Exporteren (0) Afdrukken
Alles uitvouwen

Onderhoudsopdrachtregelopties voor besturingssysteempakketten

Gepubliceerd: februari 2012

Bijgewerkt: mei 2012

Van toepassing op: Windows 8, Windows Server 2012

Onderhoudsopdrachten voor het besturingssysteempakket kunnen offline worden gebruikt om Windows®-pakketten als CAB-bestanden of MSU-bestanden (voor het zelfstandige installatieprogramma voor Windows Update) te installeren, te verwijderen of bij te werken Pakketten worden door Microsoft® gebruikt om software-updates, servicepacks en taalpakketten te distribueren. Pakketten kunnen ook Windows-onderdelen bevatten. Met deze onderhoudsopdrachten kunnen Windows-onderdelen ook worden in- of uitgeschakeld (offline of op een actieve Windows-installatie). Windows-onderdelen zijn optionele onderdelen voor het basisbesturingssysteem.

De basissyntaxis voor het onderhoud van een Windows-installatiekopie met DISM is als volgt:

DISM.exe {/Image:<path_to_image_directory> | /Online} [dism_global_options] {servicing_option} [<servicing_argument>]

U kunt van de volgende onderhoudsopties voor besturingssysteempakketten gebruikmaken voor offline-installatiekopieën:

DISM.exe /Image:<path_to_image_directory> [/Get-Packages | /Get-PackageInfo | /Add-Package | /Remove-Package ] [/Get-Features | /Get-FeatureInfo | /Enable-Feature | /Disable-Feature ] [/Cleanup-Image]

U kunt van de volgende onderhoudsopties voor besturingssysteempakketten gebruikmaken voor een actief besturingssysteem:

DISM.exe /Online [/Get-Packages | /Get-PackageInfo | /Add-Package | /Remove-Package ] [/Get-Features | /Get-FeatureInfo | /Enable-Feature | /Disable-Feature ] [/Cleanup-Image]

De volgende tabel bevat beschrijvingen van het gebruik van elk van deze onderhoudsopties. Bij deze opties wordt geen onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Voor namen van onderdelen wordt echter wel onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters als u een andere Windows-installatiekopie onderhoudt dan Windows® 8.

 

Optie Argument Beschrijving

/Get-Help

/?

 

Informatie over de optie en de bijbehorende argumenten wordt weergegeven als u deze optie onmiddellijk na een opdrachtregeloptie voor pakketonderhoud opgeeft.

Mogelijk komen aanvullende onderwerpen beschikbaar als u een installatiekopie opgeeft.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Add-Package /? 
Dism /Online /Get-Packages /?

/Get-Packages

[/Format:{Table | List}]

Hiermee wordt basisinformatie over alle pakketten in de installatiekopie weergegeven. Gebruik het argument /Format:Table of /Format:List als u de uitvoer in de vorm van een tabel of in de vorm van een lijst wilt weergeven.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Get-Packages 
Dism /Image:C:\test\offline /Get-Packages /Format:Table
Dism /Online /Get-Packages

/Get-PackageInfo

{/PackageName:<name_in_image> | /PackagePath:<path_to_cabfile>}

Hiermee wordt gedetailleerde informatie weergegeven over een pakketbestand in de CAB-indeling. U kunt hier alleen CAB-bestanden opgeven. U kunt deze opdracht niet gebruiken om pakketinformatie te verkrijgen voor MSU-bestanden. /PackagePath bevat het pad naar een CAB-bestand of een map.

U kunt de optie /Get-Packages gebruiken om de naam van het pakket in de installatiekopie te zoeken of het pad naar het CAB-bestand op te geven. Het pad naar het CAB-bestand moet naar de oorspronkelijke bron van het pakket verwijzen, niet naar de locatie van het bestand in de installatiekopie.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Get-PackageInfo /PackagePath:C:\packages\package.cab
Dism /Image:C:\test\offline /Get-PackageInfo /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0

/Add-Package

/PackagePath:<path_to_cabfile>

[/IgnoreCheck]

[/PreventPending]

Hiermee installeert u een pakketbestand (.CAB of .MSU) in de installatiekopie. U kunt meerdere pakketten toevoegen met één opdrachtregel. Voor elk pakket wordt gecontroleerd of het kan worden toegepast. Als het pakket niet kan worden toegepast op de opgegeven installatiekopie, ontvangt u een foutbericht. Met het argument /IgnoreCheck kunt u de opdracht uitvoeren zonder deze controle.

Gebruik de optie /PreventPending als u de installatie van het pakket wilt overslaan als er nog onlineacties in behandeling zijn voor het pakket of de Windows-installatiekopie. U kunt deze optie alleen gebruiken wanneer u Windows 8-, Windows Server 2012- of Windows® PE (Windows-omgeving voor voorinstallatie)  4.0-installatiekopieën onderhoudt.

/PackagePath kan verwijzen naar:

  • Eén CAB- of MSU-bestand.

  • Een map die één uitgebreid CAB-bestand bevat.

  • Een map die één MSU-bestand bevat.

  • Een map die meerdere CAB- of MSU-bestanden bevat.

noteOpmerking
Als /PackagePath verwijst naar een map waarvan de hoofdmap CAB- of MSU-bestanden bevat, worden ook de submappen gecontroleerd op CAB- en MSU-bestanden.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /LogPath:AddPackage.log /Add-Package /PackagePath:C:\packages\package.msu
Dism /Image:C:\test\offline /Add-Package /PackagePath:C:\packages\package1.cab /PackagePath:C:\packages\package2.cab /IgnoreCheck
Dism /Image:C:\test\offline /Add-Package /PackagePath:C:\test\packages\package.cab /PreventPending

/Remove-Package

{/PackageName:<name_in_image> | /PackagePath:<path_to_cabfile>}

Hiermee verwijdert u een pakketbestand in de CAB-indeling van de installatiekopie. U kunt hier alleen CAB-bestanden opgeven. U kunt deze opdracht niet gebruiken om MSU-bestanden te verwijderen.

noteOpmerking
Als u deze opdracht gebruikt om een pakket te verwijderen uit een offline-installatiekopie, wordt de installatiekopie niet kleiner.

U kunt de optie /PackagePath gebruiken om te verwijzen naar de oorspronkelijke bron van het pakket, het pad naar het CAB-bestand opgeven of de naam van het pakket opgeven zoals deze wordt vermeld in de installatiekopie. Gebruik de optie /Get-Packages als u de naam van het pakket in de installatiekopie wilt zoeken.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /LogPath:C:\test\RemovePackage.log /Remove-Package /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0
Dism /Image:C:\test\offline /LogPath:C:\test\RemovePackage.log /Remove-Package /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0 /PackageName:Microsoft-Windows-MediaPlayer-Package~31bf3856ad364e35~x86~~6.1.6801.0
Dism /Image:C:\test\offline /LogPath:C:\test\RemovePackage.log /Remove-Package /PackagePath:C:\packages\package1.cab /PackagePath:C:\packages\package2.cab

/Get-Features

{/PackageName:<name_in_image> | /PackagePath:<path_to_cabfile>}

[/Format:{Table | List}]

Met deze opdracht wordt basisinformatie weergegeven over alle onderdelen in een pakket (onderdelen van het besturingssysteem die optionele Windows Foundation-onderdelen bevatten). U kunt de optie /Get-Features gebruiken om de naam van het pakket in de installatiekopie te zoeken of u kunt het pad naar de oorspronkelijke bron van het pakket opgeven. Als u geen pakketnaam of pad opgeeft, worden alle onderdelen in de installatiekopie weergegeven. /PackagePath bevat het pad naar een CAB-bestand of een map.

Voor namen van onderdelen wordt wel onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters als u een andere Windows-installatiekopie onderhoudt dan Windows 8.

Gebruik het argument /Format:Table of /Format:List als u de uitvoer in de vorm van een tabel of in de vorm van een lijst wilt weergeven.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Get-Features
Dism /Image:C:\test\offline /Get-Features /Format:List
Dism /Image:C:\test\offline /Get-Features /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0
Dism /Image:C:\test\offline /Get-Features /PackagePath:C:\packages\package1.cab

/Get-FeatureInfo

/FeatureName:<name_in_image>

[{/PackageName:<name_in_image> | /PackagePath:<path_to_cabfile>}]

Hiermee wordt gedetailleerde informatie over een onderdeel weergegeven. U moet /FeatureName gebruiken. Voor namen van onderdelen wordt wel onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters als u een andere Windows-installatiekopie onderhoudt dan Windows 8. Met de optie /Get-Features kunt u de naam van het onderdeel in de installatiekopie ophalen.

/PackageName en /PackagePath zijn optionele argumenten die u kunt gebruiken om een specifiek onderdeel in een pakket te zoeken.

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Get-FeatureInfo /FeatureName:Hearts
Dism /Image:C:\test\offline /Get-FeatureInfo /FeatureName:Hearts /PackagePath:C:\packages\package.cab

/Enable-Feature

/FeatureName:<name_in_image>

[/PackageName:<name_in_image>]

[/Source:<source>]

[/LimitAccess]

[/All]

Hiermee wordt het opgegeven onderdeel in de installatiekopie ingeschakeld of bijgewerkt. U moet de optie /FeatureName gebruiken. Voor namen van onderdelen wordt wel onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters als u een andere Windows-installatiekopie onderhoudt dan Windows 8. Met de optie /Get-Features kunt u de naam van het onderdeel in de installatiekopie ophalen.

U kunt de optie /FeatureName meerdere keren opgeven op één opdrachtregel voor onderdelen met hetzelfde bovenliggende pakket.

U hoeft de naam van het pakket niet op te geven met de optie /PackageName als het pakket een Windows Foundation-pakket is. Gebruik anders /PackageName om het bovenliggende pakket van het onderdeel op te geven.

U kunt een onderdeel dat eerder uit de installatiekopie is verwijderd, herstellen en inschakelen. Gebruik het argument /Source om de locatie op te geven van de bestanden die nodig zijn om het onderdeel te herstellen. De bron van de bestanden kan de Windows-map in een gekoppelde installatiekopie zijn, bijvoorbeeld c:\test\mount\Windows. U kunt ook een Windows-zij-aan-zij-map gebruiken als bron voor de bestanden, bijvoorbeeld z:\sources\SxS.

Als u meerdere /Source-argumenten opgeeft, worden de bestanden verzameld van de eerste locatie waar ze worden gevonden en worden de overige locaties genegeerd. Als u geen /Source opgeeft voor een onderdeel dat is verwijderd, wordt de standaardlocatie in het register gebruikt of, voor online-installatiekopieën, Windows Update (WU).

Gebruik /LimitAccess om te voorkomen dat DISM contact maakt met WU voor online-installatiekopieën.

Gebruik /All om alle bovenliggende onderdelen van het opgegeven onderdeel in te schakelen.

U kunt de argumenten /Source, /LimitAccess en /All alleen gebruiken wanneer u Windows 8-, Windows Server 2012- of Windows® PE (Windows-omgeving voor voorinstallatie)  4.0-installatiekopieën onderhoudt.

Voorbeelden:

Dism /Online /Enable-Feature /FeatureName:Hearts /All
Dism /Online /Enable-Feature /FeatureName:Calc /Source:c:\test\mount\Windows /LimitAccess
Dism /Image:C:\test\offline /Enable-Feature /FeatureName:Calc /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0

/Disable-Feature

/FeatureName:<name_in_image>

[/PackageName:<name_in_image>]

[/Remove]

Hiermee wordt het opgegeven onderdeel in de installatiekopie uitgeschakeld. U moet de optie /FeatureName gebruiken. Voor namen van onderdelen wordt wel onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters als u een andere Windows-installatiekopie onderhoudt dan Windows 8. Met de optie /Get-Features kunt u de naam van het onderdeel in de installatiekopie ophalen.

U kunt /FeatureName meerdere keren opgeven op één opdrachtregel voor onderdelen met hetzelfde bovenliggende pakket.

U hoeft de naam van het pakket niet op te geven met de optie /PackageName als het pakket een Windows Foundation-pakket is. Gebruik anders /PackageName om het bovenliggende pakket van het onderdeel op te geven.

Gebruik /Remove om een onderdeel te verwijderen zonder het manifest van het onderdeel te verwijderen uit de installatiekopie. U kunt deze optie alleen gebruiken wanneer u Windows 8 of Windows Server 2012 onderhoudt. Het onderdeel wordt weergegeven als 'Verwijderd' wanneer u /Get-FeatureInfo gebruikt om onderdeeldetails weer te geven. Het kan worden hersteld en ingeschakeld met /Enable-Feature en de optie /Source.

Voorbeelden:

Dism /Online /Disable-Feature /FeatureName:Hearts
Dism /Image:C:\test\offline /Disable-Feature /FeatureName:Calc /PackageName:Microsoft.Windows.Calc.Demo~6595b6144ccf1df~x86~en~1.0.0.0

/Cleanup-Image

{/RevertPendingActions | /SPSuperseded [/HideSP] | /StartComponentCleanup | /CheckHealth | /ScanHealth | /RestoreHealth}

[/Source:<filepath>]

[/LimitAccess]

Hiermee worden opruimings- en herstelbewerkingen uitgevoerd op de installatiekopie.

Als er een fout optreedt bij het opstarten van het systeem, kunt u de optie /RevertPendingActions gebruiken om te proberen het systeem te herstellen. Met deze bewerking maakt u alle acties die in behandeling zijn sinds de vorige onderhoudsbewerkingen ongedaan. Deze acties zouden immers de oorzaak van de opstartfout kunnen zijn. De optie /RevertPendingActions wordt niet ondersteund voor een actief besturingssysteem of een Windows PE-installatiekopie (Windows Preinstallation Environment) of Windows RE-installatiekopie (Windows Recovery Environment).

ImportantBelangrijk
U mag de optie /RevertPendingActions alleen gebruiken wanneer u een systeem wilt herstellen op een Windows-installatiekopie die niet kan worden opgestart.

Gebruik /SPSuperseded om eventuele back-upbestanden te verwijderen die zijn gemaakt tijdens de installatie van een servicepack. Gebruik /HideSP om te voorkomen dat het servicepack wordt weergegeven in het Configuratiescherm Geïnstalleerde updates.

ImportantBelangrijk
Het servicepack kan niet worden geïnstalleerd nadat de /SPSuperseded-bewerking is voltooid.

Gebruik /StartComponentCleanup om de vervangen onderdelen op te ruimen en de grootte van de onderdelenopslag te beperken.

Gebruik /CheckHealth om te controleren of de installatiekopie is aangemerkt als beschadigd door een mislukt proces en of de beschadiging kan worden gerepareerd.

Gebruik /ScanHealth om de installatiekopie te controleren op beschadiging van de onderdelenopslag. Deze bewerking duurt enkele minuten.

Gebruik /RestoreHealth om de installatiekopie te controleren op beschadiging van de onderdelenopslag en om vervolgens automatisch reparaties uit te voeren. Deze bewerking duurt enkele minuten.

Gebruik /Source in combinatie met /RestoreHealth om de locatie op te geven van versies van bestanden waarvan bekend is dat ze correct zijn en die kunnen worden gebruikt voor reparatie. Denk bijvoorbeeld aan een pad naar de Windows-map van een gekoppelde installatiekopie.

Als u meerdere /Source-argumenten opgeeft, worden de bestanden verzameld van de eerste locatie waar ze worden gevonden en worden de overige locaties genegeerd. Als u geen /Source opgeeft voor een onderdeel dat is verwijderd, wordt de standaardlocatie in het register gebruikt of, voor online-installatiekopieën, Windows Update (WU).

Gebruik /LimitAccess om te voorkomen dat DISM contact maakt met WU voor de reparatie van online-installatiekopieën.

U kunt /CheckHealth, /ScanHealth, /RestoreHealth, /Source en /LimitAccess alleen gebruiken voor het onderhoud van Windows 8- of Windows Server 2012-installatiekopieën.

U kunt /HideSP en /SPSuperseded niet gebruiken voor het onderhoud van een versie van Windows die lager is dan Windows® 7 Service Pack 1 (SP1).

Voorbeelden:

Dism /Image:C:\test\offline /Cleanup-Image /RevertPendingActions
Dism /Image:C:\test\offline /Cleanup-Image /SPSuperseded /HideSP
Dism /Online /Cleanup-Image /ScanHealth
Dism /Online /Cleanup-Image /RestoreHealth /Source:c:\test\mount\windows /LimitAccess

  • Als u een pakket in een offline-installatiekopie installeert, is de pakketstatus 'installatie in behandeling' wegens onlineacties die in behandeling zijn. Dit houdt in dat het pakket wordt geïnstalleerd wanneer de installatiekopie wordt opgestart en de onlineacties worden verwerkt. Nieuwe acties die vervolgens worden aangeroepen, kunnen pas worden verwerkt nadat de vorige onlineactie die in behandeling was, is voltooid. U kunt de optie /PreventPending gebruiken wanneer u een pakket wilt toevoegen met behulp van /AddPackage. De installatie van een pakket wordt dan overgeslagen wanneer er nog onlineacties in behandeling zijn.

  • Voor sommige pakketten moeten eerst andere pakketten worden geïnstalleerd. Ga er niet van uit dat afhankelijkheden worden nagekomen. Als er afhankelijkheidsvereisten zijn, moet u een antwoordbestand gebruiken om de vereiste pakketten te installeren. Als u een antwoordbestand gebruikt met DISM, kunnen meerdere pakketten in de juiste volgorde worden geïnstalleerd. Deze methode heeft de voorkeur bij het installeren van meerdere pakketten. Zie Pakketten offline toevoegen of verwijderen voor meer informatie.

  • Pakketten worden geïnstalleerd in de volgorde waarin ze op de opdrachtregel worden weergegeven.

  • Wanneer u DISM gebruikt om de optionele onderdelen in een Windows PE-installatiekopie te vermelden, worden de optionele onderdelen altijd vermeld als 'in behandeling', ook wanneer de onderhoudsbewerking is geslaagd. Dit is inherent aan het ontwerp en u hoeft hiervoor geen extra acties te ondernemen.

Vindt u dit nuttig?
(1500 tekens resterend)
Bedankt voor uw feedback
Weergeven:
© 2015 Microsoft