U kunt het artikel in het Engels weergeven door het selectievakje Engels in te schakelen. U kunt de Engelse tekst ook in een pop-upvenster weergeven door de muisaanwijzer over de tekst te bewegen.
Vertaling
Engels

Test Lab Guide: Standaardimplementatie van sessievirtualisatie Extern bureaublad-services

 

Van toepassing op: Windows Server 2012 R2, Windows Server 2012


In Windows Server 2012 is de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie Extern bureaublad-services een op scenario's gebaseerde installatie binnen Serverbeheer waarmee u RD-sessiehostservers vanaf een centrale locatie kunt installeren, configureren en beheren. In het Standaardimplementatie van sessievirtualisatie-scenario beschikt u over twee implementatietypen:

  • Standaardimplementatie: hiermee kunt u de verschillende functieservices van Extern bureaublad-services flexibel implementeren op verschillende servers.

  • Snel starten: hiermee worden alle noodzakelijke functieservices van Extern bureaublad-services op één computer geïnstalleerd, zodat u deze services in een testomgeving kunt installeren en configureren. Zie Test Lab Guide: Snel starten met sessievirtualisatie van Extern bureaublad-services als u Snel starten wilt gebruiken in plaats van de standaardimplementatie.

Dit testlab begeleidt u als volgt bij het proces voor het maken van een standaardimplementatie van sessievirtualisatie:

  • De functieservices RD Connection Broker, RD Session Host en RD Web Access op afzonderlijke computers installeren.

  • Een sessieverzameling maken.

  • Een op sessies gebaseerd bureaublad voor elke hostserver voor Extern bureaublad-sessies in de verzameling publiceren.

  • Toepassingen als RemoteApp-programma's publiceren.

Met een Standaardimplementatie van sessievirtualisatie Extern bureaublad-services kunt u de juiste functieservices installeren op afzonderlijke computers. In tegenstelling tot de Snelle implementatie van sessievirtualisatie biedt een standaardimplementatie meer controle over op sessies gebaseerde bureaubladen en verzamelingen van sessievirtualisaties doordat ze niet automatisch worden gemaakt.

Dit onderwerp bevat instructies voor het instellen van een testlab op basis van de Test Lab Guide: Base Configuration (Engelstalig) en het implementeren van sessievirtualisatie met behulp van drie servers en een clientcomputer. Het resulterende testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie laat zien hoe u een Standaardimplementatie van sessievirtualisatie installeert en configureert.

System_CAPS_importantBelangrijk

De volgende instructies betreffen het configureren van een testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie met een minimum aantal computers Afzonderlijke computers zijn nodig om aangeboden diensten op het netwerk te scheiden en om de gewenste functionaliteit duidelijk weer te geven. Deze configuratie is niet ontworpen om best practices weer te geven en representeert geen gewenste of aanbevolen configuratie voor een productienetwerk. De configuratie, inclusief IP-adressen en alle andere configuratieparameters, is alleen ontworpen om te werken op een afzonderlijk testlabnetwerk.

In dit testlab wordt de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie geïmplementeerd met:

  • Een computer met de naam DC1 waarop Windows Server 2012 actief is en die is geconfigureerd als intranetdomeincontroller, DNS-server (Domain Name System ) en DHCP-server (Dynamic Host Configuration Protocol).

  • Een intranetlidserver met de naam RDSH1 waarop Windows Server 2012 actief is en die is geconfigureerd als de server voor Extern bureaublad-sessiehost.

  • Een intranetlidserver met de naam RDWA1 waarop Windows Server 2012 actief is en die is geconfigureerd als de server voor Extern bureaublad-webtoegang.

  • Een intranetlidserver met de naam RDCB1 waarop Windows Server 2012 actief is en die is geconfigureerd als de server voor Extern bureaublad Connection Broker.

  • Een zwervende lidclientcomputer met de naam CLIENT1 waarop Windows 8 actief is en die wordt gebruikt om verbinding te maken met de implementatie van de sessievirtualisatie.

Het testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie bestaat uit één subnet dat het volgende simuleert:

  • Een intranet, dat wordt aangeduid als het subnet Corpnet (10.0.0.0/24).

Computers in het subnet maken verbinding met behulp van een fysieke hub, switch of virtuele switch. In de volgende afbeelding ziet u de configuratie van het testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie.

Diagram voor standaardimplementatie

Hieronder vindt u de vereiste onderdelen van het testlab:

  • De product-cd of de bestanden voor Windows Server 2012.

  • De product-cd of de bestanden voor Windows 8.

  • Drie fysieke computers die voldoen aan de minimale hardwarevereisten voor Windows Server 2012.

U moet acht stappen uitvoeren wanneer u het testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie instelt op basis van Test Lab Guide: Base Configuration.

  • Stap 1: de basisconfiguratie van het testlab voltooien   De basisconfiguratie van het testlab wordt als uitgangspunt gebruikt voor het testlab voor de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie.

  • Stap 2: RDSH1 installeren en configureren   RDSH1 is een computer met Windows Server 2012 die wordt gebruikt als de computer voor Extern bureaublad-sessiehost.

  • Stap 3: RDWA1 installeren en configureren   RDWA1 is een computer met Windows Server 2012 die wordt gebruikt als de computer voor Extern bureaublad-webtoegang.

  • Stap 4: RDCB1 installeren en configureren   RDCB1 is een computer met Windows Server 2012 die wordt gebruikt als de computer voor Extern bureaublad Connection Broker.

  • Stap 5: standaardimplementatie van sessievirtualisatie implementeren   De Standaardimplementatie van sessievirtualisatie wordt geïmplementeerd met behulp van Serverbeheer.

  • Stap 6: sessieverzameling maken Een sessieverzameling wordt gemaakt met behulp van Serverbeheer.

  • Stap 7: de connectiviteit van Extern bureaublad-services testen   CLIENT1 is een computer met Windows 8 waarmee u kunt testen of verbinding met de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie kan worden gemaakt.

  • Stap 8: momentopname maken van de configuratie Maak na het voltooien van het testlab een momentopname van de configuratie, zodat u later naar een werkend testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie kunt terugkeren.

System_CAPS_noteOpmerking

U moet op elke computer zijn aangemeld als lid van de groep Domeinadministrators of als lid van de groep Administrators om de taken uit te voeren die in deze hulplijn worden beschreven. Als u een taak niet kunt uitvoeren terwijl u bent aangemeld met een account dat lid is van de groep Administrators, kunt u het proberen door u aan te melden met een account dat lid is van de groep Domeinadministrators.

In deze Test Lab Guide wordt het testlab met de basisconfiguratie als uitgangspunt gebruikt. Voordat u met de overige stappen in deze handleiding doorgaat, moet u de stappen uitvoeren in de Test Lab Guide: Base Configuration (Engelstalig). Als u de stappen in de Test Lab Guide: Base Configuration al hebt voltooid en een schijfkopie of een momentopname van de virtuele machine van de basisconfiguratie hebt opgeslagen, kunt u de basisconfiguratie herstellen en doorgaan naar de volgende stap.

De installatie en configuratie van de server die wordt gebruikt voor de Extern bureaublad-sessiehost bestaat uit de volgende procedures:

  • Het besturingssysteem installeren.

  • TCP/IP-eigenschappen configureren.

  • RDSH1 aan het domein CORP toevoegen

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

Installeer eerst Windows Server 2012.

Het besturingssysteem installeren op RDSH1
  1. De installatie van Windows Server 2012 starten.

  2. Volg de instructies voor het voltooien van de installatie en geef een sterk wachtwoord op voor het lokale Administrator-account. Meld u aan met het lokale Administrator-account.

  3. Verbind RDSH1 met een netwerk dat toegang biedt tot internet en voer Windows Update uit om de meest recente updates voor Windows Server 2012 te installeren.

Configureer vervolgens TCP/IP.

TCP/IP-eigenschappen configureren:
  1. Klik in Serverbeheer op Lokale Server in de consoleboomstructuur. Klik op de koppeling naast Bekabelde Ethernet-verbinding in de tegel Eigenschappen.

  2. Klik in Netwerkverbindingen met de rechtermuisknop op Bekabelde Ethernet-verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Houd er rekening mee dat op de computer de naam van de interface "Bekabelde Ethernet-verbinding" kan afwijken.

  3. Klik op Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4) en klik vervolgens op Eigenschappen.

  4. Selecteer Het volgende IP-adres gebruiken. Typ 10.0.0.6 als IP-adres. Typ 255.255.255.0 als Subnetmasker.

  5. Selecteer De volgende DNS-serveradressen gebruiken. Typ 10.0.0.1 als Voorkeurs-DNS-server.

  6. Klik op OK en klik vervolgens op Sluiten. Sluit het venster Netwerkverbindingen.

  7. Typ opdracht in het startscherm en klik vervolgens op Opdrachtprompt.

  8. Als u naamomzetting en netwerkcommunicatie tussen RDSH1 en DC1 wilt controleren, typt u ping dc1.corp.contoso.com in het venster Opdrachtprompt en drukt u op Enter.

  9. Controleer of u vier reacties van 10.0.0.1 ontvangt.

  10. Sluit het venster Opdrachtprompt.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Gebruik de opdracht ipconfig /all om een lijst van alle interfaces weer te geven.

New-NetIPAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -IPv4Address 10.0.0.6 -PrefixLength 24 Set-DnsClientServerAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -ServerAddresses 10.0.0.1

RDSH1 aan het domein CORP toevoegen
  1. Meld u aan bij de computer met het lokaal Administrator-gebruikersaccount.

  2. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  3. Klik op Lokale server.

  4. Klik op de naam van de computer naast Computernaam en klik vervolgens op Wijzigen.

  5. Typ RDSH1 in het vak Computernaam. Klik op de optie Domein in het vak Lid van, typ corp.contoso.com en klik op OK.

  6. Wanneer u wordt gevraagd om een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de referenties voor CORP\Administrator in en klikt u op OK.

  7. Wanneer u een welkomstdialoogvenster ziet voor het domein corp.contoso.com, klikt u op OK.

  8. Klik op OK wanneer u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.

  9. Klik in het dialoogvenster Systeemeigenschappen op Sluiten en klik op Nu opnieuw opstarten.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Houd er rekening mee dat u na het invoeren van de opdracht Computer toevoegen hieronder domeinreferenties moet opgeven.

Rename-Computer -NewName RDSH1 Restart-Computer Add-Computer -DomainName corp.contoso.com Restart-Computer

Het installeren en configureren van de server die wordt gebruikt voor Extern bureaublad-webtoegang in het testlab voor de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie, bestaat uit de volgende procedures:

  • Het besturingssysteem installeren.

  • TCP/IP-eigenschappen configureren.

  • RDWA1 aan het domein CORP toevoegen.

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

Installeer eerst Windows Server 2012.

Het besturingssysteem installeren op RDWA1:
  1. De installatie van Windows Server 2012 starten.

  2. Volg de instructies voor het voltooien van de installatie en geef een sterk wachtwoord op voor het lokale Administrator-account. Meld u aan met het lokale Administrator-account.

  3. Verbind RDWA1 met een netwerk dat toegang biedt tot internet en voer Windows Update uit om de meest recente updates voor Windows Server 2012 te installeren.

Configureer vervolgens TCP/IP.

TCP/IP-eigenschappen configureren:
  1. Klik in Serverbeheer op Lokale Server in de consoleboomstructuur. Klik op de koppeling naast Bekabelde Ethernet-verbinding in de tegel Eigenschappen.

  2. Klik in Netwerkverbindingen met de rechtermuisknop op Bekabelde Ethernet-verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Houd er rekening mee dat op de computer de naam van de interface "Bekabelde Ethernet-verbinding" kan afwijken.

  3. Klik op Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4) en klik vervolgens op Eigenschappen.

  4. Selecteer Het volgende IP-adres gebruiken. Typ 10.0.0.4 als IP-adres. Typ 255.255.255.0 als Subnetmasker.

  5. Selecteer De volgende DNS-serveradressen gebruiken. Typ 10.0.0.1 als Voorkeurs-DNS-server.

  6. Klik op OK en klik vervolgens op Sluiten. Sluit het venster Netwerkverbindingen.

  7. Typ opdracht in het startscherm en klik vervolgens op Opdrachtprompt.

  8. Als u naamomzetting en netwerkcommunicatie tussen RDWA1 en DC1 wilt controleren, typt u ping dc1.corp.contoso.com in het venster Opdrachtprompt en drukt u op ENTER.

  9. Controleer of u vier reacties van 10.0.0.1 ontvangt.

  10. Sluit het venster Opdrachtprompt.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Gebruik de opdracht ipconfig /all om een lijst van alle interfaces weer te geven.

New-NetIPAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -IPv4Address 10.0.0.4 -PrefixLength 24 Set-DnsClientServerAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -ServerAddresses 10.0.0.1

RDWA1 aan het domein CORP toevoegen:
  1. Meld u aan bij de computer met het lokaal Administrator-gebruikersaccount.

  2. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  3. Klik op Lokale server.

  4. Klik op de naam van de computer naast Computernaam en klik vervolgens op Wijzigen.

  5. Typ RDWA1 in het vak Computernaam. Klik op de optie Domein in het vak Lid van, typ corp.contoso.com en klik op OK.

  6. Wanneer u wordt gevraagd om een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de referenties voor CORP\Administrator in en klikt u op OK.

  7. Wanneer u een welkomstdialoogvenster ziet voor het domein corp.contoso.com, klikt u op OK.

  8. Klik op OK wanneer u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.

  9. Klik in het dialoogvenster Systeemeigenschappen op Sluiten en klik op Nu opnieuw opstarten.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Houd er rekening mee dat u na het invoeren van de opdracht Computer toevoegen hieronder domeinreferenties moet opgeven.

Rename-Computer -NewName RDWA1 Restart-Computer Add-Computer -DomainName corp.contoso.com Restart-Computer

Het installeren en configureren van de server die wordt gebruikt voor Extern bureaublad Connection Broker, bestaat uit de volgende procedures:

  • Het besturingssysteem installeren.

  • TCP/IP-eigenschappen configureren.

  • RDCB1 aan het domein CORP toevoegen.

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

Installeer eerst Windows Server 2012.

Het besturingssysteem installeren op RDCB1:
  1. De installatie van Windows Server 2012 starten.

  2. Volg de instructies voor het voltooien van de installatie en geef een sterk wachtwoord op voor het lokale Administrator-account. Meld u aan met het lokale Administrator-account.

  3. Verbind RDCB1 met een netwerk dat toegang biedt tot internet en voer Windows Update uit om de meest recente updates voor Windows Server 2012 te installeren.

Configureer vervolgens TCP/IP.

TCP/IP-eigenschappen configureren:
  1. Klik in Serverbeheer op Lokale Server in de consoleboomstructuur. Klik op de koppeling naast Bekabelde Ethernet-verbinding in de tegel Eigenschappen.

  2. Klik in Netwerkverbindingen met de rechtermuisknop op Bekabelde Ethernet-verbinding en klik vervolgens op Eigenschappen. Houd er rekening mee dat op de computer de naam van de interface "Bekabelde Ethernet-verbinding" kan afwijken.

  3. Klik op Internet Protocol versie 4 (TCP/IPv4) en klik vervolgens op Eigenschappen.

  4. Selecteer Het volgende IP-adres gebruiken. Typ 10.0.0.5 als IP-adres. Typ 255.255.255.0 als Subnetmasker.

  5. Selecteer De volgende DNS-serveradressen gebruiken. Typ 10.0.0.1 als Voorkeurs-DNS-server.

  6. Klik op OK en klik vervolgens op Sluiten. Sluit het venster Netwerkverbindingen.

  7. Typ opdracht in het startscherm en klik vervolgens op Opdrachtprompt.

  8. Als u naamomzetting en netwerkcommunicatie tussen RDCB1 en DC1 wilt controleren, typt u ping dc1.corp.contoso.com in het venster Opdrachtprompt en drukt u op ENTER.

  9. Controleer of u vier reacties van 10.0.0.1 ontvangt.

  10. Sluit het venster Opdrachtprompt.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Gebruik de opdracht ipconfig /all om een lijst van alle interfaces weer te geven.

New-NetIPAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -IPv4Address 10.0.0.5 -PrefixLength 24 Set-DnsClientServerAddress -InterfaceAlias "Wired Ethernet Connection" -ServerAddresses 10.0.0.1

RDCB1 aan het domein CORP toevoegen:
  1. Meld u aan bij de computer met het lokaal Administrator-gebruikersaccount.

  2. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  3. Klik op Lokale server.

  4. Klik op de naam van de computer naast Computernaam en klik vervolgens op Wijzigen.

  5. Typ RDCB1 in het vak Computernaam. Klik op de optie Domein in het vak Lid van, typ corp.contoso.com en klik op OK.

  6. Wanneer u wordt gevraagd om een gebruikersnaam en wachtwoord, voert u de referenties voor CORP\Administrator in en klikt u op OK.

  7. Wanneer u een welkomstdialoogvenster ziet voor het domein corp.contoso.com, klikt u op OK.

  8. Klik op OK wanneer u wordt gevraagd de computer opnieuw op te starten.

  9. Klik in het dialoogvenster Systeemeigenschappen op Sluiten en klik op Nu opnieuw opstarten.

PowerShell-LogoGelijkwaardige Windows PowerShell-opdrachten

De volgende Windows PowerShell-cmdlet of cmdlets voeren dezelfde functie uit als de vorige procedure. Voer elke cmdlet in op één regel, ondanks dat ze hier mogelijk op meerdere regels staan dankzij de woordafbreking die te maken heeft met beperkingen in de opmaak van dit document.. Houd er rekening mee dat u na het invoeren van de opdracht Computer toevoegen hieronder domeinreferenties moet opgeven.

Rename-Computer -NewName RDCB1 Restart-Computer Add-Computer -DomainName corp.contoso.com Restart-Computer

Het implementeren van de vereiste functieservices voor de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie bestaat uit de volgende procedures:

  • RDSH1, RDWA1 en RDCB1 aan de servergroep toevoegen

  • Standaardimplementatie van sessievirtualisatie implementeren

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

RDSH1, RDWA1 en RDCB1 aan de servergroep toevoegen
  1. Meld u aan bij de RDCB1-server met het gebruikersaccount CORP\Gebruiker1.

  2. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  3. Klik in het gedeelte SNEL STARTEN op Meer servers toevoegen voor beheer.

  4. Typ RDWA1 in het vak Naam (CN): en klik op Nu zoeken.

  5. Klik op RDWA1 en klik op de pijl naar rechts.

  6. Herhaal stap 4 en 5 voor de RDSH1-server.

  7. Klik op OK.

De Standaardimplementatie van sessievirtualisatie wordt geïmplementeerd met behulp van Serverbeheer.

Standaardimplementatie van sessievirtualisatie implementeren
  1. Meld u aan bij de RDCB1-server met het gebruikersaccount CORP\Gebruiker1.

  2. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  3. Klik in het gedeelte SNEL STARTEN op Functies en onderdelen toevoegen.

  4. Klik op de pagina Voordat u begint van de wizard Functies en onderdelen toevoegen op Volgende.

  5. Klik op de pagina Type installatie selecteren op Installatie van Extern bureaublad-services en klik op Volgende.

  6. Klik op de pagina Implementatietype selecteren op Standaardimplementatie en klik op Volgende.

  7. Klik op de pagina Implementatiescenario selecteren op Implementatie van op sessies gebaseerde bureaubladen en klik op Volgende.

  8. Klik op de pagina Functieservices controleren op Volgende.

  9. Klik op de pagina RD Connection Broker-server opgeven op RDCB1.corp.contoso.com, klik op de pijl naar rechts en klik op Volgende.

  10. Klik op de pagina Extern bureaublad-webtoegangsserver opgeven op RDWA1.corp.contoso.com, klik op de pijl naar rechts en klik op Volgende.

  11. Klik op de pagina Extern bureaublad-sessiehostserver opgeven op RDSH1.corp.contoso.com, klik op de pijl naar rechts en klik op Volgende.

  12. Schakel op de pagina Selecties bevestigen het selectievakje De doelserver automatisch opnieuw opstarten als dit vereist is in en klik op Implementeren.

  13. Klik nadat de installatie is voltooid op Sluiten.

Een sessieverzameling wordt gemaakt met behulp van Serverbeheer.

Ga als volgt te werk om een sessieverzameling te maken:

  • Een sessieverzameling maken

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

Een sessieverzameling maken
  1. Serverbeheer wordt automatisch gestart. Als dit niet automatisch wordt gestart, klikt u op Start, typt u servermanager.exe en klikt u op Serverbeheer.

  2. Klik aan de linkerkant van het venster op Extern bureaublad-Services.

  3. Klik op Verzamelingen.

  4. Klik op Taken en klik vervolgens op Sessieverzameling maken.

  5. Klik op de pagina Voordat u begint van de wizard Verzameling maken op Volgende.

  6. Op de pagina Verzameling een naam geven typt u Sessieverzameling in het vak Naam en klikt u op Volgende.

  7. Klik op de pagina Extern bureaublad-sessiehostserver opgeven op RDSH1, klik op de pijl naar rechts en klik op Volgende.

  8. Accepteer de standaardselecties op de pagina Gebruikersgroepen opgeven en klik op Volgende.

  9. Schakel op de pagina Gebruikersprofielschijven opgeven het selectievakje Gebruikersprofielschijven inschakelen uit en klik op Volgende.

  10. Klik op de pagina Selecties bevestigen op Maken.

  11. Nadat de sessieverzameling is gemaakt, klikt u op Sluiten.

U kunt controleren of de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie juist is geïmplementeerd door verbinding te maken met de sessieverzameling die is gemaakt.

System_CAPS_noteOpmerking

Als u vanaf een server verbinding wilt maken met een RD-webtoegangsserverwebsite, moet u Verbeterde beveiliging van Internet Explorer uitschakelen vanuit Serverbeheer.

Gebruik de volgende procedures om verbinding te maken met de Implementatie van sessievirtualisatie.

  • Maak verbinding met de sessieverzameling.

In de volgende secties worden deze procedures in detail uitgelegd.

Om te testen of de Standaardimplementatie van sessievirtualisatie is geïmplementeerd en de sessieverzameling is gemaakt, meldt u zich aan bij de Extern bureaublad-webtoegangsserver op de RDWA1-computer en maakt u verbinding met een sessie in de verzameling Sessieverzameling.

Verbinding maken met de sessieverzameling
  1. Meld u aan bij de CLIENT1-computer met het gebruikersaccount CORP\Gebruiker1.

  2. Open Internet Explorer. Om Internet Explorer te openen, klikt u op Start en vervolgens op Internet Explorer.

  3. Typ in de adresbalk van Internet Explorer https://rdwa1.corp.contoso.com/RDWeb en druk op Enter.

  4. Klik op Doorgaan naar deze website (niet aanbevolen).

  5. In het vak Domein/gebruikersnaam typt u CORP\Administrator.

  6. In het vak Wachtwoord typt u het wachtwoord voor het gebruikersaccount CORP\Administrator. Vervolgens klikt u op Aanmelden.

  7. Klik op Sessieverzameling en klik op Verbinden.

  8. Controleer of het op sessies gebaseerde bureaublad correct wordt weergegeven.

Hiermee wordt het testlab van Standaardimplementatie van sessievirtualisatie voltooid. Doe het volgende om deze configuratie op te slaan, zodat u snel kunt terugkeren naar een werkende VDI snelstartconfiguratie van waaruit u andere modulaire TLG's (Test Lab Guides) voor Extern bureaublad-services of TLG-extensies kunt testen, of om later zelf te experimenteren en daarvan te leren:

  1. Sluit alle vensters op alle fysieke computers of virtuele machines in het testlab en sluit de systemen op correct wijze af.

  2. Als het testlab is gebaseerd op virtuele machines, slaat u een momentopname van elke virtuele machine op en geeft u deze de naam Standaardimplementatie van sessievirtualisatie. Als uw testlab fysieke computers bevat, maakt u schijfkopieën om de configuratie van het testlab voor Standaardimplementatie van sessievirtualisatie op te slaan.

Weergeven: