van apparaten te verwijderen. In de volgende tabel staat vermeld welke bedrijfsinhoud van apparaten wordt gewist.

 

Inhoud die wordt verwijderd wanneer een apparaat buiten gebruik wordt gesteld Windows 8.1 en Windows RT 8.1 Windows RT Windows Phone 8 iOS Android-bedrijfsportal-app

Bedrijfsapp en bijbehorende gegevens die via Configuration Manager en Windows Intune zijn geïnstalleerd.

De installatie van apps wordt ongedaan gemaakt en sideloading-codes worden verwijderd. Van apps die de selectieve wisfunctie van Windows gebruiken, wordt de versleutelingscode ingetrokken, waardoor gegevens niet meer beschikbaar zijn.

Sideloading-codes zijn verwijderd, maar apps blijven geïnstalleerd.

De installatie van apps wordt ongedaan gemaakt. Bedrijfsappgegevens worden verwijderd.

De installatie van apps wordt ongedaan gemaakt. Bedrijfsappgegevens worden verwijderd.

Apps en gegevens blijven geïnstalleerd.

VPN- en Wi-Fi-profielen

Verwijderd.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Verwijderd.

VPN: Niet van toepassing.

Wi-Fi: Niet verwijderd

Certificaten

Verwijderd en ingetrokken.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Verwijderd en ingetrokken.

Ingetrokken.

Instellingen

Vereisten verwijderd.

Vereisten verwijderd.

Vereisten verwijderd.

Vereisten verwijderd.

Vereisten verwijderd.

Beheeragent

Niet van toepassing. Beheeragent is ingebouwd.

Niet van toepassing. Beheeragent is ingebouwd.

Niet van toepassing. Beheeragent is ingebouwd.

Beheerprofiel wordt verwijderd.

De bevoegdheid Apparaatbeheerder is ingetrokken.

E-mail

Exchange-e-mailadres van apparaat verwijderd.

Exchange-e-mailadres van apparaat verwijderd.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

  1. Klik in de Configuration Manager-console op Activa en naleving en selecteer Apparaten.

  2. Selecteer een apparaat en selecteer vervolgens de actie die u wilt ondernemen.

-----
Zie voor aanvullende bronnen Information and Support for Configuration Manager (Informatie en ondersteuning voor Configuration Manager).

Tip: Gebruik deze query om online documentatie te vinden in de TechNet-bibliotheek voor System Center 2012 Configuration Manager. Zie voor instructies en voorbeelden Search the Configuration Manager Documentation Library (De documentatiebibliotheek van Configuration Manager doorzoeken).
-----
Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback
Weergeven:
© 2015 Microsoft