Table of contents
TOC
De inhoudsopgave samenvouwen
De inhoudsopgave uitvouwen

Nieuw in VMM in System Center 2016

Rayne Wiselman|Laatst bijgewerkt: 2-3-2017
|
1 Inzender

Van toepassing op: System Center 2016 - Virtual Machine Manager

In dit artikel wordt beschreven wat er nieuw is in System Center 2016 - Virtual Machine Manager (VMM).

Berekeningen

Beheer van de volledige levensduur van op nanoservers gebaseerde hosts en virtuele machines

U kunt op Nano Server gebaseerde hosts en virtuele machines inrichten en beheren in de VMM-infrastructuur. Meer informatie.

Rolling upgrade van een Windows Server 2012 R2-hostcluster

U kunt nu clusters van Hyper-V en scale-out bestandsservers (SOFS) in de VMM-infrastructuur upgraden van Windows Server 2012 R2 naar Windows Server 2016, zonder downtime voor de hostwerkbelastingen. VMM deelt de volledige werkstroom in. Het verwijdert het verkeer naar het knooppunt, verwijdert het knooppunt uit de cluster, installeert het besturingssysteem opnieuw en voegt het weer toe aan de cluster. Meer informatie over het uitvoeren van rolling upgrades voor Hyper-V-clusters en SOFS-clusters.

Hyper-V- en SOFS-clusters maken

Er is een gestroomlijnde werkstroom voor het maken van Hyper-V- en SOFS-clusters:

  • Bare-metalimplementatie van Hyper-V-hostclusters: het implementeren van een Hyper-V-hostcluster van bare-metalcomputers bestaat nu uit één stap. Meer informatie

  • Een bare-metalknooppunt toevoegen aan een bestaand Hyper-V-hostcluster of een SOFS-cluster: u kunt nu rechtstreeks een bare-metalcomputer toevoegen aan een bestaand Hyper-V- of SOFS-cluster.

Nieuwe bewerkingen voor het uitvoeren van virtuele machines

U kunt het statische geheugen nu vergroten/verkleinen en de virtuele netwerkadapter voor actieve virtuele machines toevoegen/verwijderen. Meer informatie.

Controlepunten voor productie

U kunt nu productiecontrolepunten voor virtuele machines maken. Deze controlepunten zijn gebaseerd op Volume Shadow Copy Service (VSS) en zijn toepassingsconsistent (in vergelijking tot standaardcontrolepunten op basis van Saved State-technologie die dat niet zijn). Meer informatie.

Server App-V

De Server App-V-toepassing in servicesjablonen is niet langer beschikbaar in VMM 2016. U kunt geen nieuwe sjablonen maken of nieuwe services uitrollen met de Server App-V-toepassing. Als u met een service met de Server App-V-toepassing een upgrade uitvoert van VMM 2012 R2, blijft de bestaande implementatie werken. Na de upgrade kunt u echter de laag met de Server App-V-toepassing niet opschalen. U kunt andere lagen wel opschalen.

Opslag

Opslagclusters implementeren en beheren met Opslagruimten Direct (S2D)

Met Storage Spaces Direct in Windows Server 2016 kunt u opslagsystemen met hoge beschikbaarheid bouwen die zijn gebaseerd op Windows Server. U kunt VMM gebruiken om een scale-out bestandsserver te maken waarop Windows Server 2016 wordt uitgevoerd en deze server te configureren met Storage Spaces Direct. Na de configuratie kunt u opslaggroepen en bestandsshares maken op de server. Meer informatie.

Storage Replica

In VMM 2016 kunt u Windows Storage Replica gebruiken om gegevens in een volume te beschermen door deze synchroon te repliceren tussen het primaire volume en secundaire volume (herstelvolume). U kunt het primaire volume en secundaire volume in een cluster implementeren, in twee verschillende clusters, of op twee zelfstandige servers. U kunt PowerShell gebruiken om Storage Replica in te stellen en failover uit te voeren. Meer informatie

Quality of Service (QoS) voor opslag

U kunt QoS voor opslag configureren om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van resources niet onder een bepaald niveau komt voor schijven, VM's, apps en tenants, wanneer hosts en opslag zware werklasten moeten verwerken. U kunt QoS voor opslag configureren in de VMM-infrastructuur.

Netwerken

Software-gedefinieerde netwerken (SDN)

In VMM 2016 kunt u de volledige SDN-stack implementeren met behulp van VMM-servicesjablonen.

  • U kunt een netwerkcontroller met meerdere knooppunten implementeren en beheren in een subnet. Nadat u de netwerkcontroller hebt geïmplementeerd en vrijgegeven, kunt u opgeven dat de infrastructuuronderdelen moeten worden beheerd door SDN, om connectiviteit te bieden aan tenant-VM's en om beleidsregels te definiëren.
  • U kunt een software load balancer implementeren en configureren om verkeer te distribueren in netwerken die door de netwerkcontroller worden beheerd. De software load balancer kan worden gebruikt voor binnenkomende en uitgaande NAT.
  • U kunt een Windows Server-gatewaygroep met M+N-redundantie implementeren en configureren. Nadat u de gateway hebt geïmplementeerd, maakt u een verbinding tussen een tenantnetwerk en het netwerk van een hostingprovider of het netwerk van uw eigen externe datacenter, via S2S GRE, S2S IPSec of L3.

Isoleren en filteren van netwerkverkeer

U kunt met de netwerkcontroller en PowerShell netwerkverkeer beperken en scheiden door ACL's op te geven voor poorten in VM-netwerken, virtuele subnetten, netwerkinterfaces of een volledige VMM-stempel. Meer informatie.

Naamgeving van virtuele netwerkadapters

Wanneer u een virtuele machine implementeert, wilt u mogelijk na de implementatie een script uitvoeren op het gastbesturingssysteem om virtuele netwerkadapters te configureren. Voorheen was dit moeilijk, omdat er geen eenvoudige manier was om op het moment van implementatie gemakkelijk onderscheid te maken tussen verschillende virtuele netwerkadapters. Voor virtuele machines van de tweede generatie die zijn geïmplementeerd op Hyper-V-hosts waarop Windows Server 2016 is geïmplementeerd, kunt u de virtuele netwerkadapter een naam geven in een sjabloon voor de virtuele machine. Dit is vergelijkbaar met het gebruik van CDN (Consistent Device Naming) voor een fysieke netwerkadapter.

Selfservice SDN-beheer met Windows Azure Pack (WAP)

U kunt selfservicemogelijkheden bieden voor infrastructuur die wordt beheerd door de netwerkcontroller. Deze mogelijkheden omvatten het maken en beheren van VM-netwerken, configureren van S2S IPSec-verbindingen en het configureren van NAT-opties voor tenant- en infrastructuur-VM's in uw datacenter.

Logische switches implementeren op hosts

  • De interface voor het maken van een logische switch is gestroomlijnd om het eenvoudiger te maken om instellingen te selecteren.
  • U kunt Hyper-V rechtstreeks gebruiken om een virtuele standaardswitch te configureren op een beheerde host en vervolgens VMM gebruiken om de virtuele standaardswitch te converteren naar een logische VMM-switch, die u later toepast op extra hosts.
  • Wanneer u een logische switch toepast op een bepaalde host en de hele bewerking mislukt, wordt de bewerking teruggedraaid en blijven de hostinstellingen ongewijzigd. Dankzij de verbeterde logboekregistratie is het gemakkelijker om fouten op te sporen.

Beveiliging

Implementeren van beveiligde hosts

U kunt nu beveiligde hosts en afgeschermde VM's inrichten en beheren in de VMM-infrastructuur, om bescherming te bieden tegen kwaadwillende hostbeheerders en schadelijke malware.

  • U kunt beveiligde hosts in de VMM-rekeninfrastructuur beheren. U kunt beveiligde hosts configureren voor communicatie met HGS-servers en beleidsregels voor code-integriteit opgeven die beperken welke software kan worden uitgevoerd in kernelmodus op de host.
  • U kunt bestaande VM's converteren naar afgeschermde VM's en nieuwe afgeschermde VM's implementeren.
© 2017 Microsoft