Table of contents
TOC
De inhoudsopgave samenvouwen
De inhoudsopgave uitvouwen

Taken vooraf upgraden bij het upgraden naar System Center 2016 - Operations Manager

Matt Goedtel|Laatst bijgewerkt: 2-3-2017
|
1 Inzender

Van toepassing op: System Center 2016 - Operations Manager

Voer de volgende taken in de aangegeven volgorde uit voordat u begint met het upgradeproces.

  1. De gebeurtenislogboeken van Operations Manager controleren

  2. De database (ETL-tabel) opschonen

  3. Configureer agents voor failover tussen meerdere gatewayservers, zodat aan alle agents die rapporteren aan een gateway een failover-gateway wordt toegewezen.

  4. Agents verwijderen uit Wachtend op beheer

  5. Meldingsabonnementen uitschakelen

  6. Connectors uitschakelen

  7. Microsoft Monitoring Agent, System Center Data Access-service, System Center Configuration Management en Microsoft Monitoring Agent-services stoppen op alle beheerservers, met uitzondering van degene waarvoor een upgrade wordt uitgevoerd

  8. Controleren of de operationele database meer dan 50 procent aan beschikbare ruimte heeft

  9. Een back-up van de Operations Manager-database maken

  10. Pas de cachegrootte van de health-service van de agent tijdelijk aan om gegevensverlies tegen te gaan terwijl een upgrade wordt uitgevoerd voor beheer- en gatewayservers.

  11. Schakel de Operations Manager-website in IIS uit.

De gebeurtenislogboeken van Operations Manager controleren

Controleer de gebeurtenislogboeken van Operations Manager op de beheerservers op terugkerende waarschuwingen of kritieke gebeurtenissen. Los de problemen op en sla een kopie van de gebeurtenislogboeken op voordat u de upgrade uitvoert.

De database (ETL-tabel) opschonen

Het installatieprogramma voor de upgrade naar System Center 2016 - Operations Manager bevat een script om de TL-tabellen en daarmee de database op te schonen. In bepaalde gevallen waarbij een groot aantal rijen (meer dan 100.000) moet worden opgeschoond, kunt u het script het beste uitvoeren voordat u de upgrade start. Op deze manier verloopt de upgrade sneller en voorkomt u mogelijke time-outs tijdens de installatie. In alle gevallen zorgt het uitvoeren van deze taak vóór de upgrade voor een efficiëntere installatie.

ETL opschonen

Voer het volgende script uit op de SQL-server waarop de Operations Manager-database wordt gehost om de ETL-tabel op te schonen:

-- (c) Copyright 2004-2006 Microsoft Corporation, All Rights Reserved         --
-- Proprietary and confidential to Microsoft Corporation                      --       
-- File:      CatchupETLGrooming.sql                                          --
-- Contents: A bug in the ETL grooming code could have left the customer      --
-- Database with a large amount of ETL rows to groom. This script will groom   --
-- The ETL entries in a loop 100K rows at a time to avoid filling up the        --
-- Transaction log                                                             --
---------------------------------------------------------------------------------
DECLARE @RowCount int = 1;
DECLARE @BatchSize int = 100000;
DECLARE @SubscriptionWatermark bigint = 0;     
DECLARE @LastErr int;
-- Delete rows from the EntityTransactionLog. We delete the rows with TransactionLogId that aren't being
-- used anymore by the EntityChangeLog table and by the RelatedEntityChangeLog table.
SELECT @SubscriptionWatermark = dbo.fn_GetEntityChangeLogGroomingWatermark();
WHILE(@RowCount > 0)
BEGIN
  DELETE TOP(@BatchSize) ETL  
  FROM EntityTransactionLog ETL
  WHERE NOT EXISTS (SELECT 1 FROM EntityChangeLog ECL WHERE ECL.EntityTransactionLogId = ETL.EntityTransactionLogId) AND NOT EXISTS (SELECT 1 FROM RelatedEntityChangeLog RECL
  WHERE RECL.EntityTransactionLogId = ETL.EntityTransactionLogId)
  AND ETL.EntityTransactionLogId < @SubscriptionWatermark;        
  SELECT @LastErr = @@ERROR, @RowCount = @@ROWCOUNT;            
END    
Opmerking

Het opschonen van ETL kan enkele uren in beslag nemen.

Agents verwijderen uit Wachtend op beheer

Voordat u een upgrade van een beheerserver uitvoert, verwijdert u de agents in Wachtend op beheer.

  1. Meld u aan bij de Operations-console met een account dat lid is van de rol Operations Manager-beheerders in de Operations Manager-beheergroep.

  2. Vouw Apparaatbeheer in het deelvenster Beheer uit en klik op Wachtend op beheer.

  3. Klik met de rechtermuisknop op elke agent en klik op Goedkeuren of Afwijzen.

Meldingsabonnementen uitschakelen

U moet de meldingsabonnementen uitschakelen voordat u een upgrade van de beheergroep uitvoert om ervoor te zorgen dat er tijdens het upgradeproces geen meldingen worden verzonden.

  1. Meld u aan bij de Operations-console met een account dat lid is van de rol Operations Manager-beheerders in de Operations Manager-beheergroep.

  2. Selecteer de weergave Beheer in de Operations-console.

  3. Vouw Beheer in het navigatievenster uit, vouw de container Meldingen uit en klik op Abonnementen.

  4. Selecteer elk abonnement en klik in het deelvenster Acties op Uitschakelen.

    Opmerking

    Bij het uitschakelen van abonnementen kunt u geen meervoudige selectie gebruiken.

Connectors uitschakelen

Raadpleeg de meegeleverde documentatie bij geïnstalleerde connectors die niet door Microsoft zijn ontwikkeld om te bepalen welke services worden gebruikt voor elke connector.

Voer de volgende stappen uit als u een service voor een connector wilt stoppen:

  1. Wijs Systeembeheer in het menu Start aan en klik op Services.

  2. Klik met de rechtermuisknop in de kolom Naam op de connector die u wilt beheren en klik op Stoppen.

Controleren of de Operations Manager-database meer dan 50 procent aan beschikbare ruimte heeft

U moet controleren of de operationele database meer dan 50 procent aan beschikbare ruimte heeft voordat u een upgrade van de beheergroep uitvoert. De upgrade kan namelijk mislukken als er onvoldoende ruimte beschikbaar is. Tevens moet u ervoor zorgen dat de transactielogboeken 50 procent van de totale grootte van de operationele database in beslag nemen.

  1. Open SQL Server Management Studio op de computer met de operationele database.

  2. Vouw Databases uit in de Objectverkenner.

  3. Klik met de rechtermuisknop op de database OperationsManager, selecteer Rapporten en Standaardrapporten en klik op Schijfgebruik.

  4. Bekijk het rapport Schijfgebruik om het percentage beschikbare ruimte te bepalen.

Als de database geen 50 procent aan beschikbare ruimte heeft, voert u de volgende stappen uit om deze voor de upgrade uit te breiden:

  1. Open SQL Server Management Studio op de computer met de operationele database.

  2. Selecteer in het dialoogvenster Verbinding maken met server, in de lijst Servertype, de optie Database-engine.

  3. Selecteer in de lijst Servernaam de server en het exemplaar van de operationele database (bijvoorbeeld computer\EXEMPLAAR1).

  4. Selecteer in de lijst Verificatie de optie Windows-verificatie en klik op Verbinden.

  5. Vouw Databases in het deelvenster Objectverkenner uit, klik met de rechtermuisknop op de database OperationsManager en klik op Eigenschappen.

  6. Klik in het dialoogvenster Database-eigenschappen, onder Selecteer een pagina, op Bestanden.

  7. Vergroot de waarde Oorspronkelijke grootte voor de database MOM_DATA in het resultaatvenster tot 50 procent.

    Opmerking

    Deze stap is niet vereist als de beschikbare ruimte al groter dan 50 procent is.

  8. Stel de waarde Oorspronkelijke grootte van de logboekbestanden MOM_LOG in op 50 procent van de totale grootte van de database. Als de grootte van de operationele database bijvoorbeeld 100 GB is, moet de grootte van de logboekbestanden 50 GB zijn. Klik op OK.

Een back-up van de Operations Manager-databases maken

Zorg ervoor dat u over geverifieerde en recente back-ups van de operationele database en de datawarehousedatabase beschikt voordat u een upgrade van de secundaire beheerserver uitvoert. U moet ook back-ups van databases voor optionele functies maken, zoals de rapportage- en ACS-databases, voordat u een upgrade van deze functies uitvoert. Zie Create a Full Database Backup (SQL Server) (Een volledige databaseback-up maken (SQL Server)) voor meer informatie.

Operations Manager-services stoppen op beheerservers

Voordat u een upgrade uitvoert van de eerste beheerserver in uw beheergroep, wordt u aangeraden de Operations Manager-services, te weten System Center Data Access, System Center Configuration en Microsoft Monitoring Agent, te stoppen op alle overige beheerservers om problemen te voorkomen tijdens het bijwerken van de operationele en datawarehousedatabases.

De cachegrootte van de health-service uitbreiden

Om ervoor te zorgen dat de agents tijdens de upgrade gegevens in de wachtrij kunnen plaatsen, werkt u de volgende registerinstelling op de agents handmatig bij of maakt u dit automatisch mogelijk met uw configuratiebeheer- of orchestration-oplossing:

HKEY_LOCAL_MACHINE\SYSTEM\CurrentControlsSet\Services\HealthService\Parameters\Management Groups<ManagementGroupName>\maximumQueueSizeKb

De standaard decimale waarde van het type DWORD is 15360 (15 MB) en de te wijzigen aanbevolen waarde is 76800 (75 MB).

Nadat u de upgrade van de beheergroep hebt voltooid, kunt u deze opnieuw instellen op de standaardwaarde.

© 2017 Microsoft