Table of contents
TOC
De inhoudsopgave samenvouwen
De inhoudsopgave uitvouwen

Een rolling upgrade naar Windows Server 2016 uitvoeren voor een scale-out bestandsservercluster in VMM

Rayne Wiselman|Laatst bijgewerkt: 5-11-2016
|
1 Inzender

Van toepassing op: System Center 2016 - Virtual Machine Manager

De rolling upgrade voor clusters is een nieuwe functie in Windows Server 2016. U kunt hiermee het besturingssysteem van clusterknooppunten in een scale-out bestandsservercluster of Hyper-V-cluster upgraden van Windows Server 2012 R2 naar Windows Server 2016 zonder dat de werkbelasting die wordt uitgevoerd op de knooppunten wordt stopgezet. Meer informatie over vereisten voor rolling upgrades en de architectuur.

In dit artikel wordt beschreven hoe u een rolling upgrade voor clusters uitvoert voor een scale-out bestandsserver die wordt beheerd in de infrastructuur van System Center 2016 - Virtual Machine Manager (VMM). Dit is wat er gebeurt bij de upgrade:

  • Er wordt een sjabloon gemaakt: er wordt een sjabloon gemaakt van de knooppuntconfiguratie door het betreffende profiel voor fysieke computers te combineren met de instellingen voor de knooppuntconfiguratie die in de upgradewizard worden beschreven.
  • Werkbelastingen worden gemigreerd: werkbelastingen worden uit het knooppunt gemigreerd zodat de werklastbewerkingen niet worden onderbroken.
  • Het knooppunt wordt verwijderd: het knooppunt wordt in de onderhoudsmodus geplaatst en vervolgens uit het cluster verwijderd. Hiermee worden alle VMM-agents, uitbreidingen voor virtuele switches, enzovoort uit het knooppunt verwijderd.
  • Het knooppunt wordt ingericht: het knooppunt waarop Windows Server 2016 wordt uitgevoerd, wordt ingericht en geconfigureerd volgens de opgeslagen sjabloon.
  • Het knooppunt wordt naar VMM geretourneerd: het knooppunt wordt teruggebracht onder VMM-beheer en de VMM-agent wordt geïnstalleerd.
  • Het knooppunt wordt naar het cluster geretourneerd: het knooppunt wordt weer aan het bestandsservercluster toegevoegd, uit de onderhoudsmodus gehaald en de werkbelasting van virtuele machines wordt weer bij het knooppunt ondergebracht.

Voordat u begint

  • Het cluster moet worden beheerd door VMM.
  • In het cluster moet Windows Server 2012 R2 worden uitgevoerd.
  • Het cluster moet voldoen aan de vereisten voor een bare-metalimplementatie. De enige uitzondering hierop is dat in het profiel voor fysieke computers geen netwerk- of schijfconfiguratiegegevens hoeven te worden opgenomen. Tijdens de upgrade registreert VMM de netwerk- en schijfconfiguratie van het knooppunt en gebruikt die gegevens in plaats van het computerprofiel.
  • U kunt knooppunten upgraden die oorspronkelijk niet zijn ingericht met behulp van een bare-metalimplementatie, mits deze knooppunten voldoen aan de vereisten voor een bare-metalimplementatie zoals BMC. U moet deze informatie opgeven in de upgradewizard.
  • Voor de VMM-bibliotheek moet een virtuele harde schijf zijn geconfigureerd met Windows Server 2016.

De upgrade uitvoeren

  1. Klik op Infrastructuur > Opslagruimte > Bestandsservers. Klik met de rechtermuisknop op de scale-out bestandsserver > Cluster upgraden.
  2. Klik in de upgradewizard > Knooppunten op de knooppunten die u wilt upgraden of op Alle selecteren. Klik vervolgens op Profiel voor fysieke computers en selecteer het profiel voor de knooppunten.
  3. Selecteer in BMC-configuratie het Uitvoeren als-account met machtigingen voor de toegang tot de BMC of maak een nieuw account. Klik in Out-of-band-beheerprotocol op het protocol dat door de BMC's wordt gebruikt. Als u DCMI wilt gebruiken, klikt u op IPMI. DCMI wordt ondersteund ook al wordt het niet vermeld. Controleer of de juiste poort wordt vermeld.
  4. Controleer in Implementatieaanpassing de knooppunten die moeten worden bijgewerkt. Als de wizard niet alle instellingen heeft kunnen achterhalen, wordt voor het knooppunt de waarschuwing Ontbrekende instellingen weergegeven. Als het knooppunt bijvoorbeeld niet is ingericht met behulp van een bare-metalimplementatie, zijn de BMC-instellingen mogelijk niet volledig. Vul de ontbrekende gegevens in.

    • Voer indien nodig het IP-adres voor de BMC in. U kunt ook de naam van het knooppunt wijzigen. Schakel het selectievakje Active Directory-controle voor deze computernaam overslaan niet uit, tenzij u de naam van het knooppunt wijzigt en u er zeker van wilt zijn dat de nieuwe naam niet wordt gebruikt.
    • U kunt in de configuratie van de netwerkadapter het MAC-adres opgeven. Doe dit als u de beheeradapter voor het cluster configureert en u dit wilt configureren als een virtuele netwerkadapter. Dit is niet het MAC-adres van de BMC. Als u statische IP-instellingen voor de adapter wilt opgeven, selecteert u een logisch netwerk en een IP-subnet, indien dit van toepassing is. Als het subnet een adresgroep bevat, kunt u Een IP-adres ophalen dat overeenkomt met het geselecteerde subnet selecteren. Voer anders een IP-adres in dat zich in het logische netwerk bevindt.
  5. Klik in Samenvatting op Voltooien om de upgrade te starten. Als de wizard is voltooid, is het knooppunt bijgewerkt zodat op alle knooppunten van de scale-out bestandsserver Windows Server 2016 wordt uitgevoerd. Met de wizard wordt het functionaliteitsniveau van het cluster bijgewerkt naar Windows Server 2016.

Als u om een of andere reden het functionaliteitsniveau moet bijwerken van een scale-out bestandsserver waarvoor een upgrade is uitgevoerd buiten VMM, kunt u dat doen door met de rechtermuisknop op Bestandsservers > naam van de scale-out bestandsserver > Versie bijwerken te klikken. Dit kan nodig zijn als u de knooppunten voor de scale-out bestandsserver hebt bijgewerkt voordat u deze aan de VMM-infrastructuur toevoegt, maar de scale-out bestandsserver nog steeds als een Windows Server 2012 R2-cluster wordt gebruikt.

© 2017 Microsoft